H U G O C L A U S

Als het erop aankomt, is Hugo Claus een meester in het ontwijken. Hij draait, omspeelt, daagt uit, maar is toch altijd charmant en vermakelijk....

CEES Nooteboom: 'Stelt u zich voor, wij treden op in Madrid met een aantal schrijvers. Komt eerst de Spaanse tv om je te interviewen, dat doe je. Dan komt daar achteraan de Belgische tv, dat doe je ook. En dan komt er een meneertje, die is niet van iets echts, dat zie je zo. Die doet maar wat en probeert dat dan te verkopen.

'Ik ben moe, ik wil niet, ik weiger. Vervolgens zie ik Hugo vanuit een ooghoek achter hem aan sjokken als een eindeloos geduldige, eh, olifant. O jee, denk ik dan, hij doet het wel. En niet uit ijdelheid, denk ik, maar uit een soort plichtsbesef.'

Hugo Claus is aardig, heel aardig. Beminnelijk. Innemend. Hartelijk. Lief.

Zegt daar zelf over (december 1994, tegen Joop van Tijn): 'Ik heb zo'n klein vliesje van voorkomendheid. Dat heb ik zo op de kostschool geleerd. Daar leerde je vooral niet op te vallen, de middelmaat de hanteren. Ik heb gemerkt dat dat verreweg het beste is. Als ik mij zou uitleven, heb ik geen leven meer. Dan zou ik vannacht al in de gevangenis zitten.'

Hij wordt dit jaar 69. In Brugge is hij geboren, Hugo Maurice Julien Claus, op 5 april 1929. Gehaald met een keizersnede. Achttien maanden oud was hij toen hij het ouderlijk huis verliet. Of verliet, dat klinkt al te eigenmachtig, hij werd weggedaan toen zijn broer werd geboren - de tweede zoon, vier zouden het er worden. Het was te veel gedoe, 'zijn moeder werkte', zegt Paul Claes, docent aan de Universiteit van Leuven en gerenommeerd Claus-kenner. Zijn vader was drukker, onder meer.

Bij de nonnen groeide hij op. Op zijn vierde deed hij zijn Eerste Heilige Communie, toén al kende hij het verschil tussen goed en kwaad - Claus heeft het meer dan eens zo gezegd, die twee mededelingen in een adem. Het is typerend voor de ironie die hem bijna nooit verlaat, waarin mildheid en boosaardigheid elkaar op de huid zitten, de hyperbool en het eufemisme smaakmakers zijn, mededogen en onverschilligheid evenzeer aanwezig zijn, naast een geraffineerd gevoel voor humor én het altijd en eeuwige quiz-element van raden maar.

Van Hugo Claus is alles al bekend, toch laat hij voortdurend naar zich gissen.

Afgelopen maandag werd zijn nieuwe roman Onvoltooid verleden, in het najaar als feuilleton verschenen in De Morgen, gepresenteerd bij zijn uitgever, De Bezige Bij. Feestelijk, met oesters. Vroeg de Vlaamse televisieploeg van het programma Leuven Centraal aan de gasten welke brandende vraag zij voor Claus hadden, antwoordde Nooteboom, die al sinds 1956 met hem bevriend is: 'Vraagt u nou eens aan Claus hoe het komt dat wij allemaal niet weten wat er aan hem gevraagd moet worden wat hem nog nooit gevraagd is.'

En Kees van Kooten: 'Beste Hugo, is er iets wat je niet weet?'

Een meester in het ontwijken toont hij zich in interviews, als het erop aankomt. Hij draait zich weg, omspeelt, daagt uit, spits en charmant, op een manier die hoe dan ook vermakelijk is. Op kenvraagjes antwoordt hij direct, en juist. Hij is een liefhebber van (Amerikaanse) kruiswoordraadsels en kaartspelletjes, kijkt op de Franse tv dagelijks naar Questions pour un champion - en wint ook bijna dagelijks, zegt hijzelf. Hij heeft een gigantisch geheugen voor details. Maar ook als pingponger heeft hij een naam op te houden, ofschoon hij het tegenwoordig wat rustiger aan doet met een spelletje pétanque.

'Ik zei toch dat ik rare woorden kan onthouden', zegt Noël, goeiige simpele Noël, de hoofdfiguur in Onvoltooid verleden. 'Reeksen woorden. Wil je d'r meer horen?'

Noël is dom én is een connaisseur. 'Ik zette Thelonious Monk op, met Johnny Griffin tenorsax, Misterioso, 10 minuten, opgenomen in 1958.'

Actrice Kitty Courbois, ooit de geliefde van Claus: 'Met Hugo kun je net zo goed over erwtensoep praten als over literatuur.'

Hugo Claus is een levensgenieter, hij weet wat lekker eten is. Oesters. Darmen. En 'Zurkel. . , zurkelpens?', Cees Nooteboom is even vergeten hoe de Vlaamse lekkernij ook weer heet. 'Ik heb altijd goed met hem gegeten.' Maar recentelijk worden de anekdotes over opa's die zich te goed deden aan reuzel met suiker en oudtantes die voor de lekkere trek varkenspootjes in de dressoirlade bewaarden, en tóch stokoud werden, afgewisseld met zorgelijk gesteun over calorieën en cholesterol. Zelfs 'Montignac' valt wel eens.

Wat?! Montignac? Claus óók?

Nooteboom: 'Dat mag ik niet verklappen.'

Zelfportret van een dorpsidioot, zou de ondertitel van Onvoltooid verleden kunnen luiden - een autobiografische schets. De zot, de onnozelaar, de dorpsgek, Hugo Claus vereenzelvigt zich er graag mee. Het is meer dan koketterie. Claus verkiest de positie van de buitenstaander, hij doet wel een beetje mee met de grote mensen, maar niet echt. Hij kijkt toe, door zijn getinte brillenglazen, en beziet de mens in al zijn vuigheden, zijn overmoed en onvermogen.

Tuurlijk is hij niet onnozel, zegt Jan Vanriet, beeldend kunstenaar die de 'prenten' maakte bij Onvoltooid verleden in De Morgen, en buurman van Claus in Caromb in Zuid-Frankrijk. Integendeel. 'Maar ik kan hem wel volgen. Hij is onnozel in de zin van onhandig, een beetje buiten de wereld. Zo kan hij ook in gezelschap heel afwezig zijn. Dan is hij weer aan het denken.'

Claus is geen denker, zegt Harry Mulisch. Híj is de denker, Claus de dichter. 'Hij is de kunstenaar die denkt in beelden, in taal, in kleuren. Kijk maar naar zijn werk. Hij heeft van alles geschreven en gedaan, poëzie, toneel, film, beeldende kunst, maar geen essays, een genre waarin je geacht wordt te denken. Hogere bespiegelingen liggen hem niet, dat zit niet in zijn genen.'

'Kijken hoort op een natuurlijke manier bij alles wat ik doe', heeft Claus er zelf eens over gezegd, 'meer dan al redenerend de metafysische zin te ontwarren van alles wat ons belaagt en omringt.'

Op tekst-exegeten zit de Vlaamse meester niet te wachten, hij kan er evenzeer over kankeren als over de respons van lezers die hij doorgaans krijgt, of juist niet. Want die is, volgens hem, wat aan de kale kant, betreft alleen de foto op het omslag of komt van halvegaren.

Claus heeft evenals Noël een broertje dood aan 'geleerden', om het even van welk slag. Maar over De mot zit in de mythe, het proefschrift van classicus/filoloog Paul Claes, was hij indertijd dermate te spreken dat De Bezige Bij het op zijn voorspraak uitgaf. 'Ik had dat doctoraat gemaakt zonder hemzelf te raadplegen', zegt Claes. 'Uit voorzorg. Want als je hem iets vraagt, zegt hij de ene keer dit en dan weer dat. Maar hij reageerde heel enthousiast.'

Vrijheidsdrang is het centrale thema, de grootste gemene deler, aldus Claes. Het verzet van Claus geldt niet alleen ouders, familie, kerk, school, het moederland Vlaanderen, hij laat zich nooit en te nimmer vastpinnen op een standpunt. En zoals hij voortdurend switcht van het ene genre naar het andere, van de roman naar de film, en van de poëzie naar het toneel, zo weigert hij ook pertinent zijn succesnummers te herhalen.

Claes: 'Zo'n boek als Het jaar van de kreeft, in die trant had hij er makkelijk nog eentje kunnen maken. Maar dat doet hij niet. Hetzelfde geldt voor Vrijdag. Maar in plaats van een opvolger schrijft hij dan een heel dwars, tegendraads, obscuur stuk.

'Hij is voortdurend bezig te ontsnappen aan zijn eigen routine. Als je hem wilt vatten, moet je dat doen in zijn onvatbaarheid.'

Claus spéélt, hij experimenteert eerder dan dat hij aan een oeuvre bouwt. De dwang van een deadline kan voor hem bijvoorbeeld zwaarder wegen dan de noodzaak van kwaliteit. En hij schrijft maar door, vanuit de 'theorie' dat aldus de kans dat er iets tussenzit dat echt goed is groter wordt.

Mulisch: 'Ik ben het niet eens met die theorie.'

Claus is ook een beetje een literaire Meulendijks, een puzzelmaker. Hij is gul met zijn eruditie, zonder daar, zoals sommige anderen wel doen, al te druk en opzichtig over te zijn. Hij strooit kwistig met citaten of maakt toespelingen op werken uit de grote wereldliteratuur, een beetje in het geniep, voor de fijnproevers, al dan niet verbasterd of verborgen. Kon Claes alleen al over Claus' verwijzingen naar de klassieke oudheid vierhonderd pagina's volschrijven, een ander zou dat kunnen doen over, zeg, Claus en het christendom. 'Dat maakt zijn werk ook heel moeilijk. Als je toevallig zo'n deelterrein kent, krijg je een boekenkast over je heen.'

Zo veranderlijk als hij is, zo vaak is hij ook verhuisd in zijn leven. 'Als het af is, moet hij weg, weer een nieuw ding bouwen', zegt Kitty Courbois over zijn verhuismanie. 'Dan koopt hij een fabriek, een pakhuis of iets anders, een lege ruimte. En als het af is, verzint hij wel weer iets waardoor het niet af is. Dan breekt hij de trap af.'

En vrouwen, ook die zijn er veel geweest. Misschien heeft hij ook wel een 'actrice-manie', oppert Courbois. Zij ziet Claus nog 'af en toe'. Vindt hem nog steeds een zeer innemende persoonlijkheid; hij is een man met heel veel kanten, 'die het leven kent als geen ander'.

Afschermen is een woord dat meer dan eens valt, als het over Hugo Claus gaat. Zijn vriend en buurman Jan Vanriet neemt het bijvoorbeeld in de mond, als het gaat om Claus' gewoonte zijn beeldend werk te bagatelliseren; 'prulletjes' zijn het.

Vanriet: 'Hij wekt de indruk er nonchalant tegenover te staan. Hij wekt die indruk, maar dat doet hij met zoveel dingen. Ik heb daar geen hoogte van. Het is misschien een vorm van afschermen. Ik vind dat geen probleem, je mag niet verlangen dat je iemand ten volle kent. Maar ik denk dat hij veel behoedzamer met de dingen omspringt dan hij zegt.

'Aan de andere kant zijn er steeds weer papieren, manuscripten, die verloren raken, onvindbaar zijn. Dus zo zorgzaam is hij ook weer niet. Maar dat is ook wel een van zijn charmes, die onvoorspelbaarheid. Of eigenlijk is dat het goeie woord niet. Hij is met een hoop dingen helemaal niet bezig.'

Hugo Claus: Onvoltooid verleden. De Bezige Bij, ¿29,50, ISBN 90 234 3762 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden