Grootse regisseur zocht de schaduwkanten van Italië

Met zijn verontrustende films over de maffia en corruptie had regisseur Francesco Rosi veel invloed. Voor Francis Ford Coppola en Martin Scorsese was hij een voorbeeld.

Scène uit Tre fratelli, over drie uit elkaar gegroeide broers. Deze film leverde Rosi een Oscarnominatie op. Beeld
Scène uit Tre fratelli, over drie uit elkaar gegroeide broers. Deze film leverde Rosi een Oscarnominatie op.Beeld

'Het geweten van de Italiaanse cinema', werd hij eens genoemd. Francesco Rosi, die zaterdagochtend op 92-jarige leeftijd overleed in Rome, onderzocht in zijn werk de schaduwkanten van de Italiaanse samenleving. Het leverde prachtige, verontrustende films op als Salvatore Giuliano (1962), op het filmfestival van Berlijn bekroond met de prijs voor de beste regie, en Il caso Mattei (1972), winnaar van de Gouden Palm in Cannes.

Vooral in de jaren zestig en zeventig gold Rosi als een van de grootste Italiaanse regisseurs. Met zijn films over de maffia, corruptie, machtswellust en politiek bedrog had hij veel invloed. Hij werd bewonderd door Francis Ford Coppola en Martin Scorsese en stond aan de wieg van de Italiaanse onderzoekscinema. Hij deed uitgebreid research voor zijn films, die vaak draaiden om bestaande personen en gebeurtenissen.

Rosi, geboren in Napels, studeerde rechten en begon zijn filmcarrière als assistent van Luchino Visconti. Later werkte hij voor Michelangelo Antonioni. Als regisseur werd hij meestal net als zijn leermeesters onder het Italiaanse neorealisme geschaard, maar zelf vond Rosi dat etiket te eenzijdig. Hij was net zozeer beïnvloed door het neorealisme als door Amerikaanse misdaadfilms. Ook de journalistiek was een belangrijke inspiratiebron.

Zijn derde speelfilm, Salvatore Giuliano, over een legendarische Siciliaanse crimineel, betekende zijn doorbraak. Een jaar later, in 1963, won Rosi de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië met Le mani sulla città (Hands over the City). Daarin speelt Rod Steiger een Napolitaanse ondernemer die, gedekt door lokale politici, fraudeert met bouwplannen en veiligheidsnormen aan zijn laars lapt. De scène waarin een appartementengebouw instort, in schitterend zwart-wit gedraaid door cameraman Gianni Di Venanzo (die ook werkte voor Federico Fellini), is een indrukwekkend voorbeeld van Rosi's meesterschap.

Francesco Rosi in 2012 Beeld EPA
Francesco Rosi in 2012Beeld EPA

Engagement

Dat zijn onderzoek naar schimmige, maffia-gerelateerde zaken niet ongevaarlijk was, bleek toen de journalist Mauro De Mauro in 1970 spoorloos verdween. Rosi had hem gevraagd onderzoek te doen naar de mysterieuze dood van de oliemagnaat Enrico Mattei voor zijn film Il caso Mattei; vlak nadat De Mauro had aankondigd een schokkende onthulling te gaan doen, werd hij ontvoerd.

Het weerhield Rosi er niet van politiek geëngageerde films te blijven maken, zoals Lucky Luciano (1973), Cadaveri eccellenti (The Context, 1976) en Cristo si è fermato a Eboli (Christ Stopped at Eboli, 1979). Het sociale drama Tre fratelli (Three Brothers, 1981), over drie uit elkaar gegroeide broers die terugkeren naar hun ouderlijk huis in het zuiden van Italië, leverde hem een Oscarnominatie op.

Hoewel Rosi van leer trok tegen corruptie en zijn linkse opvattingen niet onder stoelen of banken stak, onthield hij zich in zijn films van pasklare oplossingen. De zoektocht naar de waarheid was voor hem belangrijker dan een gemakkelijk oordeel. Zijn verhalen waren vaak complex en ook de stijl liet zich niet eenvoudig benoemen. Hoewel zijn films soms op documentaires leken (hij ging zelfs zover foto's en ander historisch beeldmateriaal te herscheppen), maakte hij ook gebruik van de wetten van het melodrama en de misdaadthriller. Lucky Luciano, over de beruchte maffiabaas, was voor veel Amerikaanse regisseurs een voorbeeld.

Na Tre fratelli gooide Rosi het over een andere boeg. Carmen (1984, met een hoofdrol voor de tenor Plácido Domingo), was een verfilming van de opera van Bizet. In Zuid-Amerika nam hij Cronaca di una morte annunciata (Chronicle of a Death Foretold, 1987) op, naar de beroemde roman van Gabriel García Márquez. Zijn laatste film was La tregua (The Truce, 1997), met een hoofdrol voor John Turturro als de schrijver Primo Levi.

Onder collega's was Rosi bijzonder geliefd. Hoewel het hem aan internationale waardering niet ontbrak, was zijn status in eigen land nog vele malen groter. In 2012 werd hij in Venetië geëerd met een Gouden Leeuw voor zijn gehele oeuvre.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden