Goed & Slecht Arjan Peters

Grootse pose, kleine triomf

Goed & Slecht: H. Marsman kon ook een poseur zijn, ziet Arjan Peters, die bij Anneke Brassinga een ontdekking deed.

Beeld Getty

De vroege gedichten van Hendrik Marsman (1899-1940) blijven het mooist, van het ‘Groots en meeslepend wil ik leven!’ dat een jongeling uitroept, die zich door het gesputter en geteut van een grijsaard niet laat weerhouden, tot en met de lucht gevende leuze die altijd dienst kan doen, zoals ik reeds een halve eeuw kan vaststellen: ‘Het nest is goed, maar het heelal is ruimer.’

Maar het is ook verrassend om in de nieuwe Marsman-bloemlezing Groots en meeslepend (Vantilt; € 19,95) te zien hoe rap in zijn carrière de druistige dichter zelf inkakte en op een vroegoude sok begon te lijken. Marsman is nog niet eens dertig als hij ‘De vreemdeling’ diens geliefde maant om hem niet te volgen, en evenmin te wenen. Deze weg moet hij alleen gaan: ‘wij zullen eens den zwarten wijn/ van dood en donker uit één beker drinken,/ wij zullen stromend in elkaar verzinken/ en eeuwig zijn.// vaarwel./ ik keer niet weer./ maar gij komt zelve, later./ Vaarwel, het water/ roept voor de derde keer.’ Dan zoek je het toch lekker zelf uit jongen, hoop ik dat die vrouw de poseur achterna heeft geroepen.

Van vertaler en dichter Anneke Brassinga verscheen de bundel Verborgen tuinen (De Bezige Bij; € 19,99) met daarin een fraai citaat van een van haar dichterlijke vaders, Wallace Stevens, die schreef te houden van de ‘gebutste vormen van de peren en de kaas;// van het citroenlicht in het raam, de wilskracht/ van de nerven, de barst dwars door het glas,// het vuile langs de vensterbank’, waaraan Brassinga toevoegt: ‘Daar is het,/ hier. En niets te leren; meester is wie zich vergeet.’

Dat is, met die laatste regels in gedachten, bijna een oproep om de wil naar het grootse en verre eens te vergeten, omdat er dan ruimte vrijkomt voor de schoonheid die zich zonder klaroengeschal en onder je neus aandient.

Veelzeggend begint Brassinga haar bundel met acht haiku’s uit Berlijn, begeleid door zwart-witfoto’s die ze daar maakte. De laatste foto, vermoedelijk gemaakt op de Jüdischer Friedhof, toont een geknotte stam, met daaronder deze regeltjes: ‘Als ’t gedicht houtsnijdt/ staat de afgehakte boom/ erin op en bloeit.’

 Ik moest denken aan het Oude Testament, Jesaja 35: ‘de woestijn zal bloeien als een roos’. Los daarvan vormt het versje zélf het bewijs dat ook het kleine meeslepend kan zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.