Gruwelen op een neutrale grondtoon

Jeanne Holierhoek en Janneke van der Meulen vertaalden de spraakmakende roman Les Bienveillantes van Jonathan Littell. Ze leverden een prestatie om de hoed voor af te nemen....

Een van de opzienbarendste literaire uitgaven de afgelopen jaren is ongetwijfeld Les bienveillantes van Jonathan Littell. Met deze monumentale roman geschreven vanuit het perspectief van een van de uitvoerders van de systematische vernietiging van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, won de Amerikaanse auteur in 2006 de Prix Goncourt.

De roman werd geprezen om de minutieuze kennis die Littell toont van ontelbare feiten en data in de oorlogsjaren, om de structuur van het verhaal dat zich ontspint als een Griekse tragedie. Lof kreeg Littell ook vanwege zijn superieure beheersing van de Franse taal, des te bijzonderder omdat hij slechts een deel van zijn jeugd in Frankrijk doorbracht

Tegelijkertijd was er ook kritiek: commentatoren verweten Littell mateloosheid, woorddiarree, daarbij verwijzend naar de fysieke problemen van de hoofdpersoon. Anderen verklaarden dat Littell eenvoudigweg niet kan schrijven.

Dat Littells taalgebruik en taalgevoel zo verschillend worden beoordeeld, is een merkwaardig fenomeen dat zich niet zomaar laat verklaren. Wat onmiddellijk treft, nu ook in de Nederlandse vertaling, is de praattoon die Littell vanaf de eerste pagina inzet. Het gruwelijke verhaal ontrolt zich bedrieglijk eenvoudig door de neutrale, onnadrukkelijke grondtoon die de lezer meezuigt danwel afstoot. Het is die toon van onaangedaanheid, meer dan de woorden, die moet worden vertaald. Dan is het belangrijkste deel van de campagne geslaagd.

Het is een uitzonderlijke onderneming zo’n omvangrijk boek te vertalen, en maanden door te brengen in het troebele universum van een dader zonder berouw. Het relaas van de SS’er Aue is meer dan een nauwgezette beschrijving van menselijke wanen, abjecte afwegingen, monsterlijke beslissingen, kille actie, het is ook een schotschrift tegen de verhullers, degenen die zich verschuilen achter bevelen, gehoorzaamheid of een filosofie. In die zin is Littells taal aanzienlijk gelaagder, en is zijn universum aanzienlijk complexer (en menselijker) dan aanvankelijk lijkt. Behalve de grondtoon verschijnen er andere tonen en geluiden, en zo ontstaat langzaam iets van muziek, en ook die muziek moet worden vertolkt om een geslaagde vertaling af te leveren.

Daarin zijn Jeanne Holierhoek en Janneke van der Meulen wonderwel geslaagd, en als ik minister van Cultuur was zou ik mijn hoed voor hen afnemen.

Eigenlijk is het ondoenlijk uit een taalbouwsel van 962 bladzijden voorbeelden te selecteren die iets duidelijk maken van de indringendheid en het raffinement, de muzikaliteit en de geestelijke moed die de vertaalsters in hun werk tentoonspreiden.

Essentieel element in Littells objectieve verbeelding van de waanzin vormen het weer, de weersomstandigheden en het landschap die hij, altijd terloops, oproept. In een oorlog is het weer niet gewoon, namelijk vaak van cruciale betekenis voor de krijgshandelingen, en toch is er niets gewoners dan het weer. Als Aue op een ochtend vanuit zijn raam in de straat een lange rij naakte Joden voorbij ziet trekken, op weg naar hun executie – het is herfst, bijna winter – vraagt hij zich af of hij een trui zal aantrekken. Hier raken de gewoonte en gewone afwegingen aan een absurde realiteit. De vertaalsters weten die verschillende elementen feilloos samen te brengen, zonder oordeel, zonder cesuur. Zij doen dat bijna duizend bladzijden lang met doorzettingsvermogen en creativiteit.

Waar Aue in bijna alle omstandigheden zijn tegenwoordigheid van geest bewaart en volhardt in koude waarneming, ook al wordt hij geplaagd door nachtmerries en allerlei fysiek ongemak, daar derailleren zijn collega’s geregeld. Dat leidt soms tot een fascinerende woordenbrij met visionaire en analytische trekjes. Zoals van de SS-officier Blobel die de ‘adellijke’ watjes (Wehrmacht-officieren) uitfoetert dat zij nooit vuile handen maken, terwijl zij, de SS’ers, door bloed moeten marcheren. Een van de talrijke thema’s in deze roman is de vele oorlogen binnen de oorlog.

Met vaste hand en zonder smetvrees weten de vertaalsters door te dringen in het mechaniek van het boek en zo, als met een metronoom op de achtergrond, de duistere muziek ervan in onze taal te spelen.

Henk Pröpper

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden