InterviewLisa Huissoon

Had ik dit maar zelf bedacht: Een boek met herinneringen aan 2.131 ontmoetingen

In het boek Alle mensen die ik ken zet Lisa Huissoon (25) alle mensen die ze kent op een rij, van A tot Z. Wat zegt die verzameling ontmoetingen en herinneringen over haar?

Lisa Huissoon in Arnhem.Beeld Lin Woldendorp

Van alle mensen die Lisa Huissoon (25) kent, heten er drie Martijn. Een van de drie Martijns is haar oud-docent. In haar boek Alle mensen die ik ken, een alfabetische opsomming van alle mensen die Huissoon zich kan heugen, staat een korte typering van hem. Eenmaal aanbeland bij de letter ‘M’ kun je het gerust een typische Lisa Huissoon-typering noemen: Hij vertelde dat toen zijn vrouw weeën kreeg, hij de slaapkamer betrad en ineens merkte dat het licht in de ruimte hem niet beviel. Zijn vrouw ging op bed liggen en hij verwisselde de lampen.

Het spreekt nogal tot de verbeelding, Huissoons idee om iedereen die tot dusver in haar leven voorbijkwam thuis te brengen. Ze verzamelde 2.131 mensen, die in Alle mensen die ik ken stuk voor stuk bij hun voornaam worden genoemd, meestal met een korte vermelding waar ze diegene van kent. Van de middelbare school in Houten, van de camping in Doorn waar ze als kind kwam, van de studie die ze aan de Universiteit Utrecht volgde voor ze begon aan de opleiding Creative Writing aan kunstacademie ArtEZ in Arnhem, van Marktplaats, van Tinder, van het boodschappen doen. 

Lang niet iedereen in de lijst wordt uitgebreider geïntroduceerd. Een ogenschijnlijk willekeurig gezelschap is net als Martijn voorzien van een herinnering, een schets van een karaktereigenschap, een anekdote, een manier van doen, een veelzeggend citaat, een droogkomische observatie of een opzienbarende overtuiging. Huissoon wijdt een hele pagina aan haar geliefde Lieke, hospes Henk en vaste klant Edo van de Albert Heijn To Go, vaker houdt ze het kort:

Max (1), klasgenoot, Creative Writing, ArtEZ, Arnhem: ‘Paars is geen kleur’, vond hij. ‘Paars is een sociaal construct.’

Jacqueline (4), caissière, Lidl, Amsterdamseweg, Arnhem: Jacqueline neemt de tijd.

Bram (4), oudoom; de man van Arie (1), Lewedorp: Elke keer als ik hem zag vroeg hij hoopvol of mijn fiets stuk was, zodat hij hem kon repareren.

Hugo (2), een huisgenoot van Merle, IBB, Utrecht: Hij kwam thuis toen Merle en ik tijdens een paddotrip naar de wc probeerden te gaan. Ik voelde me er extreem schuldig over dat hij ons over de vloer had moeten zien kruipen en bleef maar sorry zeggen.

Met een vroege versie van Alle mensen die ik ken studeerde Huissoon vorig jaar af. Ze won er de Nieuwe Types Afstudeerprijs mee, die ieder jaar wordt uitgereikt voor het beste literaire eindwerk van een Nederlandse of Vlaamse schrijfopleiding. NRC noemde haar ‘met stip de meest originele debutante van 2020 tot dusver’.

Wat Huissoon aan een ander opmerkt, met oog voor een specifiek soort grappig, poëtisch detail, zegt natuurlijk ook iets over haarzelf. Het staat op de achterflap en het leest ook zo: Alle mensen die ik ken is ‘een zelfportret in ontmoetingen’. Huissoon zat op korfbal en toneel, haar ouders zijn gescheiden, ze ging naar festival Best Kept Secret, ze kreeg geregeld couchsurfers over de vloer, ze draagt zwarte onderbroeken van de Hema. Van Aafje tot Zultan stapelen flarden van liefdes, verwaterde vriendschappen, vakanties en hobby’s zich op.

Nee, ze zou zichzelf niet omschrijven als een klassiek lijstjesmens, vertelt ze bij haar thuis in Arnhem. ‘Ik denk wel dat ik een beetje dwangmatig kan zijn, maar ik houd niet veel lijstjes bij. Ik heb er een van mensen met wie ik heb gezoend en een van mensen met wie ik naar bed ben geweest. Maar ik maak bijvoorbeeld nooit boodschappenlijstjes. Ik vind het leuker om naar de supermarkt te gaan en het gewoon maar uit te zoeken.’

Lisa Huissoon: ‘Als andere mensen ook een Alle mensen die ik ken willen schrijven, zou ik dat heel leuk vinden’. Beeld Lin Woldendorp

Waar begin je als je een overzicht wilt maken van alle mensen die je kent? 

‘Ik ben begonnen met mijn huidige directe omgeving. Lieke, vrienden, familie, docenten. Daarna heb ik een tijdlijn van mijn leven gemaakt waaraan ik allemaal mensen kon koppelen, dat was onuitputtelijk. Ik zette alle namen in een Excel-bestand, waarin ik ze automatisch op alfabet kon sorteren. 

In een ander document hield ik per persoon aantekeningen bij. De aantekeningen waar ik het meest enthousiast over werd, werkte ik uit. Dat werden stukjes.’

Welke definitie van ‘kennen’ hanteerde je? 

‘Ik heb geprobeerd tot een sluitende definitie te komen, maar dat lukte niet echt. Je kent volgens mij iemand als je interactie met diegene hebt gehad, of als je iemand bewust hebt geregistreerd.

‘Voor de lijst alfabetisch werd, heb ik nog nagedacht over andere manieren om de mensen te sorteren. Ik bedacht een puntensysteem om te meten hoe goed ik iemand kende, aan de hand van stellingen. Bijvoorbeeld: ik heb met deze persoon in één bed geslapen, of ik ben met deze persoon naar de Ikea geweest.

‘Maar het was natuurlijk geen doen, tweeduizend namen langsgaan en die punten uitdelen. En eigenlijk zegt het ook weinig over hoe goed je iemand kent, of over hoeveel indruk iemand heeft gemaakt. Er zijn mensen die veel indruk op me maken zonder dat ik ze vaak heb gezien, of met ze in één bed heb gelegen.’

Zoals ‘potentiële vriend’ Seth, met wie Huissoon aan de praat raakte in de Action en met wie ze daarna een paar keer afsprak. We stonden lang te kijken bij het rommelige schap met bewaardozen en broodtrommels, alsof we tegelijkertijd in een museum bij hetzelfde kunstwerk waren blijven hangen. […] Seth was op zoek naar het perfecte bakje om mee te nemen in de trein en ik was nergens naar op zoek.

Hij kreeg wel een stukje, je beste vriendin Sophia die je van kinds af aan kent niet. Zij wordt alleen genoemd.

‘Een ontmoeting zoals die met Seth is goed te overzien, maar een lange vriendschap in één beeld vatten is moeilijk. Kies maar eens wat uit als je twintig jaar met iemand omgaat. Ik heb van alles over haar geschreven en lang gezocht naar het beeld dat het meest samenviel met Sophia, maar het bleef lastig om de juiste lading te vinden. Dus viel die tekst uiteindelijk af, terwijl ik er langer over heb nagedacht dan over veel zinnen die het boek wel haalden.

‘Ik had er natuurlijk nóg meer tijd aan kunnen besteden, maar het lukte gewoon niet. Dat is ook mijn onkunde, misschien. Bij zo’n betekenisvolle relatie wilde ik dat het een ode aan diegene werd. Van de mensen die wat ‘willekeuriger’ zijn, maakt het gevoelsmatig minder uit of ik ze precies heb vastgelegd.’

Voelde je je vrij om over iedereen te schrijven wat je wilde?

‘Ja, maar ik vond het soms wel moeilijk om iets bij iemand uit te vergroten, aan te dikken of zelfs erbij te verzinnen. Als het fictie zou zijn, had ik meer vrijheid gevoeld om te schuiven en iets verder van de realiteit af te drijven. In zekere zin werd het alsnog fictief, al is het maar door zo in te zoomen op één detail en de rest weg te laten. Zo’n fragment legt de werkelijkheid niet vast.

‘Ik was me daarvan erg bewust. Af en toe dacht ik: als iemand mij gezien heeft op een moment dat het niet goed met mij ging, en precies dat zou vastleggen, dan zou het niet kloppen met het beeld dat ik van mezelf heb. Daarom was ik ook wel voorzichtig. Ik heb mijn meelezers gevraagd om met die blik naar het werk te kijken: is het vervelend om op deze manier over jezelf te lezen? In dat opzicht ben ik niet genadeloos geweest.’

Het stukje over de bevallende vrouw van oud-docent Martijn liet ze van te voren aan hem lezen. ‘Hij vertelde dit tijdens een les, met allemaal mensen erbij. Ik vroeg me toch af of ik zo’n intiem detail wel kon prijsgeven. Maar hij vond het juist mooi. Hij zei dat zijn leven draait om zulke details. En dat snap ik.’ 

Lisa Huissoon: ‘Het is dat kleine en grote samen waar ik goed op ga’. Beeld Lin Woldendorp

Wat vind jij er mooi aan?

‘Het heeft iets onbenulligs om jezelf bezig te houden met het licht tijdens een bevalling, maar tegelijkertijd is het ook belangrijk dat er goed licht is tijdens zo’n grote gebeurtenis. Het is dat kleine en grote samen waar ik goed op ga. 

‘Vaak zijn het persoonsspecifieke, eigenaardige karaktertrekken die ik onthoud, dingen die alleen die ene persoon op een bepaald moment kan zeggen. Op de middelbare school had ik een vriendin die heel erg van ketchup hield en zij beweerde dat ze aan de hand van de smaak kon zeggen uit welk seizoen de tomaten kwamen. Ze had altijd een reisfles ketchup in haar handtas en smeerde het op alles. Ze bakte een paar uien, roosterde boterhammen en dan besmeerde ze die met ketchup. Wie doet dat nou?’

Ze leest het stukje voor dat ze schreef over Yoko, een vriendin: ‘Yoko vindt het moeilijk als ze door de stad loopt en een appel eet, om het klokhuis vervolgens in een prullenbak te gooien tussen zo veel rotzooi, terwijl die appel voorheen nog aan een boom groeide en geplukt is of op de grond gevallen. Ik wil haar tegen me aandrukken, het is zachtaardig om op deze manier over het einde van een stuk fruit na te denken.’

Huissoon: ‘Wat ik hoop, is dat zo’n slotzin terugslaat op stukjes die je eerder hebt gelezen, waarin ik ook iets zachts in iemand anders heb gezien.’

De recensent van NRC miste venijn. ‘Waarom staat nergens wat ruzie of een portie onmin beschreven?’, schreef zij. ‘Heeft Huissoon aan niemand een hekel, kent zij geen klootzakken?’ Ken jij geen klootzakken?

‘Ik ken wel klootzakken. Natuurlijk zijn er mensen met wie ik geen goede band heb. In die gevallen heb ik geprobeerd genuanceerd te schrijven en duidelijk gemaakt dat het vanuit mijn perspectief is. Bijvoorbeeld de tekst over mijn vader, met wie ik geen contact heb.’

Leest de laatste regels voor: ‘Ik vraag me af of hij met afstand naar zichzelf kijkt. Ziet hij zichzelf als hij door de belastingvrije zone van de luchthaven ijsbeert, en vlak voor vertrek een liniaal met daarop een afbeelding van Tasmaanse duivels voor zijn kinderen afrekent?’

 ‘Ik geef onze relatie summier bloot, zonder dat het venijnig is.’

Ik las een lyrische recensie van een lezer, die aan het denken werd gezet over haar eigen leven en wie daar al dan niet in passeerde. Dat hoor je vast vaker.

‘Ja. Ik vind het fijn om te horen, dat het boek dat teweeg brengt. Mensen die dichtbij mij staan lezen het vooral in de herinnering van mensen die zij met mij kennen, terwijl mensen die verder van mij afstaan het vaker lijken te gebruiken als een reflectie op hun eigen leven.’

Die lezer schreef ook: ‘Het is een boek waarvan je denkt: had ik dit maar zelf bedacht. Maar dat deed je niet en nu is het te laat.’

‘Ik denk niet dat het te laat is. Als andere mensen ook een Alle mensen die ik ken willen schrijven, zou ik dat heel leuk vinden.’

Een tip van Lisa Huissoon voor het schrijven van een soortgelijk boek: ‘begin en wees niet bang om incompleet te zijn’. Beeld Lin Woldendorp

Wat raad je die mensen aan?

Lacht. ‘Nou... beginnen is een tip. Niet bang zijn om incompleet te zijn. Ik herinnerde mezelf daar in het begin aan met een zinnetje onderaan mijn Excel-bestand: ‘Deze lijst is incompleet.’ Ik heb die zin later weggehaald, omdat het volgens mij wel duidelijk is dat je onmogelijk volledig kunt zijn.

De herinneringen komen vanzelf bovendrijven, daar kun je op vertrouwen. Ik begon ineens te dromen over mensen van vroeger. Ook over mensen die helemaal geen directe invloed hebben gehad in mijn leven, zoals de aardige kapper naar wie mijn moeder vroeger altijd toe ging.

‘De poging om zo volledig mogelijk te zijn is op zich al interessant. Je krijgt er veel voor terug. Ik heb een duidelijker beeld gekregen van hoe ik kijk en werk, van mijn fascinaties, de dingen die mij triggeren en iets in mij raken.’

In een kunstcentrum in de Franse plaats Saint-Erme-Outre-et-Ramecourt, waar Huissoon drie weken verbleef en aan haar boek werkte, merkte ze andermaal hoe snel ze zich aan mensen hecht. ‘Het was een residentieplek waar kunstenaars kwamen en gingen. Omdat ik ook meteen over die nieuwe ontmoetingen schreef, kon ik goed voelen wat ze met me deden. Elke keer als iemand die ik aardig vond vertrok, was ik verdrietig. 

‘Ik dacht aan de keer dat we met de ArtEZ-klas naar Berlijn gingen en ik in de trein terug moest huilen omdat ik het zo erg vond dat het voorbij was. Het was een fijne reis geweest. Ik was bang dat we die mooie momenten allemaal zouden vergeten, dat ze eenmaal thuis zouden oplossen en dat er dan niks meer van over zou zijn.’

Is het vastleggen van gedeelde ogenblikken een poging om die angst te beteugelen? 

‘Dat denk ik wel. Ik heb het ook als er vrienden op bezoek zijn en het een heel gezellige avond is, met goede gesprekken. Dan ga ik soms de hele avond niet naar de wc. Ik ben bang dat de sfeer verandert terwijl ik weg ben, dat we ineens in een nieuwe fase van de avond zitten als ik na een paar minuten terugkom.’ 

Is even stil. Dan: ‘Als het een gemiddelde avond is, ga ik wel gewoon naar de wc, hoor.’

Lisa Huissoon: Alle mensen die ik ken. De Arbeiderspers; 232 pagina’s; € 21,50.

Maximaal 150 bekenden

Hoeveel mensen kan een mens kennen? Dat vroegen Simone Eleveld en Thomas Hogeling zich af in De Grote Vragen Podcast van de Volkskrant. Zelf schreven ze uit hun hoofd respectievelijk 355 en 550 namen op, flink boven de cognitieve grens die de Britse antropoloog en evolutiepsycholoog Robin Dunbar aanhoudt. Volgens de theorie van Dunbar kan ons brein maximaal 150 stabiele, sociale verbindingen aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden