Column De jonge Rembrandt

Had Rembrandt maar wat meer getekend in het landschap van zijn jeugd

De drie bomen, Rembrandt van Rijn, 1643. Beeld Rijksmuseum

Al keek hij er in eerste instantie op neer, ook het genre landschapschilderen beheerst Rembrandt als vanzelfsprekend. 

Wat is het jammer dat er geen tekeningen of etsen zijn overgeleverd die Rembrandt maakte van het landschap van zijn jeugd. Geen gezicht op Leiden, geen molen van zijn vader, geen uitgestrekte polder waardoor de Rijn naar de zee meandert. Als we de 16de-eeuwse Italiaanse reisschrijver en kaartenmaker Ludovico Guicciardini mogen geloven, was het landschap rond Leiden betoverend mooi, met ‘lustige beemden, hoven en gaarden’ vol bloeiende fruitbomen en grazend vee. Wat had ik graag door de ogen van Rembrandt naar die paradijselijke tuin gekeken.

Dat de tekeningen en etsen van het landschap van Rembrandts jeugd er niet zijn, valt wel te verklaren. Misschien vond hij ze niet belangrijk genoeg om te bewaren, of tekende hij ze op een tafelette, een wasbordje. Tabula rasa – en alles was eeuwig gewist.

Het kan ook zijn dat hij ze niet heeft gemaakt. Rembrandt wilde historieschilder worden, bijbelse, mythische en wereldse ‘historiën’ verbeelden, en concentreerde zich op de dramatische setting van deze geschiedenissen: emoties op gezichten en verschillende houdingen en verhoudingen tussen figuren. Een historieschilder keek neer op populaire ‘lantschappies’.

Plotseling werd het landschap niet meer louter decor, maar zelf onderwerp. De eerste tekeningen zijn van Friesland, het landschap van de jeugd van zijn vrouw Saskia. Tegen het eind van de jaren dertig begon hij intens de omgeving rond Amsterdam te verbeelden. In de inventaris van Rembrandts bezittingen uit 1656 staan drie boeken en albums vol ‘lantschappen nae ’t leven’.

Met schetsboek, penseel en pen, of etsplaatje, naald en burijn ging hij op stap. Je kan hem op zijn wandelingen zo volgen als hij de deur uitgaat en over de Breestraat de Antonispoort doorloopt in de richting van Diemen. Of naar het zuiden langs de Amstel.

Talent is niet gelijk verdeeld. Ook dit genre beheerste Rembrandt onmiddellijk en vanzelfsprekend. Hij tekende schilderachtig. Raak, los, spontaan.

Op één van zijn allermooiste etsen heeft Rembrandt een arcadisch landschap verbeeld. Waar hij deze precies heeft gemaakt, is onbekend. We schrijven 1643. Amsterdam ligt aan de einder, de eindeloze polder ertussen. Maar hij heeft als regisseur het decor naar zijn hand gezet.

Drie bomen op een wal tekenen zich af tegen het zwerk als de drie kruisen op de berg van Golgotha. Het is een zomerse dag, maar de hemel is vol dreiging. Rembrandts hand maakte strakke, diepe krassen, fijne lijnen, grillige kronkelingen. Hij heeft de etsplaat een paar keer door het zuur gehaald om de wolken te laten warrelen, de wind door de regen te jagen en de zonnestralen te laten branden. Hier staat iets te gebeuren.

Je oog blijft maar dwalen langs de v-tjes van vogels, de standerdmolen zoals zijn vader had, een visser en zijn vrouw aan de kant van de sloot én een vrijend paartje in het duister van het struikgewas. Je ziet ze pas met een vergrootglas.

Rembrandt is er zelf ook. Kijk, daar zit hij, rechts boven op de wal. Met een paar haaltjes van zijn naald heeft hij zichzelf getekend. Breedgerande hoed op tegen het zonlicht, schetsboek op schoot. Aan het werk. Met zijn rug naar het uitzicht.

Kon hij het landschap dromen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden