Grote drie van de Vlaamse barok komen in Mauritshuis samen

In tentoonstelling Zuiderburen staan geportretteerden centraal

Dit zijn onbetwistbare meesterwerken. Bij de Zuiderburen zijn de rollen omgedraaid: niet de makers, maar de geportretteerden staan centraal. De grote drie van de Vlaamse barok zijn hier bijeen: Rubens, Jordaens en van Dyck, én geweldige voorlopers als Van der Weyden en Memling.

Cornelis de Vos, Portret van Abraham Grapheus, 1620, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Beeld Foto: Rik Klein Gotink

Om het wapperen met de scorekaart maar achter de rug te hebben: Zuiderburen, een tentoonstelling van een dikke twintig vroegmoderne portretten uit de Zuidelijke Nederlanden, waaronder een aantal onbetwistbare meesterwerken, is een 8, een dikke. Wat erop aan te merken valt, is het vermelden amper waard; wat er aan te prijzen valt, is ook echt prijzenswaardig.

Het project betreft een samenwerking tussen het Mauritshuis in Den Haag en het verbouwende Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, eigenaar van de grootste Vlaamse publieke collectie.

Zuiderburen

Beeldende kunst

Zuiderburen: Portretten uit Vlaanderen 1400-1700.

Mauritshuis Den Haag, t/m 14/1.

De halve collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten is inmiddels op reis geweest.

De expositie telt negentien schilderijen uit het museum aldaar, één werk uit het Rijksmuseum (een Jordaens), en vier uit de eigen collectie van het Mauritshuis. Bij elkaar geven ze een volwaardige indruk van een periode die wordt beschouwd als een van de hoogwaardigste in de geschiedenis van de portretkunst, een era die enkel geëvenaard zou worden door de Noordelijke Nederlanden in de 17de eeuw, Groot-Brittannië in de 18de en Frankrijk in de 19de.

Een best of-expositie is niet het meest fantasierijke concept, maar wie praat er überhaupt over concepten wanneer je in een ruimte, die niet groter is dan een gymlokaal, zowel de grote drie van de Vlaamse barok (Rubens, Jordaens en van Dyck) als geweldige voorlopers zoals Van der Weyden en Memling in volle glorie bijeen hebt?

Cornelis de Vos, Portret van Abraham Grapheus, 1620, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Beeld Foto: Rik Klein Gotink

Bovendien: het concept blijkt bij nadere beschouwing wel degelijk inventief. De rollen zijn omgedraaid: niet de makers, maar de geportretteerden staan centraal. Het zijn Philipe en de anderen om wie het hier draait, om hun welstand en voornaamheid, hun schoonheid of gebrek daaraan. Hun uiterlijk dat ons altijd een oordeel weet te ontlokken. Vaak wordt dat direct gelogenstraft.

Neem Van Dycks portret van Cesare Alessandro Scalia di Verrua (1634) - abt, diplomaat, aristocraat. Vergeet zijn lijf, dat duidelijk bestaat uit drie kleuters op elkaars schouders onder een zwart fluwelen mantel, het is de blik waarom het gaat. Men houdt die makkelijk voor verveeld, maar uit de begeleidende tekst blijkt dat Di Verrua ziek was toen hij dit portret bestelde (voor zijn grafkapel). De verveeldheid was dus vermoeidheid; het ontspannen hangende handje was slap als dood pluimvee op een stilleven. Aan Van Dyck om hem nog enig decorum te geven; dat wat eenieder die zich in de 17de eeuw liet portretteren wenste.

Een intrigerende uitzondering is het portret van Abraham Grapheus, huismeester van het Antwerpse Sint-Lucas Gilde en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor keuken, feestdagen et cetera. Cornelis de Vos schilderde hem rijkelijk gedecoreerd, een woest gekapte verschijning . Zijn huid is krijtwit; zijn blik waterig, verkouden, vorsend, geagiteerd. De huismeester, kijkt alsof hij zich zojuist heeft bedacht dat hij die twintig gebraden kippen voor vanavond is vergeten op te halen bij de poelier.

Er hangt nog een prachtig informeel portret op de tentoonstelling, een dubbelportret van Wautier, Zusjes. Hoewel, informeel. Aan de kleding van het rechtermeisje is weinig spontaan, net zoals er weinig spontaan is aan het schaap dat ze aait, of de palmtak van haar zusje. En toch heeft het geheel iets ongedwongens en levendigs. Komt door de Thérèse Schwartze-achtige vlotheid van schilderen en ook door de mond van het meisje rechts, hoe die half openhangt, een teken van afwezigheid. Het is alsof Wautier niet het poseren zelf, maar de pauze ervoor of na heeft vastgelegd. Alsof ze elk moment kan zeggen: oké, meiden, we gaan weer verder.

Lekker in de uitleen

De halve collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten is inmiddels op reis geweest.

Bij het Rijksmuseum in Amsterdam weten ze alles van slepende bouwprojecten, maar bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) kunnen ze er ook wat van. Sinds 2011 is het museum dicht. De beoogde heropeningsdatum is gepland voor september 2019, later dan verwacht. Er is asbest aangetroffen. Ondertussen maakt men de collectie te gelde door haar uit te lenen, onder andere aan Nederlandse musea. Wat heet, de laatste jaren lijkt zo'n beetje het halve depot van het KMSKA op bezoek te zijn geweest bij een van de Noorderburen. Het dubbelportret van Wautier, bijvoorbeeld, dat nu in het Mauritshuis hangt, was samen met andere portretten en mythologische stukken te zien in een expositie over de Vlaamse barok in het Enschedese Rijksmuseum Twenthe. De rijke verzameling Ensors hingen op een expositie in het Haags Gemeentemuseum, Wouters en de expressionisten waren daar ook te zien ( tijdens de expositie Kleur Ontketend). De Breitners, sommige verrassend lelijk hingen óók in het Gemeentemuseum. De lijn Antwerpen - Den Haag is sterk. Wie de hofstad regelmatig bezoekt heeft een aardige indruk van wat hij in 2019 kan verwachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.