Graven in een graf vol Duitse jongens

Lieflijk land aan de rivier, koeien in de uiterwaard, een weggetje, geelwitte veerpont over de Bergsche Maas tussen Sprang-Capelle en Dussen....

Stoffelijke resten van negen of tien van hen zijn geborgen. Nog 25 tot 30 liggen in de dijk, misschien meer.

'Gigantisch', zegt Arie Luiten, uitvoerder van de Eerste Maas en Waalse Wegenbouw, 'zoveel munitie als er zit. Klein kaliber, handgranaten, mortiergranaten, pantsergranaten, fosforgranaten, vliegtuigbommen. Ik heb het niet eerder zo meegemaakt, en dat is inclusief mijn 19 jaren bij de Explosieven Opruimingsdienst.'

Decimeter voor decimeter zoekt de Vallon-metaaldetector de dijkwand af. Piketpaaltje in de grond waar hij piept. Tientallen staan er al. Graafmachine schuift aarde weg. Vinden ze behalve granaten ook menselijke resten, dan bellen ze het Bergings- en Identificatieteam. En dan komt kapitein Harry Jongen, alias Dirty Harry, alias De Neus. Die steekt dan soms een stok in de grond en ruikt aan de punt.

'Slao em maor flink met de schup op zien kop', riep vorige week iemand vanachter het hek toen ze een gaaf skelet, de kaken nog opengesperd, uit een gang in de dijk haalden. Ze staan er weer met de fiets aan hun hand, die in de winter van 1944 jong waren.

'Dat weet ge ook nog wel, hè', zeggen ze, 'hoe de Polen 's nachts de dijk overkwamen en ze de kop afsneden.' Achtergebleven Poolse solaten leven er nog genoeg in Brabant. 'Maor die praoten er nooit over. Toen wij uit Indië kwamen praoten we d'r ok nooit over. En nog niet.'

Een ander: 'Jongens van dertien of zo waren het. Maar denk erom dat die Duitsers goeie soldaten waren.'

Een vierde: 'De Polen en Engelsen en Canadezen die sneuvelden, werden goed verzorgd. Op een dooie Duitser meer of minder keek men niet na de bevrijding. Op boerenkarren werden die gestapeld. Of in de bomgaten en schuttersputten in de dijk gegooid, en zand erover.'

Vlakbij, in Waalwijk, woont de militair historicus Menni Boitero. Hij promoveerde op een onderzoek naar 'besluitvorming op het slagveld', en speciaal naar de irrationele component daarin. De Slag om het Kapelsche Veer, in Lou de Jongs geschiedschrijving nauwelijks een voetnoot, is volgens hem een schoolvoorbeeld van 'een prestigeslag tussen twee gefrustreerde generaals om een stelling die militair gezien van geen enkel belang was'.

De geallieerden hadden herfst 1944 bij hun opmars tot aan de grote rivieren in Nederland vergeten het poldertje tussen het Oude Maasje en de Bergsche Maas te bezetten.

Stiekem bouwden de Duitsers de kelders van de enige twee woningen en een halve kilometer dijk uit tot een bruggenhoofd in geallieerd gebied. Zodra het Ardennen-offensief flink op stoot was, zou een tweede Duitse legermacht vanaf deze kant de vijandelijke coalitie in de tang nemen en helpen Antwerpen te heroveren.

Het Ardennen-offensief mislukte. Maar de Duitse parachutistengeneraal Kurt Student wilde het toen onnutte bruggenhoofdje niet meer opgeven. Zijn antagonist, sir John Crocker, wilde koste wat kost de schande van de enige vijandelijke positie in geallieerd gebied opruimen. Hij stuurde achtereenvolgens de Polen, de Britten en de Canadezen in stormaanvallen het poldertje in. Vijf ijzige winterweken lang. Tevergeefs. In totaal werden 1200 militaire verliezen geteld.

Toen na een commandowisseling de Duitsers eind januari '45 eigener beweging zich terugtrokken over de rivier, was er in de bootjes geen plaats voor al hun doden. Ze worden nu uit de dijk gehaald, waarna andere machines de dijk op Delta-hoogte brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden