achtergrond

Gurre-lieder van Schönberg is obsessie voor maestro's

Wat is dat toch met dirigenten en de Gurre-Lieder? Vier redenen waarom de compositie van Schönberg uit 1911 een obsessie is voor maestro's.

Beeld X

Alsof hij de hemel ziet opengaan en engelen ziet neerdalen. Dat is de uitdrukking op het gezicht van dirigent Reinbert de Leeuw tijdens de slotnoot van de Gurre-Lieder, zoals te zien in de documentaire Extase. De dirigent wilde het monumentale stuk één keer in zijn leven dirigeren, en in 2011 krijgt de dan 72-jarige eindelijk de kans. Dat er twee uur lang een camera op zijn gezicht gericht staat, vergeet hij. Hij schudt de Grote Schoonheid de hand, zo lijkt het in die extatische laatste noot.

Vanavond krijgt een andere dirigent de zeldzame kans de Gurre-Lieder van componist Arnold Schönberg uit te voeren: Marc Albrecht, chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest en de Nationale Opera. En voor het eerst in de geschiedenis, sinds het stuk in 1913 in première ging, is er een scenische productie van gemaakt. Tot nu toe werd het laat-Romantische liefdesdrama, een cantate meets symfonisch gedicht van bijna twee uur voor solisten, achtstemmig koor en een orkest van gigantische omvang, alleen in concertvorm uitgevoerd. Terwijl het mythische verhaal, over de moord in kasteel Gurre op de minnares van koning Waldemar, een volwaardig drama heeft. Pierre Audi tekende voor de regie bij De Nationale Opera, een 'vurige wens' van Albrecht.

Wat is dat toch met dirigenten en de Gurre-Lieder? Het is ook de laatste wens van de bijna 90-jarige Pierre Boulez, die na een cd-opname in de jaren zeventig al jaren tevergeefs probeert wederom een uitvoering voor elkaar te krijgen. 'De Gurre-lieder achtervolgen me sinds lange tijd', zegt Albrecht. De Duitse dirigent kreeg twee keer eerder in zijn carrière de kans het uit te voeren: twintig jaar geleden in Darmstadt en drie jaar geleden in Straatsburg en Parijs. 'Sinds die keer in Darmstadt is het een blijvende fascinatie.'

Om vier redenen zijn de Gurre-Lieder de heilige graal voor maestro's.

1 Omdat het stuk een mammoettanker is

Het stuk is de Airbus A380 van de klassieke muziek. De bezetting staat vermeld in het Guinness Book of Records. Nodig zijn een orkest van minstens honderd instrumentalisten (waaronder acht fluiten, vijf tuba's en zeven trombones), drie mannenkoren, een gemengd koor, een verteller en vijf solisten. Bij de wereldpremière in 1913 in Wenen, gedirigeerd door Franz Schreker, deden er 757 musici mee; De Nationale Opera houdt het klein, op 233. Dat vereist, behalve een groot budget, een flink podium. In de zaal van de Nationale Opera en Ballet zijn de eerste twee rijen stoelen weggehaald om de orkestbak te vergroten, en achterin konden de muren naar achteren. De meeste operahuizen hebben deze capaciteit niet.

Door de omvang moet je de Gurre-Lieder echt in de zaal horen, en niet op Spotify. Van het werk is weliswaar een aantal geluidsopnamen gemaakt, maar ook op een cd komt het niet volledig tot zijn recht. 'Dat is als een knullig fotootje van een overweldigend landschap', zoals De Leeuw het in de documentaire zegt.

Voor een dirigent is het de uitdaging de massieve groepsklank gedisciplineerd te houden. 'Ik moet koel blijven bij de grootste uitbarstingen in de muziek', zegt Albrecht. 'Het kan te veel zijn, te bombastisch. Maar ook als de muziek beheerst tot uitbarsting komt voel ik het effect, in mijn maag.'

2 het is de laatste stuip-trekking van de Romantiek

Schönberg is de uitvinder van de dodecafonie, het twaalftoonsysteem dat we atonale muziek noemen. Voor veel muziekliefhebbers houdt de muziek op bij hem: Schönberg schreef onnavolgbare herrie en vermoordde de schoonheid. Zo zagen ook veel tijdgenoten zijn ideeën, die hij vanaf 1909 ontwikkelde.

De verbazing was dan ook groot toen in 1913 de Gurre-Lieder in première gingen. Hè, kon Schönberg ook Wagneriaanse bedwelmende muziek schrijven? Bravo! Schönberg was er echter in 1901 aan begonnen en voltooide het in 1911. Zijn stijl was toen al ver voorbij de Gurre-Lieder. Hij was dan ook de enige die niet enthousiast was tijdens het eerste concert; het enige succes dat hij in zijn carrière heeft gehad, smaakte bitter.

'In de Gurre-Lieder vat Schönberg de Romantiek nog één keer samen', omschrijft De Leeuw het. De woelige tijdgeest van het fin de siècle is haast hoorbaar in deze muziek. Wagner had kort daarvoor de grenzen van de Romantiek al opgerekt met zijn opera Tristan en Isolde, waarin de tonaliteit instabiel wordt, met dolende septiem-akkoorden. Het stelde de grote componisten voor een probleem: wat doen we nu? Richard Strauss en Verdi hebben jarenlang geen opera meer kunnen schrijven. Maar de autodidact Schönberg, die Wagner goed had bestudeerd, pakt de draad op aan het begin van de Gurre-Lieder en eindigt bijna in de atonaliteit. Het einde wijst vooruit naar de toekomst, naar de kunst van de 20ste eeuw.

'De harmonieën zijn ingenieus en experimenteel', zegt Albrecht. 'De lagen in de klank zijn uniek, zelfs binnen Schönbergs oeuvre. In het voorlaatste deel, de Sommerwinde, klinkt boven de melodie een aanhoudend hoge toon, de B, van piccolo's. Het moet zo zacht gespeeld worden - pianississimo - dat het onmogelijk uit te voeren is. Wij hebben de piccolo's vervangen door orgelpijpen. Het klinkt niettemin zo nieuw, zo futuristisch. Terwijl je daarvoor anderhalf uur naar laat-Romantiek hebt geluisterd. Op het einde van de Gurre-Lieder verlaat Schönberg de veilige grond van de 19de eeuw. De laatste maat is een totaal andere wereld dan de eerste.'

3 En toch heeft het adembenemend veel details

Het strijkorkest, dat gewoonlijk is opgedeeld per instrument en in twee groepen violen, heeft een partij als een kamermuziekstuk, vertelt Albrecht. Elke lessenaar heeft in de opening van het stuk andere noten. 'Zelfs Strauss maakte niet zulke gedetailleerde muziek. Dan zit je met zo'n XXXL-orkest, maar het klinkt soms zacht en intiem alsof er alleen maar solisten zitten. Wat dit betreft heeft het stuk niets meer met Wagner te maken, de instrumentatie is totaal nieuw. Op elke pagina van de partituur staat een ander wonder.' Dat is ook de aanpak die hij met het 'NedPho' wil benadrukken. 'Vroeger volgde ik meer het Wagneriaanse pad in de muziek, nu wil ik vooral al die verschillende lijnen laten horen, de verticale structuur.'

De muziek is daarnaast bijzonder beeldend, legt hij uit. 'In de symfonische delen hoor je, zonder dat er wordt gezongen, wat er in het drama gebeurt, de actie zit in de muziek besloten. Net als bij filmmuziek, eigenlijk.' Als in het stuk de doden opstaan uit hun graven, klinkt het geluid van kettingen in het orkest. 'De doden zijn gevangenen die om vrijheid roepen, suggereert de muziek. Ik vind dat adembenemend.' Daarom werkt een opera-opvoering goed voor dit stuk, zegt Albrecht. 'Ik heb het altijd bijna regisseurachtig gedirigeerd: hoe het koor moet bewegen, hoe de zangers rennen, ik zie dat in de muziek.'

Beeld Joost van den Broek

4 Het verhaal is ook nog eens mooi

Het drama van de Gurre-Lieder, ontleend aan de Deense gedichten van Jens Peter Jacobsen, die zich door een middeleeuwse legende liet inspireren, is snel verteld: In Gurre (een echt bestaand kasteel, heden een ruïne) bemint koning Waldemar zijn geliefde Tove bij het vallen van de nacht. Maar zijn vrouw is jaloers en laat Tove vermoorden. Van de moord wordt vervolgens verslag gedaan door de Woudduif, een vogel die net zo goed de geest van Tove kan zijn. Na een symfonisch intermezzo klaagt de bedroefde Waldemar God aan om zijn wreedheid.

Dan, in het derde deel, roept Waldemar de dode zielen op, die in een nachtmerrie-achtige scène rond het kasteel razen. Het stuk eindigt met de zonsopkomst, waarin alle koren pas meedoen; een oorverdovend, oogverblindend einde. Vergeleken bij de kracht van de natuur is al het menselijk leed een zucht, suggereert dit sublieme slot.

'Het verhaal is een sprookje, een liefdesdriehoek. Maar dat is bijna elke opera', zegt Albrecht. De Gurre-Lieder hebben meer lagen, het is tegelijk een mystiek drama. 'Het is het verhaal van de hele mensheid, het gaat over de schepping, over leven en dood, over transformatie. Het stuk begint in het donker, maar aan het einde leiden engelen de zielen naar het licht. En dit licht is niet het intieme, lieflijke licht van een zonsopgang; het is gewelddadig, het doet pijn aan je ogen.'

Het doet de maestro denken aan een schilderij van Jeroen Bosch. 'Omdat het zo droomachtig is, of eerder een nachtmerrie. En nu het in een theatrale bewerking wordt uitgevoerd, wordt die droom zichtbaar.'

De Gurre-Lieder gaan vanavond in première in Nationale Opera & Ballet in Amsterdam, daar t/m 23/9.

De Stopera in Amsterdam. Beeld anp

Tien repetities

De première van de Gurre-Lieder, gedirigeerd door Franz Schreker, vond plaats in de Musikverein in Wenen op 23 februari 1913. Het publiek was dolenthousiast. Schönberg zelf was dat niet. Volgens ooggetuigen weigerde hij naar het publiek te buigen. Hij bedankte alleen het orkest met zijn rug naar de zaal. Voor hem was het wrang dat hij eindelijk succes had met een muziekstijl die hij zelf al lang achter zich had gelaten. Uit zijn brieven blijkt bovendien dat de organisatie van het concert een ramp was. De partituur was slordig gekopieerd, de dirigent begon veel te laat met studeren, er waren te weinig repetities. 'Slechts tien repetities met dat belabberde Tonkünstler Orkest!!', schreef hij aan zijn uitgever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden