InterviewIsabel Lamberti

Haar oma verklaarde haar voor gek, maar Isabel Lamberti bleef filmen in de Madrileense sloppenwijk

Op het filmfestival van San Sebastián won de Spaans-Nederlandse regisseur een New Directors Award voor La última primavera.

Isabel LambertiBeeld Robin Alysha Clemens

Wereldpremière in het nieuwe normaal. Met mondkapje stonden de Nederlands-Spaanse filmmaker Isabel Lamberti en de elfkoppige Madrileense gitanofamilie Gabarre Mendoza eind september op de rode loper van het filmfestival van San Sebastián. In Lamberti’s intieme speelfilmdebuut La última primavera speelt de familie zichzelf, terwijl ze in groeiende onzekerheid wachten op het moment waarop ze hun huis in de beruchte Madrileense sloppenwijk Cañada Real moeten verlaten.

Het bizarre jaar van haar eerste bioscoopfilm – La última primavera werd eerder geselecteerd voor het ACID-programma op het afgeblazen filmfestival van Cannes – kreeg een onverwachte sprankeling toen de jury in San Sebastián Lamberti met de New Directors Award bekroonde. Sinds donderdag draait haar film in de Nederlandse filmtheaters. ‘Ik tel mijn zegeningen’, zegt Isabel Lamberti (33) via Zoom. ‘De bioscopen zijn open. Ik ben blij.’

La última primavera is het resultaat van een fascinerende en langdurige productie. De film laat zich kijken als de ambitieuze opvolger van Lamberti’s afstudeerfilm aan de Nederlandse Filmacademie, Volando voy, uit 2015. Daarin portretteert de regisseur twee Spaanse broers tijdens hun wandeling van school naar huis: een dagelijkse tocht van zo’n drie uur. 

Via vader David hield ze contact met de familie. Tijdens haar twee- à driejaarlijkse bezoekjes aan haar oma in Madrid ging ze ook steevast bij de Gabarre Mendoza’s langs. In eerste instantie gewoon voor de gezelligheid. Maar ook omdat ze vindt dat het werk van een filmmaker niet stopt als de film klaar is: je kunt niet zomaar een verhaal ophalen en dan, tabee, door naar het volgende project.

Lamberti: ‘Mijn oma verklaarde mij voor gek. Beláchelijk dat ik steeds naar die gevaarlijke wijk ging. Ik snapte haar reactie, want de buurt is alleen bekend van beelden in het nieuws: invallen, bendes, drugs. Iedereen in Spanje die niet in deze wijk woont zei hetzelfde: wat weet jíj nou, een meisje uit Nederland? Maar als mensen zeggen dat ik iets niet kan of mag, wil ik het juist.’

La última primavera

Ze stuitte tijdens haar bezoeken op een nieuw verhaal: de grond waarop de wijk is gebouwd werd verkocht aan projectontwikkelaars en de bewoners zouden nieuwe woningen krijgen toegewezen, zonder te weten wanneer. Zo’n achtduizend mensen leefden daardoor jarenlang in onzekerheid. De officiële verklaring van de gemeente: de grond is vervuild, de grootste vuilstort van de stad zit immers om de hoek. Maar het was ook een manier van de overheid om controle te krijgen over een gebied waar nu geen controle was, zegt Lamberti.

Haar voorstel om hun situatie te verfilmen werd goed ontvangen bij de familie. ‘Het maken van de film was zelfs enigszins therapeutisch: we speelden scènes na die in het echt al hadden plaatsgevonden, zoals het moment waarop de uitzetting wordt aangekondigd, én situaties die nog moesten gebeuren. Door die toekomst in de film alvast te spelen, kregen ze gevoelsmatig een soort controle over iets wat in werkelijkheid oncontroleerbaar was.’

Lamberti dacht ondertussen goed na over de vraag of zij de aangewezen persoon was om deze film te maken; filmen buiten de eigen, bevoorrechte bubbel ligt gevoelig, omdat de kans bestaat dat je belangrijke nuances over het hoofd ziet. ‘Ik hield mezelf aan een regel: al mijn oordelen en eigen manieren van denken moest ik loslaten. Dit verhaal moest van binnenuit worden verteld, niet van buitenaf, volgens een vooropgezet idee. Daarom was het voor mij ook kraakhelder dat ik niet met professionele acteurs wilde werken. De familie bepaalde waar de film naartoe ging, niet ik.’

Die aanpak heeft fraaie momenten opgeleverd, die niet van een documentaire zijn te onderscheiden. Lamberti filmde een geweldige scène waarin vader David de stroomtoevoer naar hun huis repareert terwijl hij twee loshangende, knetterende kabels met isolerende handschoenen aan elkaar knoopt. ‘Ze doen dat ongeveer wekelijks, maar voor de film moesten we het naspelen, omdat er op dat moment geen echte stroomuitval was. Ik wilde die scène op een gegeven moment helemaal niet meer filmen. Het was levensgevaarlijk, op die kabels stond echt stroom. Er zal maar net iets misgaan, en dan komt het doordat ik per se die scène in mijn film wilde, dacht ik. Maar ik werd gewoon uitgelachen. Nee joh, zei David, we gaan dit gewoon doen!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden