Grootse esthetiek Parkrand is té perfect

Parkrand..

amsterdam Het is een spectaculair gezicht: de twee manshoge kroonluchters van het Amsterdamse Parkrandgebouw. Ze hangen in een zogeheten ‘buitenkamer’, een hagelgat van 24 hoog bij 35 meter breed dat uit de zwarte bouwmassa lijkt te zijn uitgesneden. Zo versterken deze kroonluchters de boodschap die heel dit immense bouwwerk uit moet dragen: dat het hier goed en luxe wonen is. Althans, voor wie bereid is al die reuzenmaten voor lief te nemen. Want een beetje gemoedelijkheid kan er in dit complex niet af.

Parkrand is de bekroning van de vernieuwde Eendrachtsparkbuurt – het noordoostelijk deel van Geuzenveld. Tien jaar geleden al maakte MVRDV een stedenbouwkundig plan voor dit gebied. Op grond daarvan wordt heel die ooit verarmde buurt nu langzaam omgetoverd in een vitale stadswijk, waar nu vooral ook een duidelijker verschil bestaat tussen de openbare straten en de beschutte binnengebieden. Dankzij MVRDV is dat nu in al het materiaalgebruik te zien: nieuwe blokken als Blasiushof en Ripperdahof hebben donkere bakstenen straatgevels, en lichte gevels langs de binnenhoven.

MVRDV zelf kreeg met Parkrand de belangrijkste en meest eervolle opdracht: een blikvanger pal naast het park. Hier moesten 223 woningen komen, groter en gevarieerder dan er ooit stonden. Sociale huur (23 stuks) en duurdere koopwoningen (193) door elkaar, en dat in combinatie met een parkeergarage en bedrijfsruimten. Maar hoeveel er ook in totaal gebouwd moest worden, het geheel moest openheid naar het park blijven bieden. De flats die hier voor Parkrand stonden, sloten dat park namelijk af van de buurt.

Voor MVRDV was de opdracht een kolfje naar de hand. Hoogbouw, tot in extremen doorgedacht, fascineert hen al jaren. Zo stapelden ze in 2000 voor de wereldtentoonstelling in Hannover Nederlandse landschappen als etages boven op elkaar: een stelling over ons nationale grondgebruik. En in 2001 bedachten zij het sensationele plan om varkenshouderijen in torens te huisvesten: dat zou voor die dieren wel eens beter kunnen zijn dan hun huidige situatie. In Madrid tenslotte, kwam een paar jaar geleden het torenhoge woongebouw Mirador gereed dat, net als Parkrand, wordt doorsneden door een gat. Ook dit was niet bedacht uit gekkigheid, maar kwam voort uit een studie hoe een blikvanger voor een hele stad, tegelijk verrassende gebruiksmogelijkheden kon bieden. Vandaar ook dat gat: een terras ter grootte van een park voor alle bewoners.

Parkrand is ook zo’n statement. Wat de indruk wekt van één reusachtig donker bouwblok met een aantal grote witte gaten erin, is feitelijk een verzameling ‘gewone’ gebouwen die precies op deze opdracht zijn toegesneden. Vijf woontorens, elf verdiepingen hoog, staan samen op één rechthoekige plint. Ook hun toppen zijn met elkaar verbonden. Een kloeke luchtbrug, twee woonlagen dik, doet stapsgewijs alle torens aan. Dat geeft een grote variatie aan woningen, zelfs in de luchtbrug zijn er maisonnettes. En vrijwel allemaal bieden die weidse uitzichten, meestal ook wel op het park. Terwijl de gaten tegelijk het park voor de overige buurtbewoners ‘voelbaar’ houden.

Perfect zou je zeggen. Maar het is té perfect. Alleen al het idee van blikvanger is echt wat overdreven. Het beeld van één groot, opengewerkt zwart bouwblok is tot in het absurde doorgevoerd. Alle buitenste gevels van Parkrand zijn uitgevoerd in zwart beton waarin basaltgruis is verwerkt, en dat wordt uitsluitend afgewisseld met donker glas in zwarte kozijnen. Daarentegen zijn alle binnengevels van het blok hagelwit.

Lelijk is dat wit overigens niet. Hier is een met zorg gekozen geglazuurde baksteen toegepast, waar het oudste keramiek bedrijf van Nederland, Tichelaar uit Makkum, negen maanden hard aan werkte. Een goed idee zijn met name de druppelstenen waarmee een ruitenpatroon in de gladde gevels is aangebracht. Oorspronkelijk waren dit misbaksels, maar de architect vond ze zo mooi dat ze speciaal voor dit gebouw seriematig zijn gemaakt. Fraai zijn ook de randen langs kozijnen, met afgeronde stenen. Dat alles schittert zelfs in de schaduw en geeft een geweldig lijnenspel.

Helaas maakt al die grootste esthetiek het complex ook kil, en dat staat haaks op het voornaamste doel van het gebouw: een prettige, rijk gevarieerde woonomgeving bieden. Grootste slachtoffers zijn de laagste woningen aan de stadskant die voornamelijk uitkijken op een groot, zwart asfaltdek. Maar eigenlijk hebben alle woningen er last van, met hun verdiepinghoge glaspuien en geheel glazen balkons die nauwelijks beschermen tegen inkijk.

De rabiate aanpak wreekt zich verder op alle gezamenlijke binnenterreinen, die buitenkamers, door Richard Hutten ingericht in de lijn van MVRDV. Neem de tuinkamer: hier zijn dan wel die kroonluchters en echte bomen in immense potten, maar prettige plekken met menselijke maten vind je er eenvoudigweg niet. De speelkamer slaat alles. Twee hagelwitte, kruisvormige glijbanen en tientallen witte olifantjes – maar nog geen bank om op te zitten. Een mooi decor voor architectuurfotografie, maar als speelplek is het armoe troef.

Hilde de Haan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.