Grote en ook grootse presentatie van romantische landschappen

De noordelijke schilders laten zien hoe dat moet, een typisch onherbergzaam romantisch landschap neerzetten: technisch knap en rijk aan effectbejag. Groningen biedt een grote en ook grootse presentatie, rijk aan hoogwaardige bruiklenen.

Caspar David Friedrich, Ochtendnevel in de bergen, 1808. Beeld Groninger Museum

Je filmgeheugen kan je soms behoorlijk in de weg zitten bij het kijken naar schilderijen. Mij zat het in de weg terwijl ik stond te kijken naar een schilderij van de Brit Francis Danby, De Upas of Gifboom op het eiland Java. Het is een somber, zelfs morbide werk met een desolaat landschap waarin slaven bij bosjes zijn gestorven. Maar mijn primaire reactie was niet: arme slaven. Het was zelfs niet: wat een akelig landschap. Het was: goede locatie voor een sciencefictionfilm. En: wacht, dit ís een locatie uit een sf-film, namelijk de rotsplaneet uit Ridley Scotts Prometheus - op Peter Jacksons Mordor lijkt ze ook. Eerder dan als een werkelijk bestaande locatie (Java), zag ik het eiland als decor voor futuristische en fantastische verhalen. Had Gollem er rondgekropen, ik had niet met mijn ogen geknipperd.

Danby's schilderij hangt in de De Romantiek in het Noorden, een tentoonstelling in het Groninger Museum die de Noord-Europese romantische landschapschilderkunst over de volle breedte toont - een noviteit. Niet eerder hingen Noorse, Duitse, Britse en Nederlandse 18de- en 19de-eeuwers bij elkaar. Het is een grote, en ook grootse presentatie, rijk aan hoogwaardige bruiklenen (waaronder Caspar David Friedrichs Ochtendnevel in de bergen uit 1808, het enige stuk hier achter pantserglas) en elastisch in haar benadering van het thema. Zij behelst meer dan de geijkte eenzame wandelaars en onbedwingbare bergtoppen. Pastorale types als John Constable en Jan Weissenbruch treft men er ook.

Cultuurhistorisch fenomeen

De catalogus tracht geestdriftig de Romantiek als cultuurhistorisch fenomeen te determineren, maar dat voelt in deze context als academische haarkloverij: iedereen kan zich bij een romantisch landschap wel iets voorstellen.

Het idioom is vertrouwd: bergen, maannachten, zonsondergangen en opkomsten, meer bergen, rotskusten, onstuimige zeeën, schepen, nog meer bergen, vulkanen, kruizen, monniken. De gemene deler in dergelijke landschappen lijkt me geborgenheid. Daarvan mag er dus niet te veel zijn. Romantische landschappen zijn landschappen waarop mensen wel voorkomen, maar waarin zij zelden het middelpunt vormen. Ze zijn het tegenovergestelde van gezellig.

In Nederland zocht (en zoekt) men zulke natuur met een lantaarntje. Te vlak, te aangeharkt ook. Nederlandse schilders met een romantische inborst weken indertijd daarom uit naar woester oorden, zoals het Duitse Rijngebied of de kust. Maar het blijft, met alle respect, behelpen. Wij moeten het doen met Koekkoeks eikenbomen aan de rand van de Veluwe en dat ene kapseizende schip van Nuijen. Echt overweldigend wordt het niet.

De Romantiek in het Noorden

Beeldende kunst

De Noord-Europese romantische landschaps-schilderkunst, Groninger Museum, t/m 6/5.

Geen knikkende knietjes

Nee, dan de Scandinaviërs en de Duitsers. Mannen als Marcus Larson, Knud Baade, en, in het bijzonder, Andreas Achenbach vonden het sublieme bij wijze van spreken bij de achterdeur en ze werkten hun indrukken uit op toepasselijk groot formaat. Hun berggezichten zijn technisch knap en niet zelden rijk aan effectbejag (#mountainporn), maar de 21ste-eeuwer, bereisd en vertrouwd met Imax, Dolby en 3D, krijgt er geen knikkende knietjes van; die is overweldigender gewend. Vindt ze misschien zelfs ouderwets en geeft in het Groninger Museum de voorkeur aan landschappen met verstilde en suggestieve kwaliteiten.

Wright of Derby's Grot in de Golf van Salerno (1780-'90) bijvoorbeeld. Het toont een stukje nachtelijke zee met maan en zeilboot, gezien vanuit een grot; de wand daarvan, de rand een scherp silhouet, beslaat driekwart van het werk; een donkere massa waarin men slechts met moeite contouren ontwaart. Het oogt leeg en vreemd eigentijds. Klamme handen krijg je er niet van, maar een beroep op je verbeeldingskracht doet het des te meer.

De romantische schilders keken bij voorkeur in andere landen

Op zoek naar inspiratie voor hun werk zochten de schilders vaak hun heil elders.

Wie denkt in Groningen de romantici op grond van nationaliteit te kunnen indelen komt bedrogen uit; landgenoten verschilden onderling soms meer dan van gelijkgestemden in den vreemde; de Romantiek - tenminste, de schilderkunstige Romantiek - was voor alles een internationaal fenomeen. Als iets deze kunst definieert is het de behoefte van de beoefenaars hun licht elders op te steken. Denen gingen in de leer bij Duitsers. Nederlanders trokken zuidwaarts op zoek naar een schilderachtig stuk bos of berg. Barend Cornelis Koekkoek, bijvoorbeeld, ging vaak uit schetsen in de buurt van Nijmegen, vlak bij de grens met Duitsland, en zette later een atelier op in de Duitse grensplaats Kleef; Joseph William Turner, op zijn beurt, graasde het hele continent af op zoek naar bruikbare onderwerpen: Lausanne, Venetië en Rotterdam (de haven). Van hem zijn vier werken opgenomen, waaronder een vroeg berggezicht, dat rare langgerekte ding met herten en jachthonden uit Tate Britain en het minischilderijtje uit De Fundatie, Zwolle (de enige Turner in olieverf in een Nederlandse collectie). Wie hem naast zijn tijdgenoten ziet, valt op hoe radicaal en onstuimig de Brit werkte. Al die schandaaltjes rond zijn persoon en werk worden zo beter invoelbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden