Grillige, experimentele sculpturen van Jean Dubuffet in tuinen van het Rijksmuseum

Werken van Franse kunstenaar in drie Amsterdamse musea deze zomer

De zomer van Jean Dubuffet: zijn werk wordt in drie Amsterdamse musea getoond. De Franse kunstenaar creëerde spontane beelden en schilderijen.

Beelden van de Franse kunstenaar Jean Dubuffet in de Rijksmuseumtuinen in Amsterdam Foto ANP

Spierwit, met vette zwarte kronkellijnen, trotseren ze de regen en de zwaartekracht. Balancerend op een afgerond voetje toont een metershoge 'grapjas' zijn grimas. De grillige sculpturen van de Franse kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985) zijn geland in de tuinen van het Rijksmuseum. Nederlanders herkennen de beelden vast als ze een keer op Dubuffets Jardin d'émail hebben gespeeld bij Museum Kröller-Müller. Maar een Spaanse toerist die door de tuinen loopt, vertelt haar reisgenoot dat ze kijken naar beelden van Picasso. Het is maar goed dat deze zomer drie Amsterdamse musea werken en inspiratiebronnen van Dubuffet laten zien: het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Outsider Art Museum (in de Hermitage). Niet alleen voor de Spaanse toerist van belang. Want die vrolijke speelse kunst, waar ging die ook al weer over?

'Vergis je niet', waarschuwt Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits bij de presentatie van de beelden in de tuin, 'Dit alles ziet er feestelijk uit, maar Dubuffet hield van controverse.' Hij was niet zomaar een blije fröbelaar, bedoelt Dibbits. Dubuffet was nogal anti: anti-kunst zelfs en anti de heersende westerse cultuur. Hij was een laatbloeier, de 40 net gepasseerd toen hij in 1942 besloot om zich geheel aan de kunst te wijden. Daarvoor had Dubuffet zijn aandacht verdeeld over kunst, reizen en zijn wijnhandel in Parijs. Hij wilde de kunst opnieuw uitvinden, door in zijn schilderijen te experimenteren met bijvoorbeeld gips, bladeren, zand, teer en cement. En hij verzamelde kunst van niet-kunstenaars, zoals kinderen, gedetineerden en psychiatrische patiënten. Hij muntte de term 'art brut' voor deze spontane 'authentieke' kunst.

Voor de figuren rondom het Rijksmuseum was een telefoongesprek nodig in de zomer van 1962. Dubuffet krabbelde toen gedachteloos wat met balpen op papier en ontdekte zo een nieuwe stijl die hij de fantasienaam 'l'hourloupe' gaf. Eerst herhaalde hij de vormen en kleuren in tekeningen en schilderijen, daarna ging hij in piepschuim vormen snijden. Zo groeide de telefoondroedel langzaam maar zeker uit tot een reeks sculpturen en architectonische installaties, waaronder Jardin d'émail. Deze werken moesten er spontaan uitzien, ondanks alle vertaalslagen, van papier naar piepschuim naar epoxy of zelfs beton.

Even verderop aan het Museumplein heeft het Stedelijk Museum het depot binnenstebuiten gekeerd om voor het eerst de volledige collectie Dubuffet te laten zien. Die is van belang ('de grootste in Europa buiten Frankrijk'), maar past overzichtelijk in twee zalen. Ook de periode vóór l'hourloupe is hier te zien. Schilderijen die zijn geknipt, geplakt en gesmeerd, zoals het bekende lachende portret Personnage hilare (1959) in gips geverfd en geboetseerd.

Foto anp

'Het oeuvre van Dubuffet is verbonden aan de geschiedenis van het museum', legt Sophie Berrebi, gastcurator en docent kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, uit. Een atelierbezoek in Parijs inspireerde Willem Sandberg bijvoorbeeld tot zijn expositie Van natuur tot kunst in 1960. Toen Edy de Wilde aantrad als directeur in 1963 stond hij te popelen een overzichtstentoonstelling met Dubuffet te maken. Dat kwam er pas drie jaar later van en Dubuffet was zo tevreden dat hij vervolgens vijf werken schonk. 'De Wilde kon niet kiezen, het leverde hem een slapeloze nacht op', vertelt Berrebi. Hij koos toen ook Personnage hilare, dus hij zal geen spijt hebben gehad.

Vanaf Personnage hilare is het een kleine stap naar het Outsider Art Museum en een onmisbare stap om Dubuffet beter te begrijpen. In dit kleine museum (gevestigd in een deel van de Hermitage) zijn Dubuffets inspiratiebronnen te zien, zijn geliefde art brut. In de expositie is een selectie werken uit de beroemde Duitse Prinzhorn-collectie bijeengebracht. Hans Prinzhorn (1886-1933) was een psychiater en kunsthistoricus die in opdracht van het universitair ziekenhuis van Heidelberg kunst van geesteszieken verzamelde. Dubuffet bezocht deze collectie in 1950. Zijn aantekeningen van dit bezoek leken verloren, totdat ze in 2015 in de archieven van Dubuffets collectie opdoken. Die aantekeningen worden in Outsider Art Museum gepresenteerd bij de betreffende werken. De tekeningen en schilderijen die hij het meest waardeerde hebben die losse spontaniteit waar de kunstenaar zo hard op studeerde. Deze outsiders maakten anti-kunst zonder dat ze wisten waar ze tegen streden. Dubuffet kon hen in zijn strijd goed gebruiken. Niet dat we zijn werk tegenwoordig nog als anti-kunst herkennen. Maar na het bekijken van dit drieluik aan tentoonstellingen zal hij door niemand meer met Picasso worden verward.

Jean Dubuffet in drie Amsterdamse musea

Jean Dubuffet in de Rijksmuseumtuinen, Amsterdam, t/m 1/10
The Deep End, Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 7/1/18
De lijst van Dubuffet, Outsider Art Museum, Amsterdam, t/m 24/9

Foto anp