Grote dromen in grote hallen

De oude, industriële gebouwen in het Ruhrgebied waar voorstellingen worden gespeeld vormen, deels de charme van de RuhrTriennale. Kathedralen van de arbeid zijn kathedralen geworden van de kunst....

ESSEN, Salzlager Kokerei Zollverein.

Een van de indrukwekkendste gebouwencomplexen in het Ruhrgebied, ontworpen door de architecten Fritz Schupp en Martin Kremmer die zich stilistisch lieten inspireren door Bauhaus. Vooral gebruikt voor opslag en verwerking van steenkool en zout. Opvallend element: de 55 meter hoge transportsteiger uit de jaren dertig. Zollverein behoort tot het wereldcultuurerfgoed van de Unesco en is nu deels in gebruik als cultuurcentrum.

Het Ruhr-gebied in Duitsland: een oerwoud van schoorstenen die niet meer roken. Ontmantelde koeltorens, waarvan alleen nog het staketsel overeind staat, als een crinoline zonder bekleding. Ooit floreerde hier de kolen- en staalindustrie, nu domineren de lege fabriekhallen, eindeloze complexen van industriële gebouwen die al dertig jaar of langer niet meer worden gebruikt.

Maar met de komst van de RuhrTriennale in 2002 is er voor veel van die gebouwen een nieuwe bestemming gevonden: als cultuurcentrum voor theater, dans, opera, literatuur. Het festival vindt plaats op tien verschillende locaties, over de gehele streek verspreid. Van half augustus tot begin oktober bruist het in de nutteloze rafelranden van het Ruhr-gebied, en het stinkt er niet meer naar zwavel en steenkool.

Bij het begin van het festival heeft de deelstaat Nordrhein-Westfalen een bedrag van ongeveer 80 miljoen euro geïnvesteerd in het opknappen en equiperen van de gebouwen. Niet alleen voor de RuhrTriennale uiteraard die slechts zes weken per jaar plaatsvindt, maar voor allerlei voornamelijk culturele bestemmingen – van dansschool tot designcentrum. Gerard Mortier trad in 2002 aan als eerste intendant met als opdracht een samenhang tot stand te brengen tussen de industriële gebouwen, de producties en het publiek. Na drie jaar (‘triënnale’ betekent in dit geval dat het festival elke drie jaar een andere intendant heeft) werd hij opgevolgd door Jürgen Flimm, die dit jaar eigenlijk had moeten plaatsmaken voor zijn opvolger, Marie Zimmerman. Maar Zimmermann kwam in april vorig jaar op tragische wijze om het leven: in een psychiatrische kliniek in Hamburg pleegde zij zelfmoord, naar verluidt als gevolg van een zware depressie. Flimm tekende nog een jaar bij en nam het nog door haar bedachte thema voor de editie 2008 over: Aus der Fremde – vanuit het vreemde, het onbekende.

In de voorstelling Die Nacht wordt dat ‘onbekende’ gekoppeld aan de angst voor volwassen worden, bezien vanuit jongeren die daar nog vreemd tegenaan kijken. Anna Viebrock, van oorsprong decorontwerper bij onder meer Christoph Marthaler en de Nederlandse Opera, heeft Die Nacht gemaakt op basis van een aantal Mozart-liederen. In de oude zoutopslagplaats van de Zolleverein in Essen zijn een kleine kerk, een vervallen toneelpodium en een antieke danszaal samengebracht – drie locaties waarin een mens zich kan verschuilen als de harde realiteit van alledag hem even te zwaar wordt. Gespeeld en gedanst door studenten van de Beierse Theateracademie en de Hogeschool voor Muziek en Theater uit München. Liederen als Das Traumbild, Geheime Liebe en Sei du mein Trost worden niet alleen prachtig uitgevoerd en van theatrale verbeelding voorzien, maar zorgen ook voor een melancholieke sfeer. In de koude, stalen kilte van deze industriële omgeving gaan de jongens en meisje elkaar flink te lijf en er wordt gedanst totdat ze er uitgeput bij neervallen. Leven is vallen, en dan weer opstaan – dat is wat Viebrock even achteloos als indringend verbeeldt.

BOCHUM, Jahrhunderthalle.

Gebouwd aan het begin van de 20ste eeuw, vormde de Jahrhunderthalle het hart van de staalindustrie in Bochum. Vanuit deze krachtcentrale werden in de wijde omgeving alle fabrieken van energie voorzien. Honderd jaar later werd de hal, voorzien van een enorme glazen pui, het centrale Festspielhaus van de RuhrTriennale. De Jahrhunderthalle kan in drie aparte speelruimten worden opgedeeld: de grootste daarvan biedt plaats aan 1500 bezoekers.

‘Kijk, dit is nou de internationalisering van het theater ten top. Ik zit hier in Bochum, rechtsreeks uit New York, om te gaan kijken naar een voorstelling van de Vlaming Ivo van Hove, gemaakt door Toneelgroep Amsterdam die in het Duits een toneelstuk opvoert over een Italiaans gezin dat op zoek is naar sociaal en persoonlijk geluk’. Jim Nicola, artistiek leider van The New York Theatre Workshop, zit voor de tent van Toneelgroep Amsterdam op het immense terrein van de Jahrhunderthalle in Bochum om samen met de Nederlandse en Vlaamse gasten de première van Rocco und seine Brüder bij te wonen. Van Hove werkte meerdere keren als gastregisseur bij Nicola’s groep in New York, en maakte daar onder meer A Streetcar named Desire, Hedda Gabler en een spraakmakende versie van Molières De Mensenhater.

Van Hove en Toneelgroep Amsterdam zijn dit jaar voor het eerst te gast op de RuhrTriennale, een uitnodiging die hij nog te danken heeft aan Marie Zimmerman die zijn werk jarenlang heeft gevolgd. De leiding van de Triennale toont een opvallende voorkeur voor Nederlandse en Vlaamse theatermakers. Johan Simons heeft er al zeven producties gemaakt, Alain Platel is vaste gast, Guy Cassiers en Jan Fabre regisseerden er, en nu dus ook Ivo van Hove.

‘Al die theatermakers nodigen wij niet uit omdat ze uit Nederland of België komen, maar omdat ze goed zijn. Er zijn genoeg Nederlandse en Vlaamse regisseurs die wij niet vragen.’ Aldus Thomas Wördehoff, chef dramaturgie van het festival. Hij benadrukt dat voorstellingen in zijn festival zoveel mogelijk Kreationen moeten zijn, nieuwe producties die vooral zijn geïnspireerd door de bijzondere omgeving. Dat onderscheidt de RuhrTriennale ook van andere festivals in Europa als de Wiener Festwochen, het Festival d’Avignon en het Holland Festival waar voornamelijk kant- en klare voorstellingen worden ingekocht of gecoproduceerd.

Wördehoff: ‘De relatie tussen de rijke geschiedenis van dit gebied, de gebouwen en de inhoud van de Kreationen is eigenlijk een automatisme. De theatermakers hebben van deze voormalige kathedralen van de arbeid als vanzelfsprekend kathedralen van de kunst gemaakt.’ Een goed voorbeeld daarvan is Sentimenti dat Johan Simons in 2003 maakte, op muziek van Verdi over de lotgevallen van Italiaanse gastarbeiders die in dit stukje Duitsland hun geluk kwamen beproeven en waarin alle hoeken en gaten van deze immense speelhal werden benut.

Rocco und seine Brüder heeft eenzelfde thematiek: een Italiaanse familie – moeder en vijf zonen – trekt van het arme zuiden naar Milaan in de hoop daar een beter leven op te kunnen bouwen. De voorstelling, een tamelijk getrouwe bewerking van het filmscript van Luchino Visconti uit 1960, wordt in carré-vorm gespeeld, midden in de grote hal. Het publiek kijkt vanaf vier kanten op het speelvlak neer, en op de hoeken tussen de tribunes zijn op hoge palen de diverse locaties gebouwd. Overal staan koffers en huisraad – deze familie is voortdurend onderweg, op zoek naar geborgenheid, rust en een stukje welvaart. En naar de ware liefde, wat tussen de twee broers Rocco (Fedja van Huêt) en Simone (Hans Kesting) een angstaanjagende rivaliteit oplevert vanwege hun beider liefde voor het hoertje Nadia (Halina Reijn).

In de inmiddels vertrouwde, heftig-fysieke Van Hove-speelstijl wordt met grote emoties en open zenuwen gespeeld. Rocco und seine Brüder is zowel een melodrama als een sociaal drama, en in deze versie ligt het accent vooral op dat eerste: gefnuikte passies, liefdesverdriet, dromen die uiteenspatten. De spelers spreken zeer goed Duits (Van Huêt, Celia Nufaar) of opmerkelijk Duits, met een stevig Nederlands accent. Prachtig gestileerde vechtscènes, wanhopige liefdesmomenten en te lang durend gelamenteer wisselen elkaar af in een voorstelling die zijn diepte en ritme duidelijk nog moet vinden. Maar daarvoor heeft TA nog tijd genoeg: in mei 2009 zal Rocco en zijn broers de openingsvoorstelling zijn van de nieuwe zaal die momenteel in de Amsterdamse Stadsschouwburg wordt gebouwd.

‘Ik weet niet hoe het met u gesteld is, maar ik ben zeer onder de indruk van wat ik vanavond heb gezien. Ik vond het echt, en eerlijk theater. En daar kan geen criticus of collega iets aan afdoen.’ Thomas Wördehoff spreekt na afloop de medewerkers van Toneelgroep Amsterdam toe, en het lijkt geen praatje voor de vaak. Desgevraagd licht hij toe: ‘Ik zag hier acteurs aan het werk die zich zeer direct en zonder enige terughoudendheid op hun personages hebben gestort. Zoiets zie je niet vaak in het Duitse, wat zeg ik, in het Europese theater. En daarbij is de regie van Van Hove erg op tempo en daadkracht gericht.’

Op het premièrefeest is castingdirector Hans Kemna vooral geïnteresseerd in waar Halina Reijn die groene pumps heeft gekocht (‘bij de Zara’) en wordt er door zichtbaar vermoeide acteurs dankbaar gebruik gemaakt van het buffet dat hier gewoontegetrouw na een première wordt aangeboden. De organisatie kijkt wat dat betreft niet op een cent. Financieel is hier dan ook vrij veel mogelijk: het driejaarlijkse budget voor de huur van de gebouwen en de infrastructuur bedraagt 37 miljoen euro; voor de kunst zelf, zeg maar de artistieke inhoud, is 21 miljoen per drie jaar beschikbaar.

Aanzien en geld – dat lijken belangrijke motieven om een voorstelling in de RuhrTriennale te maken. En de artistieke uitdaging natuurlijk, dat voorop.

Van Hove: ‘Het heeft hier geen zin een gewoon toneelstuk te spelen, je moet juist als vanzelfsprekend uitgaan van de omgeving. Het stikt hier van de lege fabrieken, waarvoor een nieuwe bestemming wordt gevonden. In die zin is het een maatschappij in ontwikkeling. Rocco en zijn familie zijn dat ook, en het thema Aus der Fremde is zeker op hen van toepassing – het gaat in dit stuk over migratie, over onderweg zijn naar betere oorden en tijden.

‘Ja natuurlijk is het eervol om hier te spelen. De ramen moeten openstaan voor nieuwe ideeën en ontwikkelingen, dat is altijd mijn levensfilosofie geweest. En wat dat geld betreft: dit is inderdaad de grootste productie die TA ooit heeft gemaakt, groter nog dan Romeinse Tragedies. Voor dit decor moeten zes trailers de weg op.’

Ook voor Johan Simons, die de RuhrTriennale dit jaar opende met de NTGent-voorstelling Vergessene Strasse (naar de roman van Louis Paul Boon), is het een kwestie van prestige om hier te staan. ‘Wat dat betreft, ben ik inmiddels behoorlijk verwend. Maar voor mij betekent het werken hier ook een terugkeer naar mijn wortels. Bij het Regiotheater in Noord-Holland en later bij Hollandia heb ik altijd al locatietheater gemaakt, voorstellingen die in direct contact stonden met de omgeving en bevolking. Maar op bescheidener schaal uiteraard – een productie als Vergessene Strasse kost klauwen met geld, daarmee zou Theu Boermans een jaar lang theater kunnen maken. Het gaat hier om grote producties in grote hallen, daarom werk ik ook niet met gewone decors maar met installaties, zoals vorig jaar in Merlin. En nu droom ik alweer van een productie in het Palais des Papes in Avignon. Wat dat betreft ben ik een soort Columbus – ik zal altijd een ontdekkingsreiziger blijven.’

DUISBURG, Gebläsehalle Landschaftspark

Onderdeel van een groot hoogovencomplex in Duisburg-Noord, in 1903 gebouwd. Meest opvallend zijn de neoromantische boogramen die de hal een bijna kerkelijk uiterlijk geven. Samen met de nabijgelegen krachtcentrale vormt de Gebläsehalle het hart van het cultureel centrum dat onderdeel uitmaakt van het 230 hectare grote Landschapspark. Sinds 2002 voornamelijk in gebruik als theater.

De Duitse theatermaker en multimedia-artiest Christoph Schlingensief (47) is vooral bekend door zijn confronterende manier van werken. Hij veroorzaakte een schandaal door in Hamlet neonazi’s op te voeren en in Bayreuth wierp hij met zijn regie van Wagners Parsifal zo ongeveer alle heilige huisjes omver. In de Gebläsehalle heeft hij nu een grote kerk nagebouwd, waarin de afgelopen week Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir is opgevoerd. Een hoogstpersoonlijke voorstelling waarvoor eigenlijk geen woorden zijn: te bizar, te overdonderend, te beklemmend ook.

‘Een kerk van angst voor het vreemde in mij’ – en dat vreemde in hem zijn de kankercellen die het afgelopen jaar zijn lichaam zijn binnengedrongen. Schlingensief lijdt aan een ernstige vorm van longkanker, maar was net op tijd weer op de been om in deze Ruhrtriennale zijn hoogmis van ontsteltenis op te dragen. Kirche der Angst is: een stoet figuranten, meisjes met bloemenkransen, lieftallige misdienaartjes, een dwergvrouwtje dat de paus speelt, een gospelkoor, gesampelde Wagner- en Mahler-muziek, bandopnamen van doktersgesprekken, filmbeelden van almaar uitdijende kankercellen, wegrottende kadavers, mismaakten en kinderen die met pistolen spelen, teksten van onder meer Joseph Beuys, Heiner Müller en het Oude Testament die door topacteurs als Angela Winkler en Margit Carstensen worden voorgedragen.

Een kitscherige show, theatraal exhibitionisme, een geniale blasfemische happening – zo is Schlingensiefs uitzinnige performance al genoemd. Het is het allemaal, en nog veel meer. Na afloop loopt het publiek in gemeenschappelijk stilzwijgen naar de parkeerplaats. Tussen de ontmantelde gasovens, roestige pijpleidingen, bruingrijs uitgeslagen fabriekshallen en afgesloten trappenhuizen wordt door zo’n duizend man geen woord gesproken. Aan een glas bier of sekt, en een goed gesprek is geen behoefte. Iedereen wil naar huis, of ergens zijn waar het stil is. En denken aan wat Schlingensief in zijn voorstelling, in die onthutsende nachtmerrie, terloops zegt: dat hij hoopt dat op zijn grafsteen straks Auf Wiedersehen komt te staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden