HAAI VERORBERT GEHEUGEN

In de nieuwe roman van Steven Hall zwemt de haai als een dominante metafoor rond. De lezer wordt een gedachte-experiment binnengeloodst dat een uiterst origineel boek heeft opgeleverd....

Hans Bouman

THet is een van de vreemdste, verwarrendste en origineelste boeken die dit jaar zijn verschenen: Gehaaid (The Raw Shark Texts) van Steven Hall. En dat zit hem niet in de alom geroemde typografische grappen waarmee het boek vol staat, waaronder ruim vijftig pagina’s die je als een flap book langs je duim kunt laten glijden waardoor het beeld ontstaat van van een toesnellende haai. Alasdair Gray, Nicholson Baker, Mark Z. Danielewski en Jonathan Safran Foer zijn enkele van de talrijke hedendaagse auteurs die Hall met typografische speelsheden voorgingen, en laatstgenoemde presenteerde in Extremely Loud and Incredibly Close een veel effectiever flap book.

De werkelijke originaliteit van Gehaaid zit hem in de woorden zelf, niet in de manier waarop ze zijn afgedrukt, hoe aardig de afbeeldingen van uit woorden opgebouwde haaien ook aansluiten bij de thematiek van deze roman. Aan de basis van dit boek ligt een gedachte-experiment waarbij Hall stilstond bij het verschijnsel dat veel Engelse uitdrukkingen over de taal en de overdracht van ideeën een watermetafoor in zich dragen, zoals flow of ideas en stream of consciousness. Stel dat deze stromen leven zouden bevatten, bedacht de auteur, hoe zou dat er dan uitzien?

Gehaaid begint als hoofdpersoon Eric Sanderson verdwaasd wakker wordt op de vloer van zijn appartement en geen idee heeft wie hij is. Alleen doordat hij zijn rijbewijs in zijn zakken vindt, komt hij achter zijn naam. Op een briefje, geschreven door ‘de eerste Eric Sanderson’, wordt hem aangeraden contact op te nemen met dokter Randle, een vrouw die al zijn vragen zal kunnen beantwoorden.

Dr. Randle vertelt Sanderson dat hij zijn geheugen is kwijtgeraakt als gevolg van ‘dissociatieve stoornissen’, die soms ontstaan als reactie op een ernstig psychologisch trauma en de toegang blokkeren tot herinneringen die zo pijnlijk of problematisch zijn, dat de geest ze niet kan verdragen. In Erics geval wordt dat drama gevormd door de dood van zijn vriendin Clio bij een duikongeluk in de buurt van het Griekse eiland Naxos, drie jaar eerder. Het eerste jaar leverde dit incident Eric een grote psychische problemen op, en daarna sloegen ze in volle omvang toe. Gedurende de laatst twee jaar heeft hij liefst elf maal een terugval gehad, die telkens gepaard ging met ernstig geheugenverlies.

In het verleden heeft Eric zichzelf brieven geschreven om die na een terugval te lezen, deelt dr. Randle hem mee. Ze raadt hem aan eventuele nieuwe brieven niet te lezen (of te schrijven). Maar wanneer Eric zo’n brief van zijn vroegere zelf ontvangt, leest hij die onmiddellijk. De brief bevat onder meer de mededeling dat dr. Randle hem niet kan helpen omdat ze zijn ziektebeeld niet goed begrijpt.

In een latere brief vertelt Eric zichzelf dat er jacht op hem wordt gemaakt door een ludoviciaan, een conceptuele haai die rondzwemt ‘in de menselijke interactiestromen en de getijden van oorzaak en gevolg’. Deze haai, die zich voedt met menselijke herinneringen en het besef van identiteit, kiest soms een specifieke prooi en doet zich vervolgens net zo lang aan hem tegoed, tot het geheugen en de identiteit van het slachtoffer volledig zijn verorberd.

Kortom: Eric lijkt te zijn beland in een wereld waarin de gewone en de metaforische werkelijkheid samensmelten. En voorzover dat wat abstract mocht klinken: hij wordt al snel geconfronteerd met een heel concrete manifestatie van de ludoviciaan, eerst via zijn televisiescherm en vervolgens in zijn huiskamer. Gelukkig heeft ‘Eric de eerste’ hem in een van zijn brieven een nuttig verdedigingsmiddel aan de hand gedaan, dat bestaat uit vier dictafoons die hij in de hoeken van zijn kamer moet plaatsen. Deze dictafoons, mits permanent ingeschakeld, vormen een ‘non-divergente conceptuele lus’ waar conceptuele vissen niet doorheen kunnen breken; hij werkt als een soort haaienkooi.

Erics uiteindelijke taak wordt het vernietigen van de conceptuele haai. Hij doet dat in het gezelschap van de kat Ian, het nogal op Clio lijkende meisje Scout en de crypo-conceptuele oceanoloog Trey Fidorous. De zoektocht naar de haai leidt uiteindelijk tot een uitgesproken enerverende, naar het slot van de film Jaws gemodelleerde confrontatie, waarbij de functie van de zuurstoffles in de muil van het monster wordt waargenomen door Erics laptop. Maar wees gerust: ook woorden kunnen heel explosief zijn.

Gehaaid is zo’n beetje de ultieme proeve van intertekstualiteit. De impliciete en expliciete verwijzingen naar films (van Memento tot The Matrix, van Casablanca tot Jaws) en literatuur (van Paul Auster tot Haruki Murakami, van Moby Dick tot de bijbel) zijn legio. Maar het boek maakt geen moment een stoffige of interessantdoenerige indruk. De rijkdom aan allusies is meer het gevolg van ongeremd speels vertelplezier dan van het streven indruk te maken.

Van alle mogelijk invloeden lijkt die van Paul Auster het belangrijkst. Want de actiefilmachtige taferelen ten spijt is dit boek in de eerste plaats een speurtocht door de labyrintische krochten van de geest, om de eigen identiteit vast te stellen. Austeriaanser dan dat krijg je het niet.Hans Bouman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden