Gruttersdochter werd premier

HET JAAR 1975 was het begin van een revolutie, of liever een contrarevolutie in Groot-Brittannië. Maar niemand kon het nog weten....

Minister van Onderwijs was ze geweest in het kabinet-Heath (1970-1974) en uit die periode was ze eigenlijk alleen bekend gebleven onder de onaardige bijnaam 'Thatcher the milk-snatcher' - ze had de traditionele halve liter melk voor schoolkinderen afgeschaft. Maar verder was ze opvallend onopvallend gebleven.

Nu alweer tien jaar geleden werd ze door haar eigen partij tot aftreden gedwongen, vooral om haar al te presidentiële opstelling en om haar dwarse houding tegenover de voortschrijdende Europese integratie. Sedertdien steekt Baroness Thatcher of Kesteven vanuit het Hogerhuis of tijdens goed gedoteerde lezingen nog geregeld de vermanende vinger op. Maar er wordt niet meer serieus naar haar geluisterd - men deed dat wel, vaak tandenknarsend, bijna twaalf jaar lang tussen 1979 en 1990.

Is het niet te vroeg voor een alomvattende biografie? Er komen zelfs twee delen. Dit boek is nog slechts het begin, en omvat de tijd vóór Thatcher premier werd. Bestaat er al de vereiste distantie tot het onderwerp? John Campbell meent van wel (anders zou hij het niet proberen). Campbell is een van de meest prominente biografen die momenteel in de Engelsschrijvende wereld aan het werk zijn. Eerdere boeken gingen over Lloyd George (de premier uit de Eerste Wereldoorlog), Labour-grootheid Nye Bevan en eurocommissaris Roy Jenkins. Zijn biografie van Edward Heath (1993) kreeg alom juichende recensies - er was tot dan toe weinig substantieels over Thatchers Conservatieve voorganger geschreven. Heath zelf weigerde aan echte memoires te beginnen. En ook anderen lieten het onderwerp liggen.

Met Thatcher is dat totaal anders. Tientallen auteurs hebben zich over dit fenomeen gebogen. Zelfs Nederlanders waagden zich, vaak uit de losse hand en onveranderlijk vallend voor de talloze anekdotes, aan werkjes over haar, meestal omdat uitgevers er brood in zagen. Aan de serieuze kant torent nog altijd het monumentale (en na Thatchers val zorgvuldig up to date gebrachte) One of Us van Guardian-journalist Hugo Young boven alles uit. Young schreef in feite het standaardwerk over Thatcher en het thatcherisme. Maar Youngs boek is vooral een gedegen politieke verhandeling, geen alomvattende biografie in de klassieke zin. En er zijn natuurlijk de twee dikke delen van Maggie's eigen memoires, vijftienhonderd pagina's autohagiografie zonder enige poging tot distantie en zelfkritiek (zoals het John Major in zijn autobiografie wel heel verfrissend lukte).

Politiek zat er van huis uit in. Vader Alfred Roberts, kruidenier in het provincieplaatsje Grantham (iets ten oosten van Nottingham) was jaren wethouder en ook een tijdlang burgemeester. Een meer dan gezonde eigendunk bezat Margaret al vroeg. Toen ze, 9 jaar jong, een voordrachtwedstrijd won en de prijsuitreiker haar zei dat ze geluk had gehad, antwoordde Maggie: 'Ik heb geen geluk gehad. Ik heb het verdiend.'

Ze maakte een flinke omweg naar de politiek - ze ging scheikunde studeren, de enige mogelijkheid om een beurs te krijgen. Ze raakte dichter bij de politiek toen ze de behoorlijk oudere Denis Thatcher ontmoette. Deze verffabrikant had al een huwelijk achter de rug dat in (en door) de oorlog was gestrand. Campbell legt uit dat het van beide kanten een volkomen beredeneerde verbintenis was. Hij doet dat op gezag van Margarets dochter Carol, een journaliste die enkele jaren geleden een biografie van haar vader maakte. 'Het was meer een compagnonschap van mutual convenience than a romance.' Ook het snel krijgen van een tweeling kwam mooi uit in de carrièreplanning. Het werd een deel van de Thatcher-legende. Carol schreef enigszins besmuikt: 'Omdat ze er nu eentje van elke sekse had, was dat het einde voor zover het haar betrof - ze hoefde het proces niet te herhalen.'

Denis Thatcher verkocht zijn verffabriek met dikke winst en zijn miljoenen stelden Margaret in staat haar droom met beduidend minder problemen na te streven. Dat haar kinderen de dupe konden worden, heeft ze altijd met klem ontkend. 'Ik heb altijd veel tijd met de kinderen doorgebracht.' Ze was, nog voor dat begrip in de mode kwam, een overtuigd aanhanger van ouderlijke quality time. Maar wie Carol leest, en Campbell citeert haar, is daar niet zo van overtuigd. Margaret bracht stapels werk mee naar huis, 'altijd op de bank, zittend tussen de dossiers'.

Een vol politiek bestaan, zij het nog op plaatselijk niveau, twee peuters en in de tussentijd ook nog rechten studeren. Maar toen ze ook nog accountancy erbij wilde doen, vond Denis het genoeg. Maggie accepteerde tegenstribbelend. Het was wellicht de enige keer dat Denis zijn gelijk haalde. De verdeling in het huwelijk was altijd volkomen helder: Denis hield zich met zaken bezig, Margaret was er voor de politiek.

Tamelijk verrassend is het om bij Campbell te lezen dat de later zo Europa-sceptische Thatcher in het begin van haar carrière nog heel gewoon pro eenwording was. Ze schreef ooit in de Finchley Press, het blad van haar kieskring: 'Samen, geloof ik, kunnen we een blok vormen met evenveel macht als de VS of Rusland.' Eind 1973 ging zelfs het gerucht dat Heath haar staatssecretaris voor Europese Zaken wilde maken. Wat haar zo drastisch op andere gedachten bracht, komt wellicht in deel twee.

Wel wordt duidelijk waar Thatchers enorme bewondering voor alles wat Amerikaans was, vandaan kwam. Allereerst door de oorlog. De Amerikanen waren de enige vrienden die het belaagde Engeland nog over had. De anderen waren ofwel vijanden of nutteloos gebleken bondgenoten. In de lente van 1967 maakte ze bovendien een reis naar de Verenigde Staten - Thatcher was toen nog nauwelijks in het buitenland geweest - in het kader van een leadership program, bedoeld om aankomende politici the American way of life te tonen. Zes weken lang werd ze door het land rondgetoerd. Thatcher zelf: 'De opwinding die ik voelde, is nooit echt overgegaan.'

Later zou ze, tijdens haar eerste bezoek aan de Sovjet-Unie, alleen maar gesterkt worden in haar diepgewortelde geloof dat het communisme tegen de menselijke natuur inging. Campbell: 'Ze is er altijd van overtuigd geweest dat de Koude Oorlog er was om gewonnen te worden.'

De ideeën die men later zou samenvatten onder de noemer thatcherisme, zoals privatisering van staatsbedrijven, de introductie van marktmechanismen in gezondheidszorg en onderwijs en vermindering van de rol van lokale overheden als dienstverlener, ontwikkelden zich langzaam maar gestaag. Al vrij vroeg schijnt ze zich de rabiaat antisocialistische ideeën van Friedrich Hayek eigen te hebben gemaakt, maar veel deed ze daar aanvankelijk niet mee.

Het was Thatchers kabinetscollega Keith Joseph die zich opwierp als haar mentor. Hij was de politieke filosoof die in feite het thatcherisme vorm gaf. Thatcher zelf, zegt Campbell, pretendeerde nooit een diep denker te zijn. Zij was slechts een intens praktische en (vooral) ambitieuze politica.

Zijzelf zag dan ook in Joseph de nieuwe Conservatieve leider, maar toen die niet wilde, zou ze hebben gezegd: 'Kijk eens Keith, als jij het niet doet, doe ik het, omdat iemand die onze ideeën vertegenwoordigt, het met doen.' Eerder had Thatcher leiderschapsaspiraties ontkend: 'Ik heb een gezin.' Maar ze vergat erbij te zeggen dat de kinderen inmiddels volwassen waren en al veel langer gewend waren hun eigen weg te gaan.

Dat het lukte, was een enorme verrassing, vooral voor de regelrecht vernederde Edward Heath. In hoeverre ook grondige antipathie een aanleiding voor Thatchers rebellie is geweest, blijft bij Campbell enigszins tussen de regels hangen. Feit is wel dat Heath haar aan de ovale kabinetstafel altijd zo had geplaatst dat hij haar niet hoefde te zien.

Partijleider worden betekende nog geen premier zijn. Vier jaar leidde Margaret Thatcher de oppositie en dat was een job die haar niet echt goed af ging. Een groot redenaar was ze niet en zou ze ook nooit worden, al werd er hevig aan haar presentatie gedokterd door diverse coaches. De Winter of Discontent van 1978/79 was nodig om Labour onder Jim Callaghan uit het zadel te krijgen.

'Waar onenigheid heerst, mogen we harmonie brengen. Waar fouten zijn, mogen we waarheid brengen. Waar twijfel heerst, mogen we geloof brengen. En waar wanhoop is, mogen we hoop brengen.' Dit gebed van Sint Franciscus kreeg Thatcher bij haar aantreden als premier in 1979 aangereikt door haar toesprakenschrijver. Maar de tweede en derde zin waren, zegt biograaf Campbell, vooral didactisch bedoeld. Thatcher kende haar waarheid en haar geloof. Dat zou de Britten (en vooral Europa) in de komende jaren duidelijk worden.

Het is meteen de korte inhoud van deel twee dat qualitate qua het klapstuk moet worden. Dit aanloopje is voor een biograaf van het kaliber John Campbell misschien niet ronduit teleurstellend, maar ook geen opus dat kan concurreren met zijn vorige boeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden