Grote leegte in vierpersoonstent

Als de vader van het gezin over de De Waard-tent begint, haal je de kampeerders zó uit het publiek. Die zitten namelijk instemmend te grinniken bij de monoloog over de dure Hollandse kwaliteitstent die iedere kampeerder ineens moet hebben, terwijl slimme tentverkopers beweren dat je net zo goed een iets...

Arme vader. Hij wil niet achterblijven, maar wil zich ook niks laten aansmeren. Acteur Herman van Baar eindigt zijn monoloog in een klaagzang over de hoeveelheid informatie die de mens moet verwerken.

Binnen het gezin in Gras, de nieuwe jongerenvoorstelling van Het Syndicaat, is vader Herman de meest verloren figuur. Met zijn afwezige blik, zijn te vrolijke korte broek en z'n grijze-sokken-met-sandalen is Van Baar het prototype van de hardwerkende kostwinner die achter een computer thuishoort, en niet in een vierpersoonstent.

Maar wie voelt zich wél thuis in het snelkookpan-gezin dat de jonge schrijfster Esther Gerritsen met zoveel genadeloze humor typeert? Dochter Liesbeth (Peters) met haar nuffige snuitje is eigenlijk al op kamers, en daar is ze een héél ander iemand. Moeder Manon (Nieuweboer) met haar excentrieke campingkledij weet heus wel dat haar idee van het gezellige gezinnetje door geen van de gezinsleden wordt gedeeld, maar daarom mag ze dat idee nog wel koesteren! En zoon Niek (van der Horst) met z'n camouflage-ondergoed is een beetje getikt en doet per definitie voor spek en bonen mee.

Alleen als de gezinsleden gezamenlijk de buren op de camping bespieden, krijgt het gezin iets saamhorigs. Voor de rest voelen ze zich een bijeengeraapt zooitje. Het bedenksel van een schrijver, zoals de acteurs het publiek toevertrouwen. Schrijvers zoeken immers altijd naar een reden waarom de personages die ze hebben gecreëerd een toneelstuk lang bij elkaar zijn. De makkelijkste oplossing is om ze maar familie te maken.

Het lijkt zo'n luchtig onderwerp: gezinsperikelen op de camping. In het kale decor van een plastic zitkuil heeft regisseur Daniëlle Wagenaar het absurdistische ongemak van de gezinsleden extra uitvergroot.

Maar in essentie heeft deze voorstelling niks met kamperen te maken. Het knappe, schijnbaar eenvoudig geschreven stuk van Esther Gerritsen toont dit kreupele gezin als symbool voor het menselijke noodlot: hoe dichter we bij elkaar kruipen, hoe meer we elkaar in de weg zitten en hoe eenzamer we ons voelen.

Het enorme gat dat de simpele Niek verwoedt aan het graven is krijgt steeds meer betekenis: het is het zuigende zwarte gat waar de losse gezinsleden hulpeloos omheen zweven. De existentiële waarheid van deze messcherpe voorstelling is het verwijt dat iedere echtgenoot, iedere ouder, iedere vriend op een dag te horen krijgt: 'Wat weet jij eigenlijk van mij!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden