Drama

Hadewijch

Gang naar geweld is geloofwaardig bij Dumont

Hadewijch is nog te veel met zichzelf bezig. Zo luidt het oordeel van de leiding van het klooster waar de jonge rijkeluisdochter haar dagen doorbrengt met bidden en vasten, als een soort non-in-opleiding. Vasten op zich is prima, merkt een oudere non op, maar dat zichzelf tuchtigen van Hadewijch riekt naar eigenliefde. Men besluit haar uit het klooster te plaatsen, terug de wereld in. Zodat het meisje daar nog eens 'haar liefde voor God op de proef kan stellen'.


Zo begint de Franse filmer Bruno Dumont (La vie de Jesus, Flandres) zijn vijfde speelfilm: als een religieus dan wel mystiek experiment. De kloosternaam van zijn hoofdpersonage verwijst naar de 13e eeuwse Vlaamse mystica die dichtte over de wens tot – en fysieke onmogelijkheid van – eenwording met God.



Maar eenmaal buiten neemt Hadewijch weer haar meisjesnaam aan; Céline. En maakt ze al vlot contact met een jonge Arabier Yassine. Die is werkeloos, onopgeleid en opgegroeid in de banlieu; een groter contrast met het milieu van Céline is niet denkbaar. Haar onverschillige bourgeoisieouders ontvangen de nieuwe vriend van hun dochter in hun met bladgoud behangen pand in het hart van Parijs. Wat doe je zoal? vraagt Célines vader, zelf diplomaat. Niets, antwoordt Yassine.



Zo’n scène vol maatschappelijke en culturele tegenstellingen is een cliché, maar Dumont presenteert het ongedwongen, bijna vanzelfsprekend. Het is hem niet te doen om een zedenschets. De relatie met de jonge moslim – Céline blijft kuis – is slechts één stap in een reeks, die zal eindigen in een vernietigende explosie. Yassines broer, die een Islam-studiegroepje voorzit, ziet in de devote christen Céline een gelijkgestemde. Hij ontfermt zich over het meisje en masseert haar tot een extreme daad.



Daarbij tart regisseur en scenarist Dumont meerdere malen de gevoelens van de kijker die een film ook toetst op geloofwaardigheid. Zeker in het Midden-Oosten, waar Céline de gevolgen van een raketaanval aanschouwt, en op de thee gaat bij militante moslimextremisten.



Tegelijk vallen die grote scenariostappen wel kunstig binnen de eigen logica van Dumonts film: bezien vanuit het dromerige, bijna onthechte perspectief van deze godsdienstwaanzinnige, of simpelweg diepgelovige vrouw, is de gang naar geweld helemaal niet zo ondenkbaar, of zelfs maar grotesk.



Hoofdrolspeelster Julie Sokolowski, een amateuractrice, die niet eerder in een film speelde,vindt daarbij op indrukwekkende wijze een balans tussen dromerigheid, verdriet en verbetenheid. Zacht oogt ze, maar wel tot alles in staat. ‘Het zoetste aan de liefde is de gewelddadigheid ervan’, laat Dumont haar personage zeggen, een overgeleverd citaat van de historische Hadewijch.



Iedere poging om Hadewijch volledig te doorgronden, moet het afleggen tegen de filmer, die waakt voor eenduidigheid. Dumont legt de mystiek – doelbewust of niet – vooral in de dialoogloze tussenmomenten. Als de camera prachtig beheerst van een voor de regen schuilende vogel naar het radeloze gelaat van Céline glijdt, in de kloostertuin. Of wanneer ze achterop een gestolen scooter met Yassine door het Parijse verkeer suist – héél even lijkt Céline écht verlicht. Maar nog altijd niet dichter bij God.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden