Postuum Elisabeth Andersen (1920-2018)

Grande Dame met de mooiste toneelstem van Nederland

Ze speelde 52 rollen bij de Haagsche Comedie en werd er ‘het voorbeeld par excellence van Haags acteren, in een subtiele, verfijnde toon, wars van stemverheffing’. Maar bezeten van het vak is ze nooit geweest. ‘Leven is toch veel belangrijker dan toneel?’, vond ze.

Actrice Elisabeth Andersen. Beeld ANP

‘Ik heb bijna zestig jaar op het toneel gestaan. Een beetje ijdel ben ik wel, natuurlijk. Maar ik heb het applaus altijd gerelativeerd’, zei ze ooit in een interview. ‘Het publiek dat je bewondert, de kranten die lovend over je schrijven, de prijzen. Bezeten van het vak ben ik nooit geweest. Het leven is toch veel belangrijker dan toneel?’ Elisabeth Andersen bleef nuchter, al gold ze ontegenzeggelijk als een van de grandes dames van het Nederlandse theater. Woensdag stierf ze, op 98-jarige leeftijd.

Officieel was ze 23 jaar eerder met pensioen gegaan, maar haar laatste rol speelde Andersen op haar 80ste, bij het Nationale Toneel: de oude mevrouw Dercksz in Oude Mensen naar Couperus. ‘Andersen is een groot actrice en beschikt bovendien over de mooiste toneelstem van Nederland, maar ze is in heel haar wezen te levend en te levendig voor dit personage’, schreef de Volkskrant. Ook dat was Andersen. ‘Ik voel me niet oud, maar in jaren ben ik oud, dat moet ik me realiseren’, liet ze zich ontvallen in interviews.

Elisabeth Andersen (pseudoniem van Anna Elisabeth de Bruyn) werd geboren op 1 januari 1920 in Den Haag en groeide op in Amsterdam in vrijzinnig protestantse kring. Als meisje speelde ze bij jeugdverenigingen en als amateur ging ze vrolijk door toen ze zakte voor de Amsterdamse Toneelschool. Zo stond ze in 1940 bij de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale als Ariël in De Storm van Shakespeare. Martinus Nijhoff (hij had het stuk vertaald) kwam kijken en was onder de indruk. Hij schreef een brief aan de directeur van de Toneelschool en Andersen werd alsnog aangenomen.

In 1947 kwam ze bij de Haagsche Comedie, waar ze onder toneelleider Cees Laseur uitgroeide tot een van de grote krachten van het gezelschap. Ze zou er theatergeschiedenis schrijven als intelligente, veelzijdige ‘toneelkunstenares’ met een stijl die wel is geroemd als ‘het voorbeeld par excellence van Haags acteren, in een subtiele, verfijnde toon, wars van stemverheffing’.

Drie Theo d’Ors

Andersen speelde er 52 rollen, waaronder een paar echte lievelingen, als Yerma in het gelijknamige stuk van Garcia Lorca, en Jeanne d’Arc in De Leeuwerik van Jean Anouilh, die haar de eerste Theo d’Or opleverde. In 1966 en 1984 volgden er nog twee en daarmee is ze de enige acteur die de belangrijkste acteerprijs drie keer wist te winnen. In 2004 kreeg Andersen de Blijvend Applaus Prijs toegekend.

‘Iedereen denkt dat ik zo’n vreselijk technische actrice ben. Dat is helemaal niet waar. Ik doe het ongecontroleerd, ik hoef er nooit bij na te denken. Dat vak is me puur komen aanwaaien’, zei ze ooit. Maar ook: ‘Het was hard werken, in mijn tijd. Bij de Haagsche Comedie speelde ik minstens vijf avonden per week en soms wel in vijf verschillende stukken per seizoen’.

Na dertien ‘gouden jaren’ verliet ze het gezelschap en brak er een tijd aan van omzwervingen en experiment. In 1979 begon ze bij Toneelgroep Globe, onder artistieke leiding van Gerardjan Rijnders. Daar speelde ze in spraakmakende stukken als Vrijdag van Hugo Claus en Suus, een monoloog van Herbert Achternbusch. De laatste was een door het leven getekend personage, gezeten op een wc-pot met een gebreide directoire op de enkels. NRC Handelsblad schreef erover in 1980: ‘Andersen is een monument. Zonder een spoor van ijdelheid zit ze ineengedoken te mompelen. Dit is geen typering meer; het is een houding die zo’n vrouw vereeuwigt.’ Oudere fans hadden er moeite mee, zo zou Andersen vertellen: ‘Mevrouw, hoe hebt u ons dit aan kunnen doen? U, de koningin van het Haagse toneel, op een wc-pot.’ Ik heb ze teruggeschreven dat het belangrijker is om een mens te spelen dan een koningin.’

Nieuwsgierig naar de dood

Vier jaar later nam ze afscheid met Savannah Bay van Marguerite Duras. Het toneel was voor haar ‘geen levensnoodzaak’ en naar het pensioen had ze uitgezien. Meer tijd voor haar kinderen.

Met hen had ze een goede band, maar sinds haar 42ste was ze ‘zonder man’, zoals ze het zelf noemde. Ze wende aan een zekere eenzaamheid. Maar om haar heen werd het geleidelijk aan stiller. ‘Wie nu weer, denk ik, als ik een overlijdensbericht op de mat zie liggen.’ Bang voor de dood was ze naar eigen zeggen niet: ‘Ik ben wel nieuwsgierig. Het is toch een nieuwe belevenis. De laatste belevenis. Je ligt op bed en denkt: nu gaat het gebeuren. Nu ga ik meemaken wat al die anderen voor mij hebben meegemaakt. Een omgekeerde geboorte.’

Actrice Elisabeth Andersen en Johnny Kraaykamp Sr. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden