Grote gebaren in schrijftafelstad

Volgens de anekdote dacht de Haagse wethouder voor stadsvernieuwing Adri Duivesteijn in 1985 dat hij lekker aan het bouwen was....

Dat moet zo ongeveer het omslagpunt zijn geweest. Het plan met die anachronistische naam, Stadsvernieuwing als Kulturele Aktiviteit, dateert ook van dat jaar. Een plan van een socialistische wethouder die inderdaad op dat moment nog niet veel architecten van naam kende. Maar dat zou snel veranderen. Al moest hij ze persoonlijk gaan halen, zoals Alvaro Siza in Lissabon.

Stad in vorm, een tentoonstelling en een gelijknamig boek, laat zien wat er in Den Haag is veranderd tussen 1985 en nu. Dat er veel is gebeurd, ziet iedereen die de stad nadert vanaf het Centraal Station of, komende over de Utrechtse Baan, tegen de kantoorkolossen aanbotst. Maar dat naast die grootsteedse aspiraties ook op kleine schaal veel moois en eigenzinnigs is gebouwd, en dat soms de plank ook flink misgeslagen, wordt pas goed duidelijk door de 350 projecten die in Stad in Vorm zijn gefotografeerd en gedocumenteerd.

'Tot begin jaren tachtig was Den Haag een doodse stad. Na zessen kon je hier een kanon op straat afschieten', zegt Victor Freijser, samensteller van het boek en de expositie. Er heerste in die jaren bloedarmoede in Den Haag, vindt hij. Stedenbouwkundige ideeën ontbraken en elk visionair bouwproject leek verdoemd. Tussen 1960 en 1980 daalde het inwonertal van 600 duizend naar 400 duizend, onder meer omdat er te weinig woningen gebouwd werden. 'Den Haag kampt op een andere manier dan bijvoorbeeld Amsterdam en Rotterdam met een ruimteprobleem', zegt Freijser. De stad zit opgesloten tussen aan een kant de zee, en aan drie overige zijden krappe gemeentegrenzen die expansie uitsluiten.

Alvaro Siza, de architect van de Portugese Anjerrevolutie, was een van de eersten die Duivesteijn in het kader van zijn Kulturele Aktiviteit naar Den Haag haalde. Siza werd losgelaten op de stad en kwam na een wandeling een beetje verbolgen terug. Het is, zei hij, onbegrijpelijk dat Den Haag dat lange, platte stratenpatroon in de Schilderswijk met die prachtige perspectieven, in het kader van de stadsvernieuwing verruïneert tot bloemkooldoolhoven, woonerven als in Zoetermeer.

Siza zou bouwen in Den Haag, al in 1986. Het was het begin van een verslaving aan grote architectennamen.

Den Haag, analyseert Freijser, is geen stad met een financieel hart, zoals Amsterdam, geen havenstad zoals Rotterdam. Het is een schrijftafelstad. Een stad voor de burgerij waar tot lang na de oorlog de kantoren huisden in villa's. Met lange woonblokken, diepe portieken en aaneengesloten gevels. Een stad van binnenzitters ook wel. Uitgaan deden ze kennelijk alleen in Scheveningen.

Tot 1985 was er geen enkel terras in Den Haag, zegt Freijser, die tot 1998 hoofd welstand van de gemeente was. Die dooiige stad moest omgebouwd worden in een levende plaats, met hoogwaardige architectuur, ook in de sociale woningbouw, en veel aandacht voor openbare ruimten. Dat was de doelstelling.

De hoge stedenbouwkundige ambitie van Duivesteijn moest wel op punten mislukken. Of althans, felle reacties ontlokken. De vraag is of het Spuiplein wel zo gezellig is geworden. Of die nog te bouwen Hoftoren van 150 meter hoog bij het Centraal Station op zijn plaats is. En of de trend de laatste jaren niet te veel is doorgeslagen naar historiserend bouwen.

Dat Hagenaars eraan twijfelen, blijkt soms uit de bijnamen die sommige gebouwen hebben gekregen. De gekleurde studentenflat van Carel Weeber bij station Holland Spoor heet de 'Bedorven bloedworst' of de 'Uitslaande brand'. Richard Meiers knotsgrote witte stadhuis 'Het ijspaleis'. Een rood torentje van Charles Vandenhove op Het Zieken is spottend 'De hondenlul' genoemd. De dubbele torens met puntdaken van De Resident, ontworpen door Michael Graves, heten ook wel 'De tieten', of 'Twin Peaks'.

Duivesteijn was de man van het grote stedenbouwkundige gebaar, zo groot dat hij er zelf aan onderdoor ging. Het geruzie om dat gigantische stadhuis van Meier heeft meerdere wethouders de kop gekost, maar 'het gekke is, het geruzie was vooraf. Nu het er staat, hoor je eigenlijk weinig geklaag meer', zegt Freijser.

Duivesteijn, en zijn opvolger Peter Noordanus, hebben in de Schilderswijk Siza's kritiek uit 1985 gepareerd.

De 1100 meter lange Vaillantlaan is compromisloos onder regime van één architect, Jo Coenen, opnieuw opgetrokken, met één idee, één plan. Wat gelet op de complexe eigendomsverhoudingen een klein wonder mag heten.

Ergens in al dat architectonisch geweld is een persoonlijk statement te vinden van Alvaro Siza over de Hollandse architectuurdiscussie. Het is een klein dubbelgebouw, midden op een plein in het Van der Vennepark. Een boksring, heeft Siza er zelf over gezegd, met twee strijdende gebouwen.

De boksarena is het terrashek bijna rondom op de eerste etage. Twee gebouwen staan, zo wil de architect, met een been in die ring. Links een pastiche op de Amsterdamse School. Rechts het modernisme. Uitslag onbeslist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden