Beschouwing Grace: The Jeff Buckley Story

Graphic novel over Jeff Buckley leest met muziek aan als een bijna volwaardige biopic

Jeff Buckley verdronk op zijn 30ste tijdens een nachtelijke zwempartij, net toen hij zijn zaakjes weer op orde begon te krijgen en hij aan een tweede album wilde beginnen. De graphic novel Grace: The Jeff Buckley Story leest als een biopic op papier.

De graphic novel Grace: The Jeff Buckley Story

Kinderen van beroemde ouders lijken welhaast gedoemd. Oké, Dreetje Hazes heeft inmiddels zijn eigen weg binnen het lichte amusement wel gevonden. Maar vraag het eens aan Julian Lennon, of Sean Lennon. Check het bij Jordi Cruijff of Gertje van Hanegem. Leg het eens voor aan August Goethe, zoon van de beroemde schrijver, geboren in 1789 en overleden in 1830. Op zijn grafsteen staat Goethe-Filius, oftewel: de zoon van Goethe. Want zijn eigen naam August, ach, die deed er niet zo toe. Zijn vader, die hem twee jaar zou overleven, sprak bitter: ‘Ik wist wel dat mijn zoon als sterveling was geboren.’

Een ander schrijnend voorbeeld is Jeff Buckley, over wie nu de graphic novel Grace: The Jeff Buckley Story is verschenen. Op de kop af 25 jaar geleden bracht Buckley zijn debuutalbum Grace uit (releasedatum: 23 augustus 1994), waarop hij met een elastische stem die de breekbare falsetto niet schuwde het genre van de indierock nieuwe emotionele vergezichten schonk. Tien liedjes slechts, met een speelduur van 51 minuut 43 precies, maar wel enorm eigen.

Hoewel de plaat aanvankelijk niet eens zoveel deed, geldt het vandaag als een grensverleggend album, een hoogtepunt uit de muzikale jaren negentig. Nummers als de titelsong Grace, en Lover, You Should’ve Come Over alsook Leonard Cohens Hallelujah (ver voordat het een cliché werd) oogstten lof van Bono en Thom Yorke en Jimmy Page en David Bowie en Elvis Costello en noem ze maar op, zij het vooral postuum. Jeff Buckley overleed op 29 mei 1997, hij verdronk tijdens een nachtelijke zwempartij in Memphis, nog met zijn kleren aan.

Blijkbaar was ook Jeff Buckley (1966-1997) een gedoemde zoon. Zijn vader Tim Buckley (1947-1975) was een gevierd folkzanger en een held van de Woodstockgeneratie. Met zijn akoestische gitaar stond hij op festivals als Newport in 1968, en hoewel hij later opschoof richting jazz, bleef hij een gekende stem in de muziekscene van Los Angeles. Inclusief een vaste schare fans die hem overal volgden, in wat hij ook deed.

Het heeft er alle schijn van dat Jeffs moeder, Tims ex-vrouw Mary Guibert, wel een en ander voorvoelde. Thuis heette Jeff Buckley Scott Moorhead, de achternaam van zijn stiefvader. Maar tijdens een ontmoeting met zijn biologische vader – vlak voor diens dood – raakte Scott zo onder de indruk van Tim Buckley dat hij besloot zijn achternaam weer aan te nemen, en die te combineren met zijn eigenlijke voornaam die hij op zijn doopceel had gevonden. Jeff Buckley was geboren. Achteraf zeg je: dat had hij misschien beter niet kunnen doen.

Het boek Grace: The Jeff Buckley Story, geschreven door Tiffanie DeBartolo, is goed getimed rond het aankomend jubileum van het album. Het artwork van Pascal Dizin en Lisa Reist is fraai. In eenvoudige, maar doeltreffende schetsen met meestal blauwe steunkleuren zien we hoe twintiger Buckley al een jaar of zes als sessiegitarist in Los Angeles werkt. Dan wordt hij in 1991 door producer Hal Willner uitgenodigd om in Brooklyn mee te doen aan een Tim Buckley-tribute als de zoon van… Hij aarzelt, en doet het dan toch maar. Daarmee begint het gedonder. Fans van een zekere leeftijd, bekend als de The cult of Tim Buckley, constateren: ‘Precies zijn vader!’ en ‘Hij klinkt ook net zo!’ – of in de woorden van Jeff Buckley zelf: ‘Alsof Jezus op aarde was teruggekeerd. Zeg ze dat ik ’t niet ben!’

Helpen doet het weinig. Regelmatig duikt die Tim Buckley-cultus in het beeldverhaal weer op, ze hebben wel iets van de figuurtjes uit The Simpsons (maar dan irritanter). Zelfs nadat hij in samenspraak met producer Andy Wallace zijn meesterproef Grace heeft afgelegd, blijft de schaduw van zijn vader hem achtervolgen.

Ondertussen slaat de twijfel toe bij Jeff Buckley. Of hij nog wel zo’n album in zich draagt: een writer’s block. Hij doet een mislukte poging om een tweede album te maken met Tom Verlaine (frontman van de band Television) tot een tweede album (My Sweetheart the Drunk, postuum uitgebracht) en gaat op lange tournees, die hem in 1994 naar Lowlands brachten. Maar daarna kiest hij de vlucht naar voren en vertrekt naar Memphis, de muziekstad in het diepe zuiden.

Het verblijf daar biedt de zonnigste passages in het boek. In Memphis, stad van B.B. King en Elvis en blues en soul en gospel, kennen ze Tim Buckley helemaal niet, laat staan Jeff Buckley. Eindelijk is Jeff bevrijd van het gevecht tegen de genen. Hij maakt nieuwe vrienden, vindt een huis en een studio en heeft eindelijk weer inspiratie. Juist de avond voordat zijn band uit New York aankomt om dan eindelijk aan album twee te beginnen, besluit hij in zijn euforie tot een nachtelijke zwempartij. ‘Doe ik wel vaker hoor’, zegt hij nog tegen zijn maatje Henry Fisher, muzikant in de dop.

We weten inmiddels hoe dit afloopt. Vrijblijvend advies: zet bij het lezen van de strip het album Grace nog eens op, en je krijgt een bijna volwaardige biopic.

Grace: The Jeff Buckley Story. Scenario Tiffanie DeBartolo, artwork Pascal Dizin en Lisa Reist. Uitgeverij First Second, New York. Engelstalig, leverbaar als hardcover, paperback en e-book. 160 pag; € 20,-.

Muziek op papier 

De graphic novel over Jeff Buckley staat niet op zichzelf. Denk aan Robert Crumb, de zingende underground koning, die met R. Crumb’s Heroes of Blues, Jazz & Country (2006) zijn muzikale hommage afleverde. Een boek als een stapel ruilplaatjes. Meer biografische strips zijn er ook. Zo is er een graphic novel over het leven van Billie Holiday, The Ramones, Johnny Cash, John Coltrane, de lijst is eindeloos. De kant van de toegewijde fan wordt belicht in Fietsmod. Vijf tips:

Glenn Gould: A Life Off Tempo (2016) Sandrine Revel

Haddon Hall. When David Invented Bowie (2017). Nejib.

Lennon: The New York Years (2017). Foenkinos, Corbeyan, Horne.

Nick Cave: Mercy on Me (2017). Reinhard Kleist.

Fietsmod (2018), Tobi Dahmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden