Hanne Arendzen in Vijand van het volk van Theatergroep Suburbia.

Profiel Hanne Arendzen

Gretig als een hongerige hond stortte Hanne Arendzen zich op haar acteerwerk – en brak door

Hanne Arendzen in Vijand van het volk van Theatergroep Suburbia. Beeld Ilja Keizer

Het duurde even – ten onrechte – maar geen theaterliefhebber die nog om Hanne Arendzen heen kan. Haar hoofdrol in Van de koele meren des doods  was haar definitieve doorbraak, nu is ze te zien in De liefde begraven.

Op het toegangskaartje voor de voorstelling stond ‘Eline Vere (première) - Marc Klein Essink e.a.’, schrijft toneelcriticus Hein Janssen in zijn recensie van 27 september 2015. Om daaraan toe te voegen: ‘Sorry hoor, maar mag die naam vanaf nu vervangen worden door die van Hanne Arendzen?’

Janssen noemt Arendzen in zijn recensie ‘een ontdekking’. Maar sinds die ontdekking in 2015 verkeerde Arendzen (32) nog drie jaar in de luwte van het Nederlands toneel, ook al had ze al een mooie rol in de tv-serie Ramses (2013). Ze speelde onder meer in Vijand van het volk van toneelgroep Suburbia, Intouchables van theaterproducent Senf, De verlossing (weer Suburbia) en Vele hemels boven de zevende van Bos Theaterproducties. Steeds werd haar spel geprezen, maar tot een echte doorbraak kwam het niet. Tot Van de koele meren des doods (2018-2019), bij theaterbureau Hummelinck Stuurman.

In de mooie hoofdrol van Hedwig Marga de Fontayne gaf Arendzen blijk van een groot dramatisch talent. Deze krant schreef: ‘Haar Hedwig trilt en zindert van hoop, verliefdheid en levenslust. [...] Haar verwachtingsvolle blikken, haar verdrietige glimlach, ze boren in je ziel.’

Niet veel later schreef NRC dat je voor actrices als zij speciaal naar het theater gaat. Arendzen: ‘Toen moest ik zo lachen. Speciaal voor mij naar het theater? Serieus? Zijn er mensen die dat doen?’

Voor de rol werd ze genomineerd voor een Theo d’Or, de belangrijkste Nederlandse toneelprijs. En dat terwijl haar toekomst als actrice ooit aan een zijden draadje hing.

Arendzen (32), geboren in Haren, werd ‘stapelverliefd’ op het toneel bij een Hamlet voor 8+, in de stadsschouwburg van Groningen. ‘Het schijnt dat ik drie maanden lang over niets anders heb gepraat.’ Ze volgde dramalessen, deed de Vooropleiding Theater bij De Noorderlingen in Groningen en werd aangenomen op de Amsterdamse toneelschool. Een onverdeeld genoegen was dat niet. Lachend: ‘Qua vorming heeft het wel wat weg van het leger.’

Tegenspeler Jeroen Spitzenberger: ‘Hanne is echt one to watch.’ Beeld Ilja Keizer

Haar zang- en spraakdocent uit die tijd, Leo van der Plas, herinnert zich haar gretigheid en ernst. ‘Hanne wilde het té graag goed doen. Zij dacht: als ik nu precies doe wat de docenten zeggen, dan ben ik een actrice.’ Arendzen: ‘Ik schreef in een boekje letterlijk op wat ze zeiden. En als ze elkaar tegenspraken raakte ik in de war. Ik wilde het gewoon he-le-maal begrijpen, de techniek, het ambacht, hoe alles werkte. Ik wilde het kunnen vastgrijpen.’

Van der Plas: ‘Maar uiteindelijk moet je je de theorie toe-eigenen, natuurlijk, en vertrouwen op je eigen intuïtie. Ik denk dat Hanne zich te zeer had vastgebeten in een bepaald beeld van acteren.’

In het derde jaar werd ze bijna van school gestuurd. Een paar docenten twijfelden aan haar ‘vakperspectief’. Maar niet Van der Plas. ‘Ik heb toen in een vergadering mijn onvoorwaardelijke vertrouwen in haar talent uitgesproken. Want er waren echt momenten op de vloer waarop je de schitterende actrice al kon zien die ze in zich had.’ Een heel intuïtieve, dramatische, muzikale actrice, zag Van der Plas dan, met een groot vermogen haar publiek te ontroeren.

Een zomercursus aan de The Royal Academy of Dramatic Art in Londen dat jaar deed het tij keren. Arendzen: ‘Alleen maar Shakespeare spelen, in het Engels. Daar heb ik echt gevoel gekregen voor taal als sleutel tot een vertolking.’

‘Hanne is in staat om met haar stem haar personage te kleuren’, zegt Van der Plas. Haar tekstbehandeling is heel goed: uitspraak, dictie, intonatie, melodie.’

Collega Jeroen Spitzenberger: ‘Het is een raar detail, maar ze spreekt alleen al de ‘z’ prachtig uit.’

Een stage, als Masja in Tsjechovs Een meeuw (2011) gaf haar meer vertrouwen: ‘Heerlijk, weg van de regels en wetten van school, zo’n rol zelf mogen uitvinden. En die dan tachtig keer spelen. Uiteindelijk leer je dit vak door het veel te doen.’

Regisseur Peter de Baan, die Arendzen regisseerde in haar afstudeervoorstelling in 2011, en nu opnieuw in De liefde begraven, heeft haar in de tussenliggende tijd zien groeien. Hij noemt haar ‘gretig als een hongerige hond, gul, schaamteloos en tegelijk heel intelligent.’ Ze verenigt bepaalde tegenstellingen in zich, zegt hij: exuberant en gecontroleerd, emotioneel, op een beheerste manier. ‘Ze levert zich uit, maar het is altijd heel gekozen.’

Ook Jeroen Spitzenberger, haar tegenspeler in De liefde begraven, prijst die combinatie van gevoeligheid en ambacht. ‘Hanne is iemand met een antenne, ze staat altijd áán. Ze heeft een grote emotionele intelligentie, daardoor kan ze een tekst snel persoonlijk maken. Maar ze beschikt ook heel gemakkelijk over haar techniek.’ Ook Spizenberger kende haar hiervoor nauwelijks. ‘Nu denk ik: waarom wist ik dit niet? Ze doet me vaak denken aan Halina Reijn, en niet alleen omdat ze op haar lijkt. Ze heeft dezelfde bijzondere présence. Hanne is echt one to watch.’

Hanne Arendzen: ‘Ik ben blij met de kansen die ik heb gekregen!’ Beeld Ilja Keizer

Toch wordt haar spel nog altijd gekenmerkt door een bepaalde bescheidenheid. En dat is precies wat haar zo goed maakt, zegt Sander Janssens, NRC-criticus en lid van de Nederlandse Toneeljury, die Arendzen nomineerde voor de Theo d’Or (ze verloor nipt van Hannah Hoekstra). ‘Ze is integer en wars van pretenties. Daardoor kan ze grote emoties goed invoelbaar maken, zonder dat het melodramatisch wordt. Haar spel is precies, helder en zonder ijdel vertoon.’

Nadelig voor haar carrière was tot dusver wel de wisselende kwaliteit van de producties waarin ze speelde, denkt Janssens. ‘Zij is elke keer steengoed, maar je gunt haar zo veel betere stukken. Een keer een Medea in regie van Marcus Azzini bijvoorbeeld.’

Arendzen: ‘O, ik ben eigenlijk vooral heel blij met de kansen die ik heb gekregen. Dat Ger Thijs mij, een volstrekt onbekende actrice, uitkoos voor de rol van Eline Vere, dat was heel dapper.’

Wel is ze, zegt ze zelf, misschien iets te zeer in de hoek beland van ‘laatnegentiende-eeuwse naturalistische romans over tragische jonge vrouwen’. ‘In die zin zou ik wel wat nieuwe wegen willen bewandelen. Ik hoef even geen zelfmoord meer te plegen.’

De liefde begraven is zo’n nieuwe stap, denkt Peter de Baan, omdat ze daar nu ook eens een lichtere toets aan mag slaan. ‘Je moet echt stekeblind zijn om in deze productie niet óók haar komische talent te zien.’

En daarna? De Theo d’Or-nominatie en alle lof die haar plots ten deel viel, hebben tot een belangrijk inzicht geleid, zegt ze. ‘Hiervoor was ik vooral opgelucht als ik een rol kreeg. Maar ik realiseer me nu dat ik meer zelf de regie kan nemen. Kennelijk heb ik iets te bieden, en ik heb dus ook iets te kiezen.’

Al is het niet zo dat sinds de nominatie de telefoon roodgloeiend staat, lacht ze. ‘Omdat iedereen dan dénkt dat je al heel drukbezet bent.’ Wel lopen er wat audities voor film en televisie. Maar als Marcus Azzini straks belt, heeft ze misschien nog wel een gaatje.

De liefde begraven van Hummelinck Stuurman is nu te zien (try-outs). De première is 21 december in Laren. 

Beeld Ilja Keizer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden