Had ik dit zelf willen schrijven?

In een vlaag van columnistische zelfoverschatting vroeg ik twee weken geleden wat het verschil is tussen hoge en lage literatuur....

Op deze plek word ik geacht het over boeken, lezen enschrijven te hebben. Zomaar roepen dat die gereformeerdechristenfundamentalisten erin geslaagd zijn onze gevangenen vanhun pornofilmpjes te beroven met de schijnheilige redenering dathun resocialisatie daarmee gebaat zou zijn, terwijl ze diegevangenen louter en alleen uit verwrongen lustgevoel enmoralistische bedilzucht hun masturbatieprikkel misgunnen, datmag ik niet, want het heeft niets met literatuur te maken. En ikwil het ook niet. Ik ben blij met mijn beperking. Als je overalles schrijft, schrijf je algauw over niks.

Deze keer zou ik een verhaaltje willen vertellen. Dat magomdat het met schrijven te maken heeft. Maar het moet niet tevaak gebeuren. De krant is geen verhalenbundel, wat overigensmaar zeer de vraag is als je de artikelen leest over het butsjeop het werkkamer-raam van minister Verdonk of over de terreur dieons land bedreigt en die tot nu toe al zeker aan éénNederlander, een genadeloze opinieterrorist, het leven heeftgekost. Zijn weduwe, Theodor Holman, wil het liefst het legerinzetten, maar Al Qa'ida bestaat niet enOsama bin Laden is allangdood, wat ik u brom. In Pakistan zullen deze winter meer mensenvan de kou overlijden dan er door terroristen over de hele werelddecennialang zijn vermoord. Afrika sterft aan aids en van dehonger, maar de kranten staan vol van de self-fulfilling prophecydie Hofstadgroep heet. Op een bladzijde fictie lees ik vaak meerwerkelijkheid dan in alle dikke weekendkranten bij elkaar.

Maar laat ik eens bij het begin beginnen. Ik wilde het hebbenover een literair beoordelingscriterium dat alleen schrijverskunnen hanteren. Zij vragen zich na het lezen van een roman danaf: had ik dit boek zelf geschreven willen hebben? Maar bij heteerste het beste boek, Stralende dagen van Michael Cunningham,strandde ik al op paradoxen. Ja, als het nog niet geschreven was,zou ik het wel hebben willen schrijven. Maar als ik hetgeschreven had, zou ik het heel anders gedaan hebben. Elkeschrijver met ambitie wil het boek schrijven dat nog nietgeschreven is. Gelukkig ging toen de telefoon en sloeg mijnfantasie op hol.

Er zijn mannen bij wie maar heel zelden de telefoon gaat enals het gebeurt, is het een vrouw die hun Het Parool wilaansmeren. Bij mij gaat vaker de telefoon dan me lief is, maarnu was het inderdaad voor de zoveelste keer een acquisiteur vanHet Parool. De dag was nog jong. De vrouw begon met te zeggen datze me geen abonnement wilde verkopen. Ze wist natuurlijk uitervaring dat mensen anders meteen het gesprek afbreken. Algauwbleek dat ze wel degelijk een proefabonnement in de aanbiedinghad voor een appel en een ei. 'Nee, nee', onderbrak ik haar. Zestopte en wenste me abrupt nog een prettige dag toe, verder.

'U ook', zei ik. Het lukte me daarna niet de draad van ditstukje weer op te pakken. Ik stelde me die vrouw en haar dagvoor. En voordat ik het wist, dacht ik aan een eenzame, werklozeman die verwachtingsvol naar de hoorn had gegrepen en toen dezevrouw aan de lijn kreeg. In plaats van 'u ook' zei hij: 'Nou, datzit er niet in. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik de dag doormoet komen. En jij vindt het vast ook niet leuk om vandaag keerop keer afgescheept te worden door chagrijnige mensen.' Even washet stil aan de andere kant.

'Nee, daar moet ik inderdaad niet aan denken', zei ze. Een uurlater zaten ze in een grand-café. Ze zag dat zijn handen lichttrilden, maar in zijn ogen las ze toch

Ja, dit verhaaltje had ik wel willen schrijven. Als u me numaar niet vóór bent, want dan wordt het wat al te interactiefhier in dit hoekje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden