Haagse echo in Ahoy'

Scepsis overheerste toen North Sea Jazz besloot het Nederlands Congres Centrum in Den Haag in te ruilen voor Ahoy’ in Rotterdam....

Dit is ook Ahoy’. Het plafond is laag, geluiddempend doek hangt langs de wanden. Er komen later nog wat stoeltjes bij, maar wie wil kan zo met de neus op het podium gaan staan. Het moet zo’n zaaltje zijn waar nog wat te ontdekken valt: de crossover van Trio Nuevo bijvoorbeeld, of de mix van freejazz, folk en fastfunk van Robinson, Freitag en Caruso. Zo’n 250 bezoekers kunnen er in.

Of neem deze ruimte, de rijen stoelen keurig in het gelid, de sfeer bijna sereen, de donkerte komt nog wel als de verduisteringsgordijnen voor de vensters zakken. Hier zal vooral de piano de toon gaan zetten, die van Joey Calderazzo of Jason Moran bijvoorbeeld. Combo’s staan er ook, die van Piet Noordijk en Doug Wamble onder meer.

De Volga en de Madeira zijn twee van de veertien podia waarop vrijdag de 31ste editie van North Sea Jazz losbarst, voor het eerst buiten de vertrouwde muren van het Nederlands Congres Centrum in Den Haag, het o zo warme huis waar na drie decennia het geluid van spetterende soli en knisperende brushes zich toch in de muren moet hebben genesteld, tezamen met de zweetdruppels van muzikanten en publiek.

De festivalorganisatie weet dan ook dat in Rotterdam, in deze onbestemde betonkolos, een berg vol scepsis te overwinnen valt. Met wat fantasie is er het klotsen van de Maas te horen, maar dat is toch surrogaat voor de branding die op enige afstand van het NCC ruiste – de grootste criticasters menen dat North Sea Jazz na het vertrek uit Den Haag de naam niet meer waardig is. Directeur Jan Willem Luyken haalt er zijn schouders over op. ‘Het merk is de letterlijke betekenis al lang overstegen. Maar voor wie er aan hecht: deze wereldhaven ligt toch echt aan de Noordzee.’

Het is niet toevallig dat Luyken, vergezeld door programmeur Michelle Kuijpers en logistiek productiemanager Martin van Dongen het eerst de Volga en de Madeira op de bovenste verdiepingen van het complex hebben opgezocht. Het gros van de muziekliefhebbers associeert Ahoy’ met het voormalige sportpaleis, het arena-achtige decor voor optredens van artiesten uit de populairdere genres. Minder bekend is dat zich elders vergaderruimten bevinden die de gedaante van een intieme club kunnen aannemen, en dat in de catacomben kille hallen om te bouwen zijn tot concertzalen. Het kostte alles bij elkaar, schat Van Dongen, wel vijf ton extra; de gemeente Rotterdam draagt bij.

Luyken zwaait boven een deur open en ziedaar, net als in Den Haag, is er ook een dakterras, met een sushi- en whiskybar en een podium onder een piramidetentje. Een brandtrap leidt naar de begane grond, waar tenten zijn opgetrokken. Luyken: ‘Dit geeft het kruip-door-sluip-door idee van toen.’

Want de echo van het NCC is nog volop te horen in Ahoy’. Het concept is honderd procent gehandhaafd, verzekert Luyken. ‘Het North Sea-gevoel moet blijven.’ In zijn beleving: ‘zomer’, ‘blije mensen’, ‘wat eten tussendoor’. Maar onbetwist op één: de muziek op het festival, waar de bezoeker naast confrontaties met grote namen en legenden ook nog ‘blij verrast kan worden’.

Zalen uit het congresgebouw die in de loop der jaren een eigen karakter kregen, dienden als voorbeeld voor de indeling in Ahoy’. Hier zijn ze genoemd naar rivieren, maar de namen van het origineel ligt de medewerkers nog in de mond bestorven. Zo is de Amazon, waar grote kanonnen als Branford Marsalis en Van Morrison zullen aantreden, het equivalent van de ‘PWA-zaal’ in het NCC. De Hudson noemen ze nog de Jan Steen, de Darling per ongeluk de Van Gogh, en pianoroom de Madeira is de Carel Willink.

Wie vermoedt dat het sportpaleis zelf wel de vroegere Statenhal zal vormen, de plek waar zich altijd de meeste toeschouwers verzamelen, komt bedrogen uit: het epicentrum is een reusachtige hal achter het sportpaleis, de Nile. De betonvloer vertoont nu nog strips van beursstands, maar straks zullen er tienduizend bezoekers voor twee podia kunnen staan. De arena zelf, voor de gelegenheid de Maas genoemd, is opgebouwd naar analogie van het Paul Acketpaviljoen. Om het idee van een amfitheater te krijgen, wordt een podium opgebouwd aan de lange zijde. De tribunes aan die kant en de tweede ring aan de overzijde verdwijnen tot nader order achter gordijnen.

Programmeur Kuijpers beklemtoont dat Ahoy’ geen kopie van het NCC is geworden. ‘We hebben ons voortdurend de vraag gesteld: wat kan er beter?’ Zo is de indeling ‘thematischer’: waar in het congresgebouw de aanhang van traditionele jazz bij wisseling van zalen nog wel eens tegen de achterban van funk en soul wilde opbotsen, zijn in Ahoy’ de muziekstijlen meer bij elkaar gerangschikt om onnodig kruisverkeer te voorkomen.

Natuurlijk kennen ze de gevoelens van nostalgie die vrijwel onmiddellijk de kop opstaken nadat twee jaar geleden het besluit viel de wat chique ambiance van de residentie in te ruilen voor de stoere entourage van de havenstad. Ineens kregen de ongemakken van het congrescentrum de status van charmante trekjes. Het wringen door de overvolle gangetjes, de verkrampte zit in de gangpaden, de vergeefse sprint op de trappen naar die act op het dakterras waar je toch niet meer bij kon; zo was en hoort North Sea Jazz te zijn.

Luyken heeft weinig met dergelijke sentimenten. ‘Het ligt echt achter ons. We kijken liever vooruit.’ Er was geen andere keuze, dat wil de organisatie nog wel kwijt. Om de burelen van Europol in Den Haag in het NCC een plek te kunnen geven, ging niet alleen de Statenhal plat, maar moest een complete vleugel tegen de vlakte, met zes, zeven zalen, precies weten ze het niet meer. ‘We waren tweederde van de oppervlakte kwijt.’ Ze hebben op uiteenlopende locaties gezocht naar een alternatief. Alleen Ahoy’ bood soelaas. Luyken, stellig: ‘Zonder Ahoy’ was er geen North Sea Jazz meer geweest.’

Kuijpers: ‘Ik geloof dat we er alleen maar op vooruit zijn gegaan.’ Van Dongen: ‘In Den Haag hadden we 15 duizend vierkante meter, hier bijna 23 duizend.’ Luyken: ‘De bereikbaarheid is veel beter.’ Van Dongen: ‘Er is meer parkeerruimte.’ Kuijpers: ‘In het congresgebouw waren er alleen salades en broodjes voor de muzikanten. Hier krijgen ze warme maaltijden.’ Luyken: ‘We zijn Den Haag niet vergeten. Er gaan gratis bussen rijden.’

Ze gaan enkele dagen voor de opening voor door de nog lege ruimten. De tent van de Congo, waar houten planken op de vloer liggen, moet de sfeer op het dakterras van weleer benaderen, er staat veel wereldmuziek geprogrammeerd. De ‘aluhal’ van de Yukon zal het meest het clubgevoel oproepen, met dance en dj’s onder dak.

De Amazon, die voor de kanonnen, ademt zowaar enige grandeur, met blauwe hemeltjes onder het plafond, rood beklede wanden, en dan moet het tapijt in dezelfde tinten nog worden gelegd. Het is de zaal waarin het meest is geïnvesteerd. Achter de zitplaatsen hangt over de volle breedte van 45 meter dubbel doek, waarna reusachtige matrassen schapenwol van een decimeter dikte de echoput verder dempen. Van Dongen klapt in zijn handen. ‘Hoor je? Nu al droog.’

De geluidsisolatie was een horde. Zal er tussen de zalen geen ‘overspraak’ zijn? Een gespecialiseerd bureau verrichtte metingen voor de akoestiek. Geluidsetjes draaiden enige tijd op volle festivalsterkte. Resultaat: alleen in de zalen Murray en Darling kunnen de podia niet gelijktijdig worden bespeeld. En naast hier en daar plakken schapenwol (165 strekkende meter in totaal) zijn bij enkele ingangen ook sluizen met pakketten steenwol en vezelplaten geplaatst. Van Dongen neemt plaats tussen de klapdeuren. ‘Hoor je? Stil.’

‘Ha, daar is het riet.’ Een auto met aanhanger is het terrein op komen rijden. De matten gaan de ijzeren hekken aan het zicht onttrekken. Nog in bestelling: platanen en buxushagen. Ertussen komen zitjes.

Michelle Kuijpers is verdachtmakingen over knus en kneuter al voor. ‘Nee, er komen niet van die decoratieve New Orleans-huisjes. North Sea Jazz is geen festival dat alleen maar terugblikt.’ Wel is er voor gekozen de huisstijl – zwart-wit foto’s met fletsgroene accenten (steamy green) – op wanden, zuilen en banieren in het hele complex aan te brengen. De vormgevers, studio VollaersZwart, hadden nog een opdracht gekregen: probeer het eens zonder die zwart-wit foto’s. Kuijpers: ‘Er was geen beginnen aan: jazz is zwart-wit.’

Ze voelen zich welkom in Rotterdam, zeggen de organisatoren. Kijk eens naar die gevel van de ingang. Links, in metershoog zwart-wit met banen steamy green, staart Miles Davis de voorbijgangers aan, rechts de zwaar beringde vingers van BB King. In de binnenstad en langs de invalswegen wapperen al dagenlang honderden banieren, podia programmeren lokaal talent om de stad alvast in de stemming te brengen. Luyken voelt het: ‘De vibe is goed.’

Ze zien zelfs een vervolg gloren op de mythische jamsessies in hotel Bel Air, destijds na de concerten in het congresgebouw. Een ommetje te voet in de kleine uurtjes is niet toereikend, wie kans wil maken op het bijwonen van een spontaan concert moet naar het Hilton in het centrum van de stad, waar twee repetitieruimtes zijn ingericht.

Hoe je er binnen kunt komen? Dat is aan het hotel, beklemtoont Luyken. Maar de festivalorganisatie is er van overtuigd dat de Rotterdamse jazzliefhebber zich met een mix van bluf en beleefdheid net zo goed naar binnen weten te praten als zijn Haagse voorgangers deden. Improviseren is ook jazz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden