Interview Nino Haratischwili

‘Grote emoties zijn al snel verdacht. Dat vind ik absurd’

Nino Haratischwili Beeld G2 Baraniak

Hoe schrijft de schrijver? Na haar bestseller Het achtste leven had Nino Haratischwili even geen zin in nog een boek over haar vader­land Georgië. Want er is zoveel méér te vertellen. 

Er bestaan baby’s die je probleemloos kunt meenemen naar een interview, bewijst de dochter van schrijver Nino Haratischwili (36). Ze slaapt, ruim twee uur lang, midden in een Hamburgs café, door het knarsen van stoelpoten, ruisende serveersters en tingelende koffielepeltjes heen, maar vooral door de verhalen van haar moeder. En dat is maar goed ook, want die zijn bepaald niet allemaal voor kinderoren bestemd.

De kat en de generaal heet het nieuwe boek van de Georgische schrijver, dat onlangs in het Nederlands is vertaald. Uit het Duits, want Haratischwili schrijft in de taal van het land waar ze op haar 12de tegen haar zin door haar moeder mee naartoe werd genomen. Het land dat Haratischwili na twee ongelukkige jaren als enige buitenlander op een plattelandsgymnasium weer verliet om haar school af te maken in Tbilisi.

Maar ze keerde terug. Nu woont ze met haar man en twee dochters in Hamburg-Altona, een yuppenbuurt waar tot haar afschuw ‘een kinderwagendictatuur’ heerst. ‘Je moet een gloednieuw model hebben, anders hoor je er niet bij.’ Ze beklaagt zich lachend over het conservatisme van Duitse moeders. ‘Allemaal zo links als wat, maar als ik zeg dat ik weer aan het werk ga als mijn dochter een half jaar is, zetten ze grote ogen op.’

‘Gelukkig’, zegt Haratischwili, heeft ze in tegenstelling tot veel schrijvers van haar generatie niet de neiging over het dagelijks leven te schrijven. ‘Een boek schrijven over een gezin met kinderen in een grote stad lijkt me oersaai. Het fijne van schrijver zijn is voor mij juist dat ik niet ik hoef te zijn.’

Wie Het achtste leven (voor Brilka) heeft gelezen, kan beamen dat van kabbelende alledaagsheid in het werk van Haratischwili geen sprake is. Het is een eigenaardig boek, waarmee de schrijver twee jaar geleden internationaal doorbrak. Alleen al vanwege de lengte, bijna 1.300 pagina’s, en ook vanwege de bloemrijke, theatrale stijl – behalve romans schrijft Haratischwili ook toneelteksten.

Je zou kunnen zeggen dat Het achtste leven een kroniek is van het land Georgië in de 20ste eeuw, beschreven aan de hand van de werdegang van een fictieve familie. Een boek rood van socialisme en bloed. Maar Brilka, zoals Haratischwili zelf aan het boek refereert, is ook een sprookje over een geslacht van sterke, eigenzinnige vrouwen en een vervloekt recept voor vreselijk lekkere chocola.

Haratischwili won er in Duitsland verschillende prijzen mee. Ze denkt dat iedereen er daarom van uitging dat ze verder zou schrijven over Georgië. ‘Maar daar had ik geen zin in. Niet meteen.’ De kat en de generaal gaat over Tsjetsjenië, een buurland van Georgië. Opnieuw een verhaal over het afbrokkelen van het Sovjet-imperium, over bloed, geweld en door oorlog ontwrichte biografieën. En toch heeft ook dit boek bij vlagen iets sprookjesachtigs.

Beeld G2 Baraniak

Met welk idee begon dit boek?

‘Een deel ervan is gebaseerd op echte gebeurtenissen. Toen ik net klaar was met het schrijven van Brilka, las ik een boek van Anna Politkovskaja over de Tsjetsjenië-oorlog. Ik heb haar moed, de moed die haar uiteindelijk fataal werd, altijd bewonderd. (Politkovskaja werd in 2006 vermoord in de lift van haar appartement in Moskou.) Ik las het boek zonder plan, niet met het idee er inspiratie uit te halen. Maar er was een verhaal dat me niet meer losliet.’

Politkovskaja schrijft over een Russische eenheid die tijdelijk wordt weggestuurd uit de hoofdstad Grozny om op krachten te komen. De soldaten bivakkeren in een traditioneel Kaukasisch bergdorp, een ‘aoel’, waar de oorlog nog niet is doorgedrongen. Maar de leider van de eenheid, die in werkelijkheid Yuri Boedanov heette, kan niet omgaan met de plotselinge afwezigheid van de oorlog en begint de dorpelingen te verdenken van terrorisme – hij is een zware alcoholist. Hij beveelt zijn soldaten het dorp te bestormen en plat te branden. Na de aanval vergrijpt Boedanov zich met een aantal van zijn manschappen aan een 18-jarig dorpsmeisje, Elza Kungayeva. Na de groepsverkrachting wordt ze gewurgd.

In het jaar 2000 is Boedanov de eerste Russische officier die wordt veroordeeld voor oorlogsmisdaden in Tsjetsjenië, al wordt hij vrijgesproken van verkrachting wegens gebrek aan bewijs. Vlak nadat hij in 2009 uit de gevangenis is gekomen, wordt de advocaat van de familie van het vermoorde meisje in de rechtszaal geliquideerd. Twee jaar later is Boedanov zelf aan de beurt. Hij wordt op klaarlichte dag doodgeschoten in Moskou.

‘Een bloedspoor’, zegt Haratischwili over de geschiedenis. ‘Oog om oog, tand om tand, zoals in een Griekse tragedie of in het Oude Testament. Maar wat me er vooral aan fascineerde, is dat het nu speelt, en niet in zeventienhonderdzoveel.’

Boedanov stond model voor de generaal en het boekpersonage Noera is gebaseerd op Elza Kungayeva. De overige personages zijn fictief. ‘De kat’ is een Russische actrice die een sprekende gelijkenis vertoont met Noera. En dan is er nog een Duitse onderzoeksjournalist die de obsessieve wens koestert een boek te schrijven over de generaal.

Beeld G2 Baraniak

Bent u in Tsjetsjenië geweest?

‘Ik ben er in 2017 naartoe gegaan, omdat ik eigenlijk weinig over het land wist. We hadden in de jaren negentig in Tbilisi wel Tsjetsjeense vluchtelingen, maar toch wist ik niet veel meer dan dat in Tsjetsjenië oorlog en terreur heersten en dat de radicale islam er in opkomst was.

‘Het is een dictatuur, dus echte research kon ik er niet doen. In Grozny is zelfs geen enkele aanwijzing voor die oorlogen. Alles glanst. Alles is kunstmatig. Een beetje Dubai op z’n Oostbloks – niet dat ik ooit in Dubai ben geweest. Maar als je met mensen praat, valt om de haverklap het woord ‘oorlog’. Alles levens zijn erdoor getekend. Alsof er twee waarheden zijn, een zichtbare en een onzichtbare.’

Uw boeken hebben gecompliceerde plots, met soms achtbaanachtige wendingen. Plant u die allemaal van tevoren?

‘Nee. Ik vertrouw op het verhaal, ik houd van goede verhalen. Dat is mijn toegang tot de wereld, zoals andere mensen die door wiskunde hebben, of muziek, of natuur. Ik heb in het leven de vaardigheid gekregen overal verhalen te zien. Als kind was mijn lievelingsspel door een donkere straat te lopen en te fantaseren wat er achter de verlichte vensters gebeurde: wie wonen daar, wat doen ze? Zo loop ik nog steeds door de wereld. En als ik me eenmaal op een thema concentreer, zie ik in het dagelijks leven opeens van alles wat daarbij aansluit, als een soort puzzel. Tak, tak, tak, valt het dan in elkaar.’

Wat was de eerste zin die u opschreef?

‘De slotscène had ik als eerste concreet voor ogen, de Russische roulette. Maar de eerste zin die ik opschreef, was de beginzin van het boek, al weet ik niet meer of ik die later nog heb veranderd. Ik schrijf altijd helemaal chronologisch. Ik kan niet anders. Ik zou erg in de war raken als ik dat niet deed.’

Noera krijgt in het boek een Rubiks kubus van een rondreizende Russische hippievrouw. Dat ding wordt een metafoor voor het hele verhaal – elke ontwikkeling in het leven van een van de personages heeft invloed op de levens van alle andere personages. Hoe bent u daarop gekomen?

‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik me zelf eerst niet zo bewust was van de centrale rol die dat ding speelt. Pas in de loop van het schrijven merkte ik de analogie op: als je een rij draait, heeft dat aan alle kanten consequenties.

‘Bij Brilka was er net zoiets: de vergelijking tussen de familiegeschiedenis en een wandtapijt met verschillende draden. Ook dat had ik niet zo belangrijk gemaakt, maar de recensenten zagen er allemaal een metafoor in voor het hele verhaal. Soms is een boek veel slimmer dan je zelf bent.’

Beeld G2 Baraniak

Heeft u weleens zo’n ding opgelost, een Rubiks kubus?

‘Nee, dat is me nooit gelukt.’ (Lacht)

Uw boeken lezen alsof u vloeiend schrijft, alsof het schrijven u licht valt. Klopt dat?

‘Ik heb schrijven nooit als kwelling beleefd. Natuurlijk zijn er momenten waarop het stokt, dat ik denk: wat nu? Maar het is nooit een lijdensweg, zoals ik bij anderen weleens hoor. Ik geloof ook niet dat ik mezelf dat zou aandoen.’

Wat is de belangrijkste eigenschap die een mens nodig heeft om een goede roman te kunnen schrijven?

‘Dat zijn er twee: fantasie en discipline. De eerste spreekt voor zichzelf. Over de tweede: iedereen kent wel mensen die hun hele leven zeggen dat ze een boek willen schrijven en het nooit doen. Maar het is handwerk, iets wat je regelmatig moet doen om er goed in te worden. Doen, doen, doen. Je kunt niet theoretisch leren een roman te schrijven.

‘Ik vind het beledigend als mensen zeggen dat ze uit het niets een roman gaan schrijven. Dan denk ik aan alles wat ik tien jaar lang bij wijze van oefening heb opgeschreven, zonder het ooit te hebben gepubliceerd. Natuurlijk, om een roman te schrijven moet iemand enigszins begaafd zijn. Maar je moet vooral domweg oefenen.’

Hoe zou u uw stijl omschrijven?

‘Niet ironisch of hip – niet cool, eigenlijk. Eerder opulent en volgens sommigen op de grens van kitsch. Dat droge, minimalistische dat nu modieus is, bevalt me niet. Ik wil met taal kunnen spelen, de ruimte nemen. Hier in Duitsland krijg ik altijd de kritiek dat het te veel is, te emotioneel, te melodramatisch. Niet alleen over mijn boeken, ook tijdens mijn studie theaterwetenschappen.’

Passen uw boeken stilistisch meer in de Russische verteltraditie dan in de West-Europese?

‘Misschien, maar ik kan dat zelf niet zo goed beoordelen. Ik word ook vaak vergeleken met Zuid-Amerikaanse auteurs. Wat ik opmerkelijk vind, is dat Duitsers van boeken met grote emoties houden, zolang ze niet door een Duitser geschreven zijn. En ik ben blijkbaar al te Duits. Niet exotisch genoeg.’

Waar Het achtste leven (voor Brilka) in Duitsland de hemel in werd geprezen, kreeg De kat en de generaal nogal gemengde kritieken. Haratischwili kwam ermee op de shortlist voor de prestigieuze Deutscher Buchpreis, maar kranten als Die Zeit oordeelden snoeihard over het boek. De ‘populaire stijl’ van Haratischwili zou niet passen bij de ernst van het onderwerp: oorlogsmisdaden in Tsjetsjenië.

Wat zou u de ergste kritiek vinden om te krijgen?

‘Dat mijn boeken mensen niet beroeren, geen emoties opwekken. Dat er geen pathos in zit. Maar juist pathos is onder sommige Duitse intellectuelen dus verdacht. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het verleden. Boeken over de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust mogen niet onderhoudend zijn, vindt men. Ik vind dat absurd. Kunstcastratie.’

Laat u mensen meelezen tijdens het schrijven?

‘Nee. Het is zo’n fragiel proces. Ik heb het wel een keer geprobeerd, dat ik mensen tussendoor passages voorlas. Maar toen die er een mening over hadden, werd ik onzeker. Ik lees zelf ook niet terug tijdens het schrijven, alleen als het moet, omdat ik iets specifieks wil weten. Anders begin ik meteen te oordelen.’

Waar schrijft u?

‘Nu nergens! (Lacht) Ik moet op zoek naar een nieuwe plek, want ons huis is te klein geworden. Ik kan in principe overal schrijven, zolang er maar een deur is die ik kan dichttrekken. Vroeger schreef ik vaak ’s nachts, maar dat gaat met kinderen echt niet meer.’

Hoe creëert u dan nacht overdag?

‘Met muziek, ik maak playlists voor elk boek. En soms neem ik een glas wijn om te ontspannen. Maar niet meer dan twee, dan wordt het te ontspannen. En ik schrijf sowieso nooit ’s morgens, dan ben ik… niet beschikbaar.’

Kunt u thuis verkrachtingsscènes schrijven?

‘Ik heb ze geschreven in Turkije, waar ik een poosje artist in residence was. Maar ik kan het wel. Als ik dat soort gruwelijke dingen heb bedacht, moet ik ze wel meteen opschrijven, anders maakt het me ziek.

‘Eerlijk gezegd vind ik kinderen daarbij behulpzaam, want dan moet je omschakelen. Ik kan een hele dag over verschrikkelijke dingen schrijven, maar zodra ik uit m’n schrijfkamer kom, absorberen mijn kinderen me meteen. Er waren natuurlijk uitzonderingen, dagen dat ik alleen maar kon denken: mensen zijn verschrikkelijk.’

U schrijft altijd over mensen die getekend zijn door hun geschiedenis, maar nooit over uw persoonlijke geschiedenis. Komt dat nog?

‘Ik heb niet zoveel met autobiografische boeken. Dan is mijn radius zo klein. Maar in Georgië zijn natuurlijk veel extreme dingen gebeurd sinds ik geboren ben, het land is op een soort zelfontdekkingsreis. Een Georgische filmmaakster zei ooit: ik heb in mijn jeugd zo veel beleefd, als ze me nu in de gevangenis zouden zetten, kan ik er een heel leven over schrijven. Daar ben ik het wel mee eens. Die ervaringen zitten wel in mijn boeken, maar niet een op een.’

Waarover gaat uw volgende boek?

‘Het volgende boek gaat ook over politiek en verandering, maar vooral over vriendschap. Over vier vrienden die elkaar kennen vanaf hun jeugd tot in het volwassen leven. Over de jaren negentig. Dat wilde ik eigenlijk al schrijven vóór Brilka. Dan ben ik weleens klaar met het verleden, dan wil ik over het heden schrijven.’

Op dat moment klinkt uit de rode kinderwagen een hongerig schreeuwtje.

CV Nino Haratischwili

1983 geboren in Tbilisi, Georgië

2003-2007 studie aan de Theateracademie Hamburg

2011 debutantenprijs van het Buddenbrookhaus in Lübeck voor haar roman Juja

2011 roman Mein sanfter Zwilling

2014 roman Het achtste leven (voor Brilka), bekroond met onder meer de Anna Seghers-Preis en de Bertolt-Brecht-Literaturpreis

2018 roman De kat en de generaal, plaats op de shortlist Deutscher Buchpreis

2019 Schiller-Gedächtnispreis voor haar oeuvre

Nino Haratischwili: De kat en de generaal

Uit het Duits vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post. Meridiaan; 680 pagina’s; € 34,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden