Gun staat en burger geheimen

Overtuigend pleidooi voor het 'Recht op Duisternis'

Dwars tegen de tijdgeest in houdt Paul Frissen een overtuigend pleidooi voor het 'Recht op Duisternis'.

Foto .

We zijn gewaarschuwd als we dit lezen, omdat we onderhand bekend zijn met de consequenties die aan het idee kleven: 'Oorlog is vrede, vrijheid is slavernij, onwetendheid is kracht.' Misschien herkent u dit citaat ogenblikkelijk, afkomstig uit de klassieker Nineteen Eighty-Four van George Orwell, gepubliceerd in 1949, toen er in veel kringen nog romantische ideeën bestonden over de voordelen van de communistische staatsdictatuur. Inmiddels weten we beter, ook zonder die verwijzing naar Orwell. 'Oorlog is vrede, onwetendheid is kracht' - zelfs de meest ongeoefende lezer voelt nattigheid wanneer hij dit soort double-speak leest.

Maar nu deze leus: 'Geheimen zijn leugens, delen is mee-leven, privacy is diefstal.' Misschien dat bij het laatste deel van de slogan nog een wenkbrauw omhoog schiet, maar die andere twee beweringen, vooral het zoetsappige 'delen is mee-leven' - dat klinkt toch heel open en menswaardig.

Dictatuur van de transparantie

Die laatste leus komt uit de roman De Cirkel, die de Amerikaanse auteur Dave Eggers een paar jaar geleden publiceerde. Daarin voegt hij een nieuwe dimensie toe aan de dystopie die Orwell meer dan zestig jaar geleden voorzag. In De Cirkel wordt de dictatuur van de transparantie beschreven, het gebod van de totale openheid, die dit keer niet door de staat, maar door bedrijven en burgers zelf wordt gepropageerd. En met die clichés over delen, mee-leven, geheimen en diefstal, belanden we abrupt in onze huidige netwerk- en informatiemaatschappij, waar organisaties als WikiLeaks het geheim per definitie als vijand hebben ontmaskerd (Assange, Snowden), en waar transparantie het hoogste en laatste gebod lijkt voor een open samenleving. Zie Facebook, Twitter, Instagram, Google: wij staan met elkaar in verbinding, open en bloot, en dat is ons laatste bestaansrecht.

Sowieeso is het al een verademing dat een bestuurskundige als Paul Frissen, in zijn boek Het geheim van de laatste staat, er niet voor terugdeinst om naast politiek-filosofische ook literaire bronnen aan te boren, om zijn 'kritiek van de transparantie' te verwoorden. Frissen wil 'het afschuwwekkende karakter tonen van een volledig transparante wereld en het belang, de heilzaamheid en de schoonheid van het geheim laten zien'.

Ruis op de lijn

Dit is niet zomaar vloeken in de kerk, dit is vloeken in een kerk die uitdrukkelijk geen kerk meer wil heten, en zichzelf tooit met seculiere idealen als openbaarheid, doorzichtigheid en gemeenschapsvorming, om de wereld voor de laatste keer beter te maken - en nu echt. Kernwoord bij dit transparante ideaal is 'communicatie', dat te pas en te onpas wordt gebruikt, als de kernwaarde van een samenleving.

Ik geef als voorbeeld een willekeurige zin uit de alledaagse praktijk. Een chef, die geen chef meer heet maar projectbegeleider, is niet tevreden over de prestaties van zijn medewerkers. Zo'n man of vrouw zegt niet: 'Dit is onvoldoende, ondermaats', maar stelt de retorische vraag: 'Hebben we dit niet helder genoeg gecommuniceerd?' Hier worden alle machtsverhoudingen schijnbaar opgeheven, en ook de mogelijkheid dat de medewerkers het niet eens zijn met de opdracht wordt bij voorbaat uitgesloten. Elke tegenvallend resultaat is te herleiden tot een communicatieprobleem, een gebrek aan helderheid. Ruis op de lijn. Maar met de lijn zelf is nooit iets mis. In een totaal transparante wereld bestaan geen conflicten, hooguit 'misverstanden'.

Schijnbare tegenstelling

Frissen reageert op die verdwaasde, quasi-democratische openheidsmanie als een liberale denker die in de traditie staat van de Engelse filosoof Isaiah Berlin, die al stelde dat vrijheid de (problematische) kern vormt van de democratische rechtsstaat, meer nog dan die andere twee waarden: gelijkheid en broederschap.

En individuele vrijheid kan alleen bestaan bij gratie van het geheim - het privéterrein waartoe de staat niet zomaar toegang heeft, omdat de politiek niet alles is en niet alles politiek. Tegelijkertijd is het de taak van de rechtsstaat zijn burgers te beschermen en daarvoor zijn (soms) geheimhouding en geheime operaties nodig.

Zo komt Frissen tot zijn paradox - dat wil zeggen: schijnbare tegenstelling, geen contradictie: 'Zonder geheimen is de burger niet vrij, en zonder geheimhouding kan de staat de vrijheid van de burger niet beschermen.' Juist een waarachtig privéleven eist op gezette tijden dat de staat het geheim van de burger beschermt door zelf geheimen te hebben.

In totalitaire maatschappijen kent de staat geheimen om zijn eigen voortbestaan zeker te stellen, in democratische samenlevingen hoort de bescherming van burgers de eerste en doorslaggevende reden te zijn. Het staatsgeheim is uiteindelijk een middel.

Frissen verwijst ook naar de socioloog Max Weber, die lang geleden de modernisering en 'onttovering' van de wereld al beschreef als het idee dat 'er per definitie geen geheimzinnige en onberekenbare machten zijn die een rol spelen, maar dat we integendeel alles - in beginsel - door berekening zouden kunnen beheersen'. Hier zien we al de kiemen van de transparantie-mythe, die in laatste instantie een beheersings- en maakbaarheidsmythe is.

Recht op duisternis

Frissen pleit, niet onpolemisch, voor een 'Recht op Duisternis', dat zowel de burger toevalt, die tegen de uitdrukkelijk adviezen van de overheid in toch zijn obese of alcoholistische leven leidt, maar dat ook de politieke macht toekomt, omdat ook daar het geheim en de beslotenheid soms nodig zijn om effectief te kunnen functioneren. De burger zelf is dubbelzinnig: die wil vrijheid én begrenzing, geheim én transparantie - zie ook het gemak waarmee lief en leed 'gedeeld' worden via sociale media, en waarmee Google inzicht krijgt in onze meest directe behoeftebevredigingen. Dat levert gebruikersgemak op én verlies aan privacy.

Frissen is de liberale denker die ons blijft voorhouden hoe belangrijk dat 'geheim' of 'privé' is, ook nu het begrip 'deeleconomie' synoniem lijkt te zijn met altruïsme en algehele medemenselijkheid.

Bepaald indrukwekkend is Frissen wanneer hij uitlegt waarom hij deze titel voor het boek heeft gekozen: 'Ik zie (...) de laatste staat als een rechtsstaat, veel minder dan als een verzorgingsstaat met omvattende en ingrijpende ambities.' Hier kiest de bestuurskundige Frissen uitdrukkelijk voor de lijn van eerder genoemde Isaiah Berlin, die met zijn begrip van 'negatieve vrijheid' de staatsbemoeienis streng afbakent - ook als daar hele leuke dingen voor linkse mensen van mochten komen.

Ik werd lyrisch van dit boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.