'Hallo, ik ben Frank Lammers'

Niemand kent mij, klaagt Frank Lammers (34). Aan werk geen gebrek, maar altijd in een bijrol - en dus geen media-aandacht....

Weer mis. Frank Lammers, gerenommeerd bijrolspeler, was gepasseerd voor de hoofdrol, voor de zoveelste keer. In plaats van voor hem, koos regisseur Dana Nechushtan voor Daniël Boissevain. Goeie acteur, daar niet van, scherpe kaaklijn ook. Maar dat Boissevain taxichauffeur Dennis mocht spelen, en niet hij, dat klopte gewoon niet. Had de scenarioschrijver niet gezegd dat hij het script met hém in z'n achterhoofd had geschreven? En toch durfden ze het niet aan.

Goed, z'n eigen auditie was matig geweest, of ronduit slecht. Te afwachtend, zoals wel vaker. En dat kwam dan weer ongeïnteresseerd over - de eerste impressie die hem al sinds de toneelschool achtervolgde.

Terwijl ze onderhand beter zouden moeten weten; hij kón het toch? En als er nou één acteur was die zich altijd volledig inzette voor de te maken film, dan was hij het wel. En toch ging de titelrol voor Nachtrit naar een ander.

Frank Lammers vloekte nog eens flink, pakte de telefoon en belde de castingdirector.

Jullie maken een grote fout, waarschuwde Lammers. Zeg dat maar tegen de regisseur.

'Totaal zinloze actie', zegt Lammers nu.

'Er is geen enkele regisseur die dan zegt: ja hoor eens, Frank Lammers heeft net gebeld en die zegt dat we fout zitten, dus pak die rol maar weer van Daniël af en geef 'm aan Frank.' Hij lacht en blaast sigarettenrook uit.

'Bizar. Ik weet niet precies waarom ik belde.

Dat heb ik nooit eerder gedaan, zal ik ook wel nooit meer doen. Ik had alleen zo het gevoel dat dit script letterlijk voor mij gemaakt was.' Een paar maanden later belde de castingdirector.

Daniël Boissevain ging Herman Brood spelen en had daarom geen tijd voor de taxichauffeur. Of ze konden praten.

Frank Lammers zit aan zijn keukentafel in Amsterdam, met warrig haar, in T-shirt met gapend gat erin, zijn navel wipt er af en toe onderuit.

Wat is bekender, je naam of je gezicht? 'Geen van tweeën. Dat is de grootste grap: niemand kent mij. Van Het schnitzelparadijs word ik nog het meest herkend, terwijl ik daarin een baard en een snor droeg en een doekje om mijn hoofd had.' Je gezicht blijft moeilijk hangen. Is dat het? 'Blijkbaar. Ik hoop dat dat komt doordat ik zo goed acteer, dat het in niks lijkt op Frank Lammers die een paar lamskoteletten bij de slager koopt. Ik hoef ook niet beroemd te worden.' Hoe belangrijk is je stem? Die wordt in recensies zowel sonoor, zeurderig, karakteristiek, zangerig, lijzig als Joost Prinsenachtig genoemd.

'Van de week kwam ik Pierre Bokma tegen, met wie ik weleens poker. Hij zei: ”Hejenneejehenehoeishe?” Fantastisch acteur, Pierre. Maar toen ik hem zo hoorde praten, dacht en zei ik: ”Jezus Pierre, ik ben zo blij dat er nóg een acteur is met zo'n rare stem.”'Ik vind mijn stem niet altijd even mooi, maar in mijn spel ben ik er niet zo mee bezig.

Ik woon in een prachtig huis, medegefinancierd door dit zeer karakteristieke stemgeluid.

Reclame voor de radio, dat is gevonden geld.'

Gedroogde mossels-rokende Zeeuw in Wilde mossels, Joegoslaaf in De enclave, chef-kok in Het schnitzelparadijs, voetballer Berrie in All stars, het kwade deel van Richard (Fedja van Huêt speelde het andere deel) in het toneelstuk Richard III, schoolmeester in Polleke, boer in Grimm, geweldschuwe kickbokser in De Dominee, en momenteel in de bioscoop te zien als Amsterdamse taxichauffeur in Nachtrit en als royaal beschoten verzetsheld in Zwartboek. Het is maar een kleine greep; gebrek aan werk heeft Frank Lammers nooit gehad. Gebrek aan erkenning evenmin.

Recensies waren altijd lovend, prijzen won hij ook. Alleen media-aandacht bleef uit.

Hij beklaagde zich er weleens over, die fantasieloosheid van de pers, die zich enkel en alleen op de hoofdrolspelers stortte. In 2004 deed het zelfs ronduit pijn, toen hij in zeven films speelde en geen krant hem belde voor een interview. Maar nu heeft zelfs Wilma Nanninga hem ontdekt. Binnenkort vult hij haar Privé-pagina. 'Ik hoereer me. En dat kan me niets schelen.' Het is voor een goed doel.

'Ja, deze film is dat waard. Ik heb ooit als Hitler het Zwanenmeer gedanst bij het Noord Nederlands Toneel in Groningen. Dat was echt prachtig, maar niemand heeft het gezien.

Zonde.'

Mierlo, Noord-Brabant. Hij is er heel, héél gelukkig geweest, maar hij zou er niet meer kunnen wonen. 'Dan wist ik precies hoe het leven er verder uit zou zien. Dat zat ik nu, vrijdagavond, biertjes te drinken in café 't Breujke, en dan zou ik om 2 uur denken: ga ik nog naar Eindhoven of ga ik naar huis?' Zijn ouders groeiden op in het dorp en wonen er nog. Moeder ging op haar 14de schoonmaken bij de buren en werd huisvrouw.

Vader wilde priester worden, maar verliet, ook op zijn 14de, het seminarium om aan de slag te gaan als bouwvakker. Meer zat er in die tijd niet in; ze kwamen uit grote gezinnen en moesten meehelpen het gezin te onderhouden. Zijn vader volgde jaren later in de avonduren een studie bouwkunde, richtte een dorpspartij op en werd wethouder van Mierlo.

Frank Albertus Petrus Maria Lammers, jongste van de drie kinderen, heeft er zijn geloof in kleinschalige politiek aan overgehouden.

Hij was 16 toen hij het Anti-Annexatie Front Mierlo oprichtte. Er was sprake van dat de gemeente Mierlo zich zou samenvoegen met het nabijgelegen en grotere Helmond.

'Dat is de vreemdste gemeente van Nederland.

We voetbalden weleens tegen ze, en op een keer zat de bal vast in een boom. Dan kun je twee dingen doen: schudden of erin klimmen, maar in Helmond liep iemand naar zijn kofferbak, haalde een bijl eruit en hakte de boom om. En zo heb ik nog tien verhalen, snoeiharde stad.' Als symbolische daad tegen de annexatie plaatste Frank met zijn front een enorme kartonnen tank op een van de bruggen van Mierlo, met de loop gericht op Helmond. Of het hielp is niet bekend, maar de fusie werd afgeblazen. Nu deelt Mierlo een gemeente met Geldrop. Bijna net zo erg, vindt Lammers, die er nog geregeld komt en er elke zomer een theaterstuk maakt met kinderen uit het dorp. Volgens vader Peter Lammers houdt Mierlo van Frank, die zijn positie als landelijk bekende Mierlonaar slechts deelt met Geert Chatrou, de drievoudig wereldkampioen kunstfluiten, die nog altijd in het dorp woont.

Als kind kon Frank alles, zeggen je ouders.

'Dingen die ik niet kon, deed ik gewoon niet. Ik hoefde niet te leren op de middelbare school en ik maakte nooit huiswerk, dat was niet nodig. Ik ging voetballen en werd kampioen, ik ging tennissen en werd ook kampioen.

Toneelspelen kon ik ook goed, alles lukte. Ik dacht wel vaak: er zal een moment komen dat dit stopt.' Volgens je vader was het overlijden van je neef bepalend in je leven.

'Hij was 27, drie jaar ouder dan ik. Hij had een enorme levenslust, was de enige die fanatieker was met voetbal dan ik. We speelden samen met zijn broer in het eerste van Mifano (Mierlo Faal Nooit, BB). Dan werd de opstelling omgeroepen: ”In het doel die en die, en op het middenveld Lammers, Lammers en Lammers” - vonden wij prachtig.

Dat kon daarna niet meer, was weg. Het heeft een tijd geduurd voor ik dat kon behappen.

Hij kwam van zo ontzettend ver: lts, mavo, havo, hbo, jaar in Engeland gestudeerd, ingenieur. Het enige wat hem nog in de weg stond voor een goede baan was zijn stotteren.

Om daarvan af te komen, volgde hij een cursus in Amsterdam en toen sliep hij bij mij.

'Een paar weken later werden hij en zijn vriendin doodgereden door een shoarmataxi.

Ik ben toen echt gevlucht. Tegelijkertijd liep mijn eerste liefde op de klippen, die totale romantische liefde waar je daarna nooit meer in gelooft, niet op die manier in ieder geval.' Hij ging op een strand zitten, ergens in Nicaragua, met een bandje van dEUS op zijn walkman. In a bar, under the sea. 'Nadenken was het niet. Treuren, rouwen.' Daarna waren alle twijfels weg. Zijn neef had de kans niet gekregen, dus moest hij er alles uithalen wat er in zit. 'Ik duld geen tegenslag meer, ik douw door. Ik ben er krachtiger door geworden, voor sommige mensen misschien vervelender.'

Op de Amsterdamse Toneelschool botste hij nogal eens met de leiding. 'Ik ben er drie keer van afgestuurd. Omdat ik zei: ”Ik begrijp het niet”, of: ”Die les is slecht, dus daar ga ik niet meer naartoe.”Ik heb daar nooit compromissen in gesloten.' Jij moet ergens in geloven, anders kun je het niet spelen? 'Ik meen dat heel oprecht. Op de Toneelschool heb ik een keer een monoloog gedaan, een fragment van Herbert Achternbusch.

Ik stond alleen in een broek, met blote bast en met brandende fakkels achter me aan de muur. In het publiek zaten regisseurs Gerardjan Rijnders en Gijs de Lange, en castingdirector Hans Kemna. Word was out: die jongen heeft wel iets in z'n mars. Ik sta die monoloog te doen en ik denk na negen minuten: dit slaat helemaal nergens op.

Ik was een minuut stil, toen bood ik mijn excuses aan. Ik zei: ”Volgens mij doe ik niemand een plezier als ik hier nog een half uur mee doorga”, en ik liep weg. De regisseur kwam achter me aan: wat doe je nou? Ik dacht zelf ook: wat doe ik nou?' En? 'Het was niet goed! Die blote bast sloeg nergens op, die fakkels sloegen nergens op.

Hans Kemna zei nog dat het ” heel dapper” van me was om halverwege te stoppen, maar de volgende ochtend durfde ik mijn bed niet uit. Ik schaamde me kapot, ik wist niet meer wat ik moest doen.'

De regisseur wist hem over te halen en de volgende avond deed hij nogmaals zijn monoloog, nu zonder blote bast, en met tllicht in plaats van fakkels - de mensen zaten te huilen in de zaal.

Zijn er ook regisseurs die niet tegen jouw eigenzinnigheid kunnen, met wie je gebrouilleerd bent geraakt? 'Uiteindelijk mag ik altijd terugkomen.

Ik heb met best wat mensen ruzie gemaakt, maar dat wordt me vergeven omdat ze doorhebben dat het voortkomt uit de onvoorwaardelijke dwang een zo goed mogelijk product te maken. Het komt nooit uit een slecht hart.

Ik ben gewoon een eigenwijze drol. Ik denk heel vaak dat ik gelijk heb, en misschien heb ik ook wel heel vaak gelijk, maar soms ook niet.'

Cabaretier Peter Heerschop speechte twee maanden geleden op het huwelijk van Frank Lammers en zijn vrouw, schrijfster Eva Posthuma de Boer. Frank, zei hij, is de enige jongen die, als iedereen zeker weet dat het slecht weer wordt, stug blijft volhouden dat het toch mooi wordt - en dan wordt het ook mooi.

Volgens acteur Fedja van Huêt, getuige op hetzelfde huwelijk, noemt Frank dat zijn mindstate, waarmee hij vrijwel alles onder controle meent te kunnen krijgen.

Je hebt ooit gezegd dat je jaloers was op Fedja's succes.

'Fedja vloog met Karakter en Wilde Mossels de hele wereld over, langs alle festivals, en ik niet. Ik dacht: verdomme, ik wil ook dingen meemaken en zien. Het zal me nu ook verder aan mijn reet roesten of Nachtrit het goed doet in het buitenland, maar als er een festival is, bij voorkeur in Tokio, waar ik naartoe kan op de kosten van iemand anders, dan ben ik al heel gelukkig. Dat meen ik serieus.' Na Wilde mossels spraken jullie af dat de rollen ooit omgedraaid zouden zijn: een film met Fedja in de bij- en jij in de hoofdrol.

'Daar hebben we eindeloos over gepraat, vooral met veel drank op. Ook daarom wist ik zeker dat ik Nachtrit moest doen: Fedja zou de broer van de taxichauffeur spelen.' Heeft dat een meerwaarde voor een film, dat acteurs bevriend zijn? 'Ja, geen twijfel over mogelijk. Wij woonden jarenlang tegenover elkaar in de Jordaan.

Dan ging de bel, kwam Fedja binnen, vrat een zak chips leeg op de bank en ging weer naar huis - zonder dat er een woord gewisseld was. Dat zie je terug in de film. Die vriendschap hoef je niet te spelen; die is er.' Ben je al benaderd voor een nieuwe hoofdrol? 'Nog niet. Er staan wel wat dingen, maar niet iets als Wilde mossels of Nachtrit. En ik

vraag me ook wel af: hoe lang moet ik er nu weer op wachten? Je hebt een aantal regisseurs die je hoop geven. Toen Willem van de Sande Bakhuyzen stierf, was ik zeer verdrietig, maar tussendoor dacht ik ook heel egoïstisch: fuck, daar gaan weer vijf films.' Binnenkort speel je wel een grote rol in een toneelbewerking van Dogville.

'Ja, geweldig. De film duurde me iets te lang, maar het verhaal is briljant. Lars von Trier weet iets wat ik niet weet. Ik heb Breaking the waves gezien.

In de bioscoop zaten alle vrouwen te huilen en de mannen niet. Dan ben je heel knap bezig. Die vrouwen werden naar buiten gedragen, letterlijk.' Zie je je ooit weer aansluiten bij een theatergezelschap?

'Nee, binnen zo'n gezelschap bevind je je vrijwillig in een soort dictatuur die de schijn van democratie ophoudt. Je mag over alles meepraten, maar uiteindelijk wordt buiten jou om een beslissing genomen. En dan krijg je rollen toegewezen waar je niet achterstaat, maar die je toch moet doen, want je hebt een contract. Waarom zou ik dat doen? Voor een kutsalaris? Mijn beste beslissing, na het veroveren van mijn vrouw, is freelancer te worden. Is financieel en carrièretechnisch zeer profijtelijk geweest.' Terwijl je geen manager hebt.

'Nee. Ik ben de enige acteur zonder manager, denk ik, of bijna de enige. En geen enkele acteur heeft de afgelopen vier jaar meer gewerkt dan ik, want ik was dag en nacht bezig.

Onnodig dus, zo'n manager.' Je onderhandelt zelf over geld. Ben je daar goed in? 'Nee. Maar ach, geld. Leuk dat ik niet te arm ben, maar het interesseert me verder ook geen flikker. Ik bepaal mijn prijs gewoon naar gelang hoe leuk ik het project vind. Ik ben maar één keer genaaid en dat is bij Zwartboek, omdat ik veel te graag wilde. Paul Verhoeven had woedend opgebeld naar Job Gosschalk: ”Ik wil Frank Lammers!”, omdat hij dacht dat ik al vol zat. Had ik veel meer uit kunnen slepen.'

Op de Zwartboek-première werd hij, in nieuwe smoking, voorgesteld aan prins Willem- Alexander. De genodigden rond de prins voerden, zoals gebruikelijk bij zo'n gelegenheid, een nogal oppervlakkig gesprek.

Dat stond je niet aan.

'Nee, als ik ergens niet tegen kan, zijn het wel lulgesprekken. Ik zei ook gewoon: ”Hallo, ik ben Frank Lammers.”Niet ”koninklijke dinges”, want daar zit zo'n jongen helemaal niet op te wachten.' Lammers begon over het filmzaaltje van prins Bernhard, op Soestdijk. Dat vond de kroonprins leuk: die imiteerde treffend het stemgeluid van zijn grootvader: 'Zet de film maar an, hoor.' Máxima kwam er ook nog even bijstaan en die zei dat ze Lammers kende van de televisie. Toen brak een hofdame de boel op.

Jammer.

'Totaal bizarre situatie. Als ik kroonprins was, zou ik tegen zo'n hofdame zeggen: ”Zeg, eh, muts, ga jij nog eens even twee bier halen, en ik maak wel uit wanneer de auto voorkomt.” Maar als zo'n vrouw zegt: ”We gaan”, dan gaan ze.' En daarna? 'Heb ik mijn moeder gebeld. Mam, deze jongen uit Mierlo is ongeveer zo ver gekomen als mogelijk is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden