Graaien in een bak adapters

Wie de vaart en rijkdom van de grootste lyrische dichter uit de Griekse literatuur, Pindaros, wil navolgen, loopt de kans hetzelfde lot te ondergaan als Icarus, die in zijn overmoed dacht dat hij kon vliegen en jammerlijk in zee stortte....

Bernard Wesseling (1978) zet in zijn debuutbundel – hij publiceerde eerder de roman De favoriet – hoog in door het eerste gedicht ‘Icarus’ te noemen: ‘Icarus, dat is pas een klassieker/ zeker als hij het vertelde.’ Het gedicht eindigt met de regels: ‘het vallen zelf/ duurde eindeloos’. Is dit een verkapte voorspelling van eeuwige roem? Het laatste gedicht eindigt met deze strofe:

In het verschrikkelijk aanzicht van iedereentrek ik de bergen inwaar ik me tot in lengte van dagen verlies in het optekenenvan tegenstrijdigheden

Het optekenen van tegenstrijdigheden, dat is waar Wesseling goed in is. De gedichten bestaan uit krankzinnige beweringen die alleen maar uit de mond van een opgefokte randfiguur lijken te kunnen komen, vol modieuze straattaal en nerveuze gedachtesprongen, maar met name de slotregels hebben vaak een klassieke, evenwichtige toon, hoewel ook daar de paradox en antithese overheersen.

In een van de gedichten wordt gespeeld met tamelijk zieke fantasieën van destructie, met regels als: ‘het zet aan tot elkaar overtreffen in zelfmutilatie’, en: ‘Bret zweeft gemaskerd vijftien jaar jong/ zijn geniepige varkenskop door een vlammende schuur.’ Maar het gedicht eindigt bijna sereen: ‘en God is een documentairemaker die denkt:/ sla niet om te zien wat leeft, raak aan om te zien wat bestaat’. Ergens anders staat: ‘Het is niet dat ik de werkelijkheid probeer te ontvluchten maar/ hem niet te verwerpen.’ En een gedicht over Calimero wordt zo besloten: ‘het is niet dat ik je essentie wil drinken/ maar help jezelf te ontdekken door huiver bloot te leggen’.

Wesseling wil kennelijk, hetgeen de titel Focus al aangeeft, de wereld van verschillende kanten laten zien. Hij roept zowel de gedachtewereld van neonazi’s als de verveling van televisiejunks op, hij is nu eens hard en goor, dan weer geestig en vilein, en een enkele keer dringt zich te midden van al dat ADHD-geraaskal zelfs wat onvervalste tederheid op.

Tegelijk hilarisch en tragisch is een gedicht met de aan de Ramones ontleende titel ‘Gabba Gabba Hey’ – en was Joey Ramone niet de ultieme loser? ‘Lantaarnpaalschaduw slaat als een uurwerk op tegels/ en alles valt samen/ met mijn jaarlijkse scriptie-inkakker.’ Maar de spreker houdt moed, want hij neemt ‘het besluit/ een comebackband te beginnen, een echte/ met echte mensen/ ik in mijn te gekke leren broek’. Als refrein stelt hij zich voor te zingen ‘wat ik nooit aan jou verstuurde’. Uiteindelijk ontruimt hij de garage van zijn ouders ‘op een kring van tuinmeubels na’ en klinken door zijn draadloze microfoon deze woorden: ‘Zing en voel me door mezelf omringd/ zing en voel me door mezelf omringd.’

In zijn vuur om de tijdgeest op de hielen te zitten laat Wesseling zich soms wel erg meeslepen door woorden waarvan niemand zich over vijf jaar nog herinnert in welke context ze anno 2006 werden gebruikt. Ultramoderne poëzie heeft het gevaar spoedig tot de historische letterkunde te gaan behoren. Ik vermoed dat dit het geval zal zijn met een strofe waarin de protagonist in het bijzijn van een cateraar ‘alle vlammetjes’, de gelijknamige snacks dus, in zijn zakken steekt, en het geldt misschien ook voor de overigens intens grappige titel ‘We zetten door tot het Sloggy-bord onze wensen hoort’.

Ook dergelijke verwijzingen naar de taal van media en reclame kunnen echter prachtige poëzie opleveren, getuige een strofe die zelf een demonstratie is van wat ze vertelt:

Zonder ochtendritueelweet ik niet meer welk gadget dusgraai wat door de bak adaptersen zeg tegen mezelf: zoek je je headsetzit op je head, Fred

Deze regels hebben de melodische kracht die bij rituelen past, terwijl de volstrekte willekeurigheid van Freds handelingen tot uitdrukking komt in de onverwachte zinswendingen. Daarbij komt dat Fred kennelijk een probleem heeft met zijn aansluiting op de wereld en niet weet wat er in zijn hoofd omgaat. Hij heeft alle reden naar een adapter om te zien.

Maar of dat zou helpen? Een ander gedicht eindigt stellig met de woorden: ‘Niets van wat nodig lijkt nog leverbaar.’ Zowel noodzaak als beschikbaarheid wordt door ‘lijkt’ ondergraven. In zo’n universum kun je maar één ding hopen: dat je val duurzaam zal zijn.

Piet Gerbrandy

Bernard Wesseling: FocusNieuw Amsterdam48 pagina’seuro 14,90ISBN 90 468 0046 6Nieuw Amsterdam48 pagina’seuro 14,90ISBN 90 468 0046 6

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.