Guus Kuijer over het laatste deel van De Bijbel voor ongelovigen

Komende week verschijnt het zesde en laatste deel van De Bijbel voor ongelovigen. De redactie boeken vroeg auteur Guus Kuijer wat hij van het project heeft geleerd.

Guus Kuijer, auteur van De Bijbel voor ongelovigen.Beeld Adrie Mouthaan / de Volkskrant

Ik schrijf al een tijdje, maar ik ben nooit de baas geweest over mijn pen. Toen ik in 1989 Izebel van Tyrus schreef, wist ik niet dat ik ooit de hele Hebreeuwse Bijbel zou gaan 'doen'. Toen ik zeven jaar geleden aan Adam en Eva begon, dacht ik dat het een grapje was. Ik ben nu klaar, want het zesde deel van De Bijbel voor ongelovigen is het laatste deel. Sommige mensen denken dat ik ook nog het Nieuwe Testament ga navertellen. Ik denk van niet, want ik heb nogal een afkeer van een God die zijn zoon laat doodmartelen aan een kruis en die dat ziet als een daad van liefde voor de mensheid.

Hoe komt het dat Gods naam mij als ongelovige niet onverschillig laat? Ik denk dat het komt omdat ik weet dat onze voorvaderen niet achterlijk waren. Ze hebben hun hoop en verlangen eeuwenlang geïnvesteerd in Gods naam. Velen van hen hebben oprecht gezocht naar recht en gerechtigheid, naar een betere verstandhouding van mensen onderling, naar de rol die barmhartigheid zou moeten spelen binnen het recht. Ze noemden hun zoektocht God omdat hun hoop en verlangen behoefte hadden aan een adres. Hoe krakkemikkig hun denkbeelden ook waren en hoe fataal het ook is om aan de letter van hun denkbeelden vast te houden, ik erken dat de zoektocht waardevol was en dat het onverstandig zou zijn het denkwerk van onze voorvaderen op de mestvaalt van de geschiedenis te gooien.

Dat veel denkbeelden uit de Bijbel verwerpelijk zijn, verbaast me niets, veel denkbeelden van tegenwoordig zijn dat eveneens. We zijn sinds de oudheid niet erg opgeschoten. Vooral tijdens het schrijven van deel 6 werd ik regelmatig met de actualiteit van het verhaal om de oren geslagen. Maar laat ik iets eerder beginnen.

Guus Kuijer

De Bijbel voor ongelovigen, deel 6
Judit, Daniël, Suzanna en Ester

Athenaeum-Polak & Van Gennep; 296 pagina's; 19,99 euro

Koning Salomo

Zoals u weet liet koning Salomo in Jeruzalem een tempel bouwen voor zijn God. Maar door wie liet hij hem bouwen? Door Feniciërs. Buitenlanders dus. Gastarbeiders. Het spreekt vanzelf dat die mensen hun eigen Goden aanbaden en niet de zijne. Dat stond hij toe. Maar het gaat nog verder. Salomo trouwde onder meer met een dochter van de farao van Egypte. Als hij die vrouw had gedwongen haar goden af te zweren was dat zeer onbeleefd geweest. Hij liet dus voor haar en voor andere buitenlandse echtgenotes kleine tempels bouwen zodat zij in Jeruzalem hun eigen Goden konden blijven vereren. Salomo werd daar door de profeten om vervloekt, want wanneer je toestaat dat mensen die in jouw land wonen iets anders geloven dan jij, ben je volgens een profeet een landverrader.

Het gaat hier dus om de wijsheid van een koning die weet dat hij ook de koning is van de minderheden in zijn land, contra de filosofie van de profetische zekerweter die iedereen veroordeelt die niet gelooft wat hij gelooft: minderheden dienen zich te bekeren of ze moeten dood.

Tekst gaat verder na de foto.

Koning Salomo, gravure van Gustave Doré (1832-1883).Beeld Getty

Tijdens de regering van koning Achab vermoordde de profeet Elia vierhonderdvijftig Baälpriesters omdat hij gelijk had en zij niet. Dat is de opvatting van elke profeet: je moet iedereen veroordelen die niet gelooft wat jij gelooft. Als je dat niet doet ben je een verrader of een wegkijker.

Een aantal eeuwen later worden de Joden verbannen naar het wereldrijk Babylonië waar ze, dat spreekt vanzelf, een minderheid zijn die niet gelooft wat de Babyloniërs geloven. Wij weten zo langzamerhand wel hoe gevaarlijk dat is. In het Bijbelboek Ester, waarmee ik De Bijbel voor ongelovigen besluit, trof ik opnieuw het verschijnsel aan dat ons nog steeds hevig dwarszit: het onvermogen het anders-zijn van anderen te accepteren.

Dit is in het kort het verhaal:

Koning Ahasveros stuurde zijn vrouw Wasti de deur uit omdat ze ongehoorzaam was. De Joodse historicus Flavius Josephus (37 tot 100 na Christus) schreef in de Joodse Oudheden (zijn Bijbel voor ongelovigen), dat Ahasveros van Wasti hield. Omdat ze hem zichtbaar niet gehoorzaamde waar iedereen bij was, voelde de arme man zich gedwongen zijn mannelijke eer te redden. Het verdriet was groot en daar moest iets aan worden gedaan. Er werd een schoonheidswedstrijd gehouden waaruit een nieuwe koningin moest voortkomen, en Ester won die wedstrijd. Ze was Joods, ze heette eigenlijk Hadassa, maar niemand mocht dat weten, ook de koning niet, want voor het eerst in de geschiedenis was er sprake van antisemitisme.

In dit verhaal is een zekere Haman de Hitler van Babylon. Hij stookt de koning op tegen de Joden. Dit zegt hij van ze:

'Het is een volk dat zijn eigen leven leidt. Ze houden zich niet aan onze wetten.'

Hij beweert dus dat mensen die hun eigen leven leiden criminelen zijn. Je mag kortom geen eigen leven leiden want dan verraad je de cultuur van het land waarin je woont. Mensen die een eigen leven leiden zijn landverraders.

U herkent ongetwijfeld deze opvatting: een mens die niet leeft, denkt, praat zoals ik, deugt niet.

Haman gedroeg zich als een profeet. Zijn gelijk was absoluut. Zijn eindoordeel luidde daarom: 'Ze moeten worden uitgeroeid.'

Koning Ahasveros stemde daarmee in. Er werd een bevel uitgevaardigd dat 'het volk' de opdracht gaf de Joden uit te moorden, maar koningin Ester greep in en redde de Joden. Einde verhaal.

Ik ben nooit de baas geweest over mijn pen. Zes jaar lang heb ik gewerkt aan De Bijbel voor ongelovigen en ik begrijp nu pas waarom. Dit is het voornaamste wat ik heb ontdekt: er zijn in de Bijbel mensen die de waarheid zoeken en er zijn mensen die de waarheid weten. Het type profeet weet de waarheid en hij haat iedereen die anders denkt dan hij. Dat type bestaat nog steeds. Het populisme is een religie.

Twist

Guus Kuijer (74) werd bekend als kinderboekenschrijver van onder meer de bestsellers Met de poppen gooien, Krassen in het tafelblad, Polleke en Het boek van alle dingen. In 2012 verscheen het eerste deel van zijn De Bijbel voor ongelovigen, waarin hij de bijbelverhalen een verfrissende, tegendraadse twist geeft.

In het laatste deel, dat volgende week verschijnt, gaan de meeste verhalen over het ontstaan van het antisemitisme en de reactie van de Joden daarop. Zoals het verhaal over de Joodse Ester die in Perzië haar volk weet te redden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden