Beschouwing

Grof, kritisch of pijnlijk: een naslagwerk van ‘onfatsoenlijke’ strips

Jan Smet stelde een overzicht samen van stripcensuur in Duizend bommen en castraten. Censuur in de strip.

‘Duizend bommen en castraten. Censuur in de strip’ van Jan Smet. Beeld
‘Duizend bommen en castraten. Censuur in de strip’ van Jan Smet.

In 1948 stuurde onderwijsminister Theo Rutten een brief naar de schoolbesturen. Hij deed een klemmend beroep om de verspreiding van ‘beeldromans’ tegen te gaan: ‘Deze boekjes, die een samenhangende reeks tekeningen met een begeleidende tekst bevatten, zijn over het algemeen van sensationeel karakter zonder enige andere waarde.’

Striptekenaars worden al sinds de 19de eeuw ervan beschuldigd dat ze de jeugd bederven met prikkelende plaatjes en grove taal. Een jaar na Ruttens brief nam Frankrijk een censuurwet aan om de jeugd te behoeden voor moreel verval door toedoen van pornografische en ophitsende strips. De Verenigde Staten gingen nog verder: daar werd in 1954 de Comics Code Authority ingesteld, waarmee uitgevers zichzelf censureerden en het afbeelden van geweld, seks en drugs afwezen.

Al een halve eeuw verzamelt de Vlaming Jan Smet (75) voorbeelden van strips die de fatsoensnormen overschrijden. Die heeft hij gebundeld in Duizend bommen en castraten. Censuur in de strip, een 572 bladzijden tellend naslagwerk vol verhalen over tepels die moeten worden bedekt en monden die moeten worden gesnoerd. Dat Smet grondig te werk gaat, blijkt alleen al uit het tien pagina’s tellende glossarium van scheldwoorden die hij bij elkaar heeft gesprokkeld.

De schuttingtaal van stripfiguren valt ook in Nederland niet altijd in goede aarde. In 2004 tekende Guido van Driel voor de gemeente Dongeradeel de grafische roman Om mekaar in Dokkum, die niet bleek te zijn wat de christelijke partijen ervan hadden verwacht. Ze vonden het boek godslasterlijk vanwege termen als ‘snikkel’, ‘kutwijf’, ‘verdomme’ en ‘fuck’. Smet noteert: ‘Uiteindelijk werd beslist om het boek niet langer als relatiegeschenk van de gemeente te verspreiden.’

De 21 hoofdstukken worden afgewisseld met intermezzo’s waarin Smet thematische zijweggetjes inslaat. Het tweede intermezzo heet: ‘Ook nog even over politiek’. Een nogal laconieke benadering van de stripcensuur, die serieuze gevolgen kan hebben voor tekenaars die machthebbers bekritiseren. Ramon Ebalé publiceerde een satirisch verhaal over dictator Teodoro Obiang Nguema Mbasogo. Toen Ebalé naar zijn geboorteland Equatoriaal-Guinea terugkeerde om een nieuw paspoort te halen, werd hij prompt gearresteerd en gevangengezet.

Jan Smet: Duizend bommen en castraten. Censuur in de strip. Uitgeverij Vrijdag: 572 pagina’s, 45 euro.

Majesteitsschennis

Cartoonist Bernard Holtrop (alias Willem) werd in 1966 beschuldigd van majesteitsschennis vanwege een spotprent van koningin Juliana in het provoblaadje God, Nederland en Oranje. Omdat de toelage voor de vorstin was verhoogd, tekende hij haar als een hoer op de Wallen in Amsterdam. Haar prijskaartje: 5,2 miljoen gulden. Willem werd niet veroordeeld tot een boete van 200 gulden, zoals Jan Smet beweert, maar vrijgesproken.

Koningin Juliana afgebeeld als prostituee in 1966 door tekenaar Willem in het provoblad God, Nederland en Oranje. Boete 200 gulden. Beeld Willem / Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
Koningin Juliana afgebeeld als prostituee in 1966 door tekenaar Willem in het provoblad God, Nederland en Oranje. Boete 200 gulden.Beeld Willem / Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

Wetenschapsjournalist Maarten Keulemans ontdekte dat al een halve eeuw wordt beweerd dat Willem voor de Juliana-cartoon werd gestraft, terwijl hij in werkelijkheid 250 gulden moest betalen voor een andere cartoon. Hierop stond een politieagent in de vorm van een hakenkruis, en het afbeelden van nazi-symbolen mag niet. Die boete was trouwens een lachertje als je het vergelijkt met het bedrag dat de Marokkaanse tekenaar Khalid Gueddar moest betalen. In 2009 werd drie jaar cel tegen hem geëist wegens het beledigen van het koningshuis. Gueddar had de draak gestoken met een neef van koning Mohammed VI. De beledigde prins Moulay Ismail eiste een schadevergoeding van 270 duizend euro.

Hoezo racistisch?

Sixto Valencia Burgos is een Mexicaanse tekenaar die begin jaren zestig doorbrak met zijn stripreeks Memín Pinguín, over een zwart jongetje met overdreven dikke lippen. Oud nieuws, zou je zeggen, ware het niet dat de lokale posterijen een halve eeuw later een serie postzegels uitbrachten onder de titel La caricatura en México, met Memín Pinguín in vijf uitdossingen. Uit de VS kwamen verontwaardigde reacties: je kunt raciale stereotypen niet kritiekloos de wereld in sturen!

De Mexicaanse Memín Pinguín-postzegels. Beeld
De Mexicaanse Memín Pinguín-postzegels.

Toenmalig president Vicente Fox vond de ophef onzin en zei: ‘Mexicanen zijn dol op dit figuurtje. Mensen die deze postzegels bekritiseren, hebben de oorspronkelijke strips niet gelezen.’ Raar argument, maar over de populariteit van Memín Pinguín had Fox niets te veel gezegd: toen de postzegels in 2005 verschenen, waren er binnen een paar dagen 700 duizend van verkocht.

Politiegeweld

Veel kwesties die Jan Smet in zijn censuurbijbel aanhaalt, gaan over het blootleggen van taboes. Art Spiegelman, bekend van Maus, een graphic novel over de Holocaust, heeft met zijn coverontwerpen voor The New Yorker meermalen een open zenuw geraakt. Bijvoorbeeld toen hij in de week van Valentijnsdag een chassidische jood en een zwarte vrouw in een innige omhelzing afbeeldde, nadat in Brooklyn geweld was uitgebroken tussen zwarte en orthodox-joodse inwoners.

De cover van Art Spiegelman voor The New Yorker. Beeld Art Spiegelman/The New Yorker
De cover van Art Spiegelman voor The New Yorker.Beeld Art Spiegelman/The New Yorker

De meeste ophef veroorzaakte Spiegelman echter in 1999 met ‘41 shots 10 cents’, waarmee hij vooruitliep op de Black Lives Matter-beweging. Zijn omslag verwees naar de dood van de ongewapende immigrant Amadou Diallo, die werd getroffen door 41 politiekogels, waarna rellen uitbraken. Spiegelmans afbeelding van een agent die in een schiettent op burgers vuurt, leidde weer tot woede bij de politie: 250 agenten demonstreerden voor de redactie van The New Yorker.

Geblurde seks

Bokashi heet het in Japan als plaatjes of foto’s met pixels zijn afgedekt. Sinds 1907 geldt in Japan een wet die het afbeelden van obsceniteiten verbiedt. In manga, de Japanse strip, wordt dat vaak omzeild door een bloot lichaam te tekenen met een witte plek waar een geslachtsdeel hoort te zitten. De lezer kan met zijn of haar fantasie de leemte zelf invullen. Een alternatief zijn analogieën: erotisch stripmaker Katsuaki maakt in zijn serie Step up Love Story suggestief gebruik van bananen en stokbroden om te tonen waar zijn hoofdrolspeelster over mijmert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden