Haagse verhalen

STERKE VERHALEN. De troef van een ongenode oom op een verjaardagsfeest, van de vrijgezel op kamers die om een praatje verlegen zit en van het kind dat bang is dat zijn smoesje uitkomt....

Henk Voorwinde vertelt zes sterke verhalen in De glorie van het vaderschap. Ze hebben gemeen dat ze spelen in het Den Haag van de late jaren dertig. Over een bastaardzoon van prins Hendrik - een ongelukje bij een barones met dubieuze politieke voorkeur -, die wordt weggestopt in het gezin van een tramconducteur. Over de zwendelaar en plagiator Wilhelm Walhain, met vijf visitekaartjes en nog veel meer beroepen die door een verleidelijk meisje in de armen van de deurwaarder wordt gedreven. Over een socialistische kapperszoon die uit angst voor zijn vriendjes bij de Jeugdstorm gaat en zijn joodse buurjongen onderuit haalt. Over een foute oom die het met kleine meisjes doet en een verlokkende dolk met hakenkruis bezit. En tenslotte de wonderbaarlijke genezing van een man die aan kanker lijdt en de tijd laat doden door de Haagse verhalen van zijn zoon.

De zoon van de zieke vader in dit laatste verhaal, 'In Letland wonen helemaal geen beren', ooit verloofd en nu weer thuiswonend, maakt zichzelf bekend als een smakelijk verteller: 'Ik was er trots op dat ik zo beeldend kon vertellen dat het water hem in de mond liep.' Dat is toch een ander dan Henk Voorwinde (1929), de schrijver voor wie dit zijn eerste en zijn laatste boek is. Hij overleed vorig jaar, vóór de publicatie van deze bundel.

Het zijn sfeervolle en geestige verhalen, die hij vertelt. In het eerste verhaal wordt de verveelde prins overtuigend neergezet, als hij met zijn strooplikkende gevolg de club bezoekt waar hij de pleegvader van zijn kind tot biljartscheidsrechter heeft benoemd: ' 'U hebt een vrouw', durfde vader Hanno te mompelen. 'U mag zelf kiezen', zei de prins boos. 'U wel.' '

Hanno lijkt een halve zool die in kasteelromannetjes-Duits tegen zijn gebieder hakkelt, maar hij ontpopt zich als een held wanneer de oorlog uitbreekt, de barones ervandoor gaat met de Houzee-schreeuwers en de prins een hartaanval krijgt. De lieve pleegmoeder uit dit sprookje is dan al aan de tering bezweken. Het einde is ontroerend. Beetje drakerig, maar het kan. 'Daar staat die moffenknecht', krijgt de arme tramconducteur naar zijn hoofd geslingerd door de horde die de NSB'ers te lijf wil gaan. 'Vader Hanno week niet. Hij zag de horde op zich afstormen. Toen ze hem op een paar passen waren genaderd, zei hij met heldere stem: 'Ik ben de knecht van niemand. Ik verzorg een ongelukkige jongen.' '

De overige verhalen zijn minder krachtig en minder evenwichtig opgebouwd dan dit titelverhaal. Er trekt een stoet van mislukkelingen voorbij. Mensen die in de keurige armoede van het saaie Den Haag hopen één keer hun slag te slaan en met een zak geld het paradijs tegemoet te lopen. De zekerheid dat dat niet lukt, maakt deze verhalen, hoe luchtig en ironisch verteld ook, behoorlijk voorspelbaar. Zoals het verhaal 'Soms kiest het onheil een reclamebord als bode'. Daarin laat een brave verzekeringsagent zich bedotten door een kneus, die het vroeger op school al achter de ellebogen bleek te hebben.

Door de titel en door zinnen als 'tegelijk bekroop me het onbehaaglijke gevoel dat het prachtige bord nooit zou worden opgehangen' wordt iedere nieuwgierigheid weggenomen. Inderdaad, de gluiperige vriend die een brandverzekering bij hem afsloot, steekt zijn loods in de fik, waarmee hij het bedrijfje van de goedgelovige verzekeraar opblaast.

Soms doen deze verhalen denken aan het vroege werk van Helga Ruebsamen, over Haagse zwervers en drankorgels, en aan de jaren-dertigverhalen van F.B. Hotz. Net als bij Hotz zijn het bij Voorwinde jonge, slimme en veel te mooie meisjes die elk verhaal een beslissende wending geven, terwijl de volwassen mannelijke sukkels het lid op de neus krijgen. Net als bij Ruebsamen wemelt het van pensiongasten en 'commensalen' met onduidelijke bezigheden. Het is mogelijk dat Ruebsamen en Hotz Voorwinde hebben geïnspireerd, maar hun niveau heeft hij niet gehaald. Zijn verhalen snijden minder diep. De evidente treurigheid is iets te vanzelfsprekend en raakt je als lezer niet langer dan het verhaal duurt. Schrijnend wordt het nergens.

De verklaring is vermoedelijk dat Voorwinde het vaak moet hebben van uitzonderlijke typetjes, zoals de beroepszwendelaar Wilhelm Walhain met 'de slepende tred, de zachte, lispelende stem, de enorme haardos, de zware wenkbrauwen boven zijn sluimerende blik', die lijdt aan een of andere aberratie met stront en winden en nog pedofiel is bovendien. Dat is iets te veel van het erge.

Het treurige aan deze bundel is dat er geen vervolg op zal komen, en dat is jammer, want in De glorie van het vaderschap is iemand aan het woord die oog heeft voor de bizarre kanten van het 'gewone' leven en die bovendien met enorm veel plezier vertelt.

Aleid Truijens

Henk Voorwinde: De glorie van het vaderschap.

Meulenhoff; 149 pagina's; ¿ 32,90.

ISBN 90 290 55 537.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden