Interview Mocromode

Gucci, Versace, Dolce & Gabbana: Het belang van dure merkkleding voor Marokkaanse jongeren

 Youtubers Omar en Mokhtar spelen de hoofdrol in de documentaire Mocromode, over de rol van designerkleding in het leven van Marokkaanse jongens. V gaat met ze uit winkelen. Wat maakt Gucci en Versace voor hen zo onmisbaar? 

Mokhtar Sghiri (22) en Omar Lachiri (24) shoppen in Rotterdam. De Gucci-pantoffel. Foto Florian van Roekel

Het loopt tegen de middag als Omar en Moggie een schoen beginnen te aaien. Of eigenlijk: een pantoffel. ‘Deze is high class’, zegt Moggie. Met zijn rechterhand houdt hij de zwartleren Gucci-pantoffel voorzichtig omhoog, terwijl zijn linkerhand het lamswollen voetbed streelt. Naast hem laat Omar zijn vingers even langs het groen-rood-groene bandje glijden tot aan het logo, de dubbele letters G van goud.

Andere klanten in de Rotterdamse schoenenwinkel werpen nieuwsgierige blikken op de schoen en de twee jongens die hem intens bewonderen. ‘Deze schoen heeft alles’, zegt Moggie. ‘Deze schoen moet je verdienen.’ 

Hij zal het proberen uit te leggen. Neem de voorkant: ‘Die is zakelijk, simpel.’ Een neus van zwart leer met overdwars een bandje in de Gucci-kleuren. ‘Groen en rood, net als de Marokkaanse vlag.’ Dan de open achterkant, waar plukken karamelkleurige wol uitsteken. ‘Die is gewoon, hoe zeg je dat, elegant.’ Moggie voelt even aan zijn lange zwarte krullen, die hij in een knot heeft gebonden. ‘Bij deze schoenen zou ik het los dragen.’ Een blik naar zijn benen. ‘Die zou ik harder moeten trainen.’

Mocromode

De volledige naam van Moggie is Mokhtar Sghiri (22). Samen met zijn neef Omar Lachiri (24) runt hij het YouTubekanaal Dumans.nl’ waarin de jongens verslag doen van hun leven in Roterdam-Zuid. Dankzij hun ruim 37 duizend abonnees verdienen ze daar in een goede maand 2.000 euro mee. Sponsors voorzien hen van gratis kleding, in ruil voor publiciteit.

De twee neven spelen ook de hoofdrol in de VPRO-Dorst-documentaire Mocromode, over de rol van designermode in de levens van Marokkaanse jongens. De film, die zaterdag in première gaat, volgt het dagelijkse leven van Omar en Moggie, dat zich grotendeels in de kapsalon lijkt af te spelen. Daar laten ze hun haar ‘straighten’ en bespreken ze hun nieuwste aankopen.  

Mokhtar Sghiri (22) en Omar Lachiri (24) shoppen in Rotterdam. Foto Florian van Roekel

Voor de gelegenheid gaat V een middag mee winkelen in het centrum van Rotterdam. Wat is de aantrekkingskracht van Gucci, Versace en Dolce & Gabbana?

Eerste stop: schoenenwinkel Shoebaloo. Een glimmende zaak, waar schoenen als kunstwerken staan opgesteld in neonverlichte nissen in de muur en de prijzen met gemak de 500 euro passeren. ‘Deze zijn dik!’ Omar houdt een paar schoenen omhoog naar Moggie. Even staren ze in eerbiedige stilte naar de gympen. ‘DG’ staat er in grote letters op, Dolce & Gabbana. Daarnaast een plaatje van een rood hart met vlammen en teksten als ‘no way’ en ‘just pizza’.

Met schoenen is het net als met velgen, zegt Omar. ‘Ze veranderen alles, je hele uitstraling. Moet je zien wat er gebeurt als ik deze schoenen aantrek.’ Nog voor hij het effect kan demonstreren, is zijn oog al op een ander paar gevallen. Witgouden Versace-sneakers dit keer. Zoals veel schoenen die naar hun smaak zijn, kost dit paar 750 euro. ‘Deze zijn hoger’, zegt Omar. ‘Als je deze draagt, word je heel anders behandeld op straat. En je krijgt meisjes die hoger zijn. Móóier.’

Stigma

Omar en Moggie behoren tot ‘de meest gestigmatiseerde groep van Nederland’, zegt regisseur Soufyan el Hammouti (28). Samen met filmmaker Elise Roodenburg (29) onderhield hij het afgelopen anderhalf jaar intensief contact met de twee neven voor hun documentaire. ‘Over Marokkaanse jongens bestaan veel negatieve vooroordelen. De kleding die ze dragen, speelt daar een grote rol in.’

Wat hielp bij het maken van de documentaire is dat El Hammouti zelf een Marokkaanse achtergrond heeft: zijn vader is Marokkaans, zijn moeder is Nederlands. Hij groeide net als deze jongens op in een achterstandsbuurt, in het Amsterdamse Geuzenveld. Met mode heeft hij ook veel: El Hammouti werkt al jaren voor een schoenenlabel.

‘Een groot verschil is dat ik, toen ik opgroeide, juist niet geassocieerd wilde worden met dure merkkleding. Mijn vrienden en ik wilden weg uit de wijk, we wilden de vooroordelen die over Marokkaanse jongens bestaan ontkrachten.’ In Mocromode probeert El Hammouti te achterhalen waarom Moggie en Omar juist wel voor designerkleding kiezen en wat die voor ze betekent.

Mokhtar Sghiri (22) en Omar Lachiri (24) shoppen in Rotterdam. Foto Florian van Roekel

‘Kijk die haartjes, je kunt ze bijna aanraken’, Omar werpt een liefdevolle blik op een Dolce & Gabbana-pet in een glazen vitrine. Zijn hand streelt het glas boven de pet, glijdt dan naar een riem in panterprint van hetzelfde merk die ook in de vitrine ligt. ‘Kijk’, zegt hij. ‘Als ik rijk was, zou ik die combineren met die.’ Hij wijst op een handtas voor mannen zonder hengsels (‘dat noem je een bag’) van Fendi, in dezelfde kleuren. De riem kost 250 euro en de tas 720 euro, in de aanbieding. 

Met een grijns naar Moggie: ‘Ik sla gewoon die ruit kapot.’

Van de vooroordelen over jongens met een Marokkaanse achtergrond in dure merkkleding zijn de vloggers zich bewust. Ze maakten in de herfst een video met de titel €3000,- KLEDING PASSEN EN WEGRENNEN!. Omar: ‘Alles was in scène gezet, het was een grapje. Maar iedereen geloofde het.’ Laatst vroeg de buurman van Omar hoe hij aan al die dure kleding komt. ‘Ik ken hem al heel lang, en toch moet hij dat vragen. Denkt hij dat ik het gejat heb ofzo?’

Omar begon op zijn 16de merkkleding te dragen, omdat een vriend ermee bezig was. ‘Hij kreeg respect van de oudere jongens en kon met meisjes praten.’ Dat wilde Omar ook. ‘Ik zeg je eerlijk: in het begin was ik echt een merkenslet. Dan droeg ik Prada-schoenen van 295 euro en een jas van 500 erbij. Op school ging ik met m’n nieuwe schoenen op tafel zitten.’

Nu zijn merken minder belangrijk, zegt Omar. ‘Niet alles hoeft duur te zijn.’ Hij wijst naar de bag die hij bij zich heeft,  een rode handtas met zwarte noppen. ‘Mensen denken dat deze van Louboutin is en 700 euro kost. Hij is gewoon van de Zara.’ Gestolen heeft hij nooit. ‘Oké, eerlijk. Een beetje. Dan wilde ik iets van 60 euro kopen, maar dan had ik zelf 40. Dan pakte ik wat geld van m’n vader. Maar ik jatte nooit uit de winkel.’ 

Zijn school maakte Omar uiteindelijk niet af. ‘Waarom zou je naar school gaan als je niets anders doet dan broodjes in de kantine halen?’ Maar de liefde voor mode is gebleven.

Mokhtar Sghiri (22) en Omar Lachiri (24) shoppen in Rotterdam. Foto Florian van Roekel

Groepsdruk

Er lopen nieuwe klanten de winkel binnen en de blikken van Omar en Moggie glijden weg van de vitrine. ‘Binnen één seconde zie ik wat ze dragen’, zegt Omar. Die meisjes die net voorbijkwamen? Die droegen maar één merk: Guess. ‘Maar voor vrouwen is dat minder belangrijk. Ze hoeven alleen 20 euro per maand voor de sportschool te betalen om in shape te blijven, dan staat alles goed.’

‘Broer, kom eens hier.’ Omar wenkt een tengere tiener die voorbijloopt. Hij draagt een nektasje boven een zwart-gouden polo. ‘Kijk, ik zie gewoon aan de manier waarop hij hier naar binnen loopt, dat hij de winkel owned. Die polo is zeker van Gucci?’ Met zo iemand, zegt Omar, wil hij eerder omgaan dan met iemand die geen merken draagt. ‘Dat is toch anders.’

Volgens El Hammouti speelt groepsdruk een grote rol in de kledingkeuze van jongens. ‘De Marokkaanse gemeenschap is erg gefocust op uiterlijk vertoon. Bepaalde kleding geeft ze toegang tot specifieke clubs of shishalounges.’

Dat is ook wat Moggie en Omar zeggen. Door merkkleding vallen ze op, worden ze ‘gerespecteerd’ en – niet onbelangrijk  krijgen ze makkelijker contact met ‘hoge’ meisjes. Maar als merkkleding geen enkele maatschappelijke functie zou hebben, als het ze niets zou opleveren, dan droegen ze liever een trainingspak. Omar: ‘Dat zit toch het lekkerst.’ Moggie: ‘Maar dan wel een van het Marokkaanse elftal.’

Na driekwartier in de Shoebaloo wil Moggie naar de ‘stiekeme winkeltjes’, kleine winkeltjes die verderop op de Lijnbaan zitten.Daar hebben ze ook veel merkkleding, al is die volgens de jongens niet ­altijd echt. ‘Niet vers’, zoals Omar het noemt. Op straat wenkt Omar Moggie. ‘Even op de foto.’ Het gebeurt constant: de jongens worden door fans van hun vlog herkend en poseren voor een foto.

‘Vroeger moest ik schoenen van 1.000 euro dragen om op te vallen’, zegt Moggie als ze verder lopen. ‘Nu ben ik zelf een merk geworden.’ Hij heeft vandaag zelfs helemaal geen merkkleding aan, maar een ‘jurk’, zoals hij het noemt. Een djellaba, maar wel in een bijzondere kleur: felpaars. ‘Deze kleur zie je nergens, en hij is ook iets korter dan normaal.’

Bij de ingang van de Philipp Plein staat een manshoge, glimmende doodskop. ‘Dik ding’, vindt Omar. De stiekeme winkeltjes hebben geen aankopen opgeleverd en dus zijn de jongens de glanzende zaak van de Duitse modeontwerper Philipp Plein binnengelopen. Vanaf de kledingrekken grijnzen de doodshoofden, typisch voor dit merk, ze tegemoet. 

Mokhtar Sghiri (22) en Omar Lachiri (24) shoppen in Rotterdam. Foto Florian van Roekel

Omar gaat door de rekken, terwijl Moggie in een van de geometrisch gevormde stoelen neerploft. Ze zijn al een paar uur bezig en deze winkel hoeft voor hem niet zo. ‘Ze hebben die doodshoofden en dat is het wel.’ Aan de andere kant van de winkel houdt Omar een spijkerjasje omhoog naar zijn neef. Op de rug staat een grote afbeelding van een vechtpartij tussen een cobra en een tijger. Moggie tuit zijn lippen. ‘Die gaat te strak zijn voor jou, dat zie ik nu al.’ Toch even passen. ‘18 barkie’, roept Omar vanuit het kleedhokje naar Moggie. 1.800 euro.

‘Zijn jullie van de straat geplukt ofzo?’ Een verkoopster is komen aanlopen. Ze wil weten wat er aan de hand is. Haar ogen glijden van Moggie, naar Omar, naar de Volkskrantfotograaf die is meegekomen.

Omar: ‘Nee, we hebben meegewerkt aan een documentaire.’

Verkoopster: ‘Over Marokkanen ofzo?

Omar: ‘Nee over, mode.’

Verkoopster: ‘O, over mode én Marokkanen. Vet onderwerp.’

Omar: ‘Ja dat iedereen denkt dat we criminelen zijn. Dat die kleding gestolen is.’

Verkoopster, ernstig: ‘Dat is ook zo. Negen van de tien keer.’

Moggie veert op uit zijn stoel. Met een knikje naar Omar: ‘We gaan.’

Mocromode wordt 15 juli uitgezonden op NPO 3 om 23.30 uur. Op 14 juli is er een voorvertoning in LantarenVenster, in Rotterdam.

Mokhtar Sghiri (22) en Omar Lachiri (24) shoppen in Rotterdam. Foto Florian van Roekel

Harampolitie

Op hun YouTubekanaal Dumans.nl, plaatsen de neven Mokhtar Sghiri en Omar Lachiri niet alleen vlogs over hun leven, ze maken ook sketches waarin ze gevoeligheden onder (jonge) moslims in Nederland op de hak nemen. In het filmpje JIJ BENT NIET EENS MOSLIMS, gaat het bijvoorbeeld over moslim shaming; moslims die elkaar verwijten geen echte moslim te zijn. Moggie speelt daarin de ‘harampolitie’. Tegen Omar: ‘Ben je gewicht aan het heffen? Draag je een gouden ketting? Deze man is niet eens moslim!’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.