Review

Guy Ritchie maakt het in King Arthur wel heel bont

Maat houden was al nooit de sterkste kant van Guy Ritchie, maar in deze King Arthur-film maakt hij het wel heel bont. Zelfs de enorme monsterdieren zijn, hoewel visueel indrukwekkend, uit proportie.

Koning Arthur groeide op in een Londens bordeel. Hij was een slimme straatvechter die een soort boevenbende leidde. Althans, volgens King Arthur: Legend of the Sword, een interpretatie van de ridders-van-de-ronde-tafelmythen die puristen ongetwijfeld tot waanzin drijft.

King Arthur: Legend of the Sword (**), actie.
Regie: Guy Ritchie
Met Charlie Hunnam, Jude Law, Eric Bana, Djimon Hounsou.
126 min., in 141 zalen.

Dat zou dan niet de eerste keer zijn bij een film van regisseur Guy Ritchie, die in Sherlock Holmes en The Man from UNCLE ook al iconische verhalen volledig naar zijn hand durfde te zetten. In dit geval doet Ritchies film eerder denken aan zijn hyperactieve misdaadfilms Lock, Stock and Two Smoking Barrels en Snatch, tegen het decor van de fantasy-Middeleeuwen, dan aan een van de talloze eerdere Arthur-verfilmingen.

King Arthur: Legend of the Sword laat zien hoe Arthur zijn kwaadaardige, machtswellustige oom van de troon moet stoten. Deze film moet de eerste zijn in een serie van zes, en eigenlijk is het een vrij klassieke proloogfilm waarin een held met frisse tegenzin de taak aanvaardt waarvoor hij geboren is.

Ritchies bekende loeisnelle montages, het heen en weer gespring in de tijd en de opgefokte muziek verdoezelen dat het script feitelijk maar weinig verrassingen heeft. Ritchie dient alles zo hyper op dat er soms amper een touw is vast te knopen aan de stortvloed aan beelden.

Dat de personages amper echte eigenschappen hebben, wordt gecompenseerd door slimme typecasting (van de mannenrollen in elk geval). Charlie Hunnam (nu ook in The Lost City of Z) is geknipt als ruige, zelfverzekerde held. En Jude Law als gladde, verbitterde koning? Dan denk je dankzij zijn theatercarrière toch even aan Shakespeare, wat de film (onverdiend) meer zwaarte geeft.

Maar emotie weten de acteurs de film niet te geven. Wordt Arthur in een griezelig bos achtergelaten om daar zijn jeugdtrauma's onder ogen te zien, dan grijpen reusachtige vleermuizen hem, en monteert Ritchie het ook nog eens zo flitsend dat het geen moment voelt alsof hij in gevaar is.

Nu was maat houden nooit zijn sterkste punt, maar hier maakt hij het wel heel bont. De film is grimmig en kil op het overdrevene af. Je zou zelfs gniffelend kunnen concluderen dat zelfs de enorme monsterdieren uit proportie zijn. Maar dat maakt de film nou weer net níét zo bespottelijk als het klinkt. De uit de kluiten gewassen olifanten, de reuzenslang, visueel zijn ze indrukwekkend. Daardoor is King Arthur: Legend of the Sword een idioot, murwbeukend, luid, bombastisch rommeltje, dat op momenten toch vermakelijker is dan het zou moeten zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden