'Google maakt ons niet dom, maar maakt het juist makkelijk om kennis te delen'

Het pleidooi van schrijver Joshua Foer over ons geheugenverlies slaat de plank volledig mis, schrijft Remy van der Meer van tekstbureau Sobriquet.

Beeld afp

In de Van der Leeuw-lezing waarschuwt Joshua Foer dat Google ons dom maakt. Facebook maakte ons al narcistisch, dus dit kan er ook nog wel bij, zult u zeggen. Foer kent zijn feiten en spreekt de taal die voor de moderne mens onmiddellijk overtuigt: die van de neurologie. Toch slaat hij de plank volledig mis. Kennis is namelijk niet wat Foer denkt dat het is.

Het argument gaat als volgt. Wanneer wij iets gemakkelijk kunnen opzoeken op internet, nemen we niet de moeite het te onthouden. Hiervoor is neurologisch bewijs. Onder aanvoering van filosoof John Dewey hebben scholen in de twintigste eeuw ouderwets stampen verruild voor leren door ervaring. Aangezien iets vele malen herhaald moet worden voordat het zich in het langetermijngeheugen nestelt - ook dit is neurologisch aangetoond - leren onze kinderen geen feiten meer. Deze conclusie is op zijn minst betwistbaar: alsof de school van de ervaring je geen feiten zou leren.

Deze feiten die wij niet meer leren zijn echter nodig als 'basis van culturele geletterdheid'. Foer verwijst hier naar E.D. Hirsch. Namelijk, feiten bieden leerlingen 'de meest elementaire wegwijzers'. Zonder die wegwijzers zijn we in het beste geval blinden in het land der eenogigen, want: 'Hoe wij de wereld waarnemen en hoe wij handelen, wordt bepaald door hoe en wat we ons herinneren. We zijn niets dan een verzameling gewoonten, gevormd door onze herinneringen.' Aangezien we geen feiten meer leren, is onze herinnering verschraald. En daarmee ook onze waarneming van de wereld en ons handelen.

Dubieuze inzichten
Foer is in ieder geval consequent. Internet versnelt hoogstens het verderfelijke proces dat met de boekdrukkunst werd ingezet, beaamt hij. Nee, dan de tijd waarin manuscripten met de hand werden overgeschreven! Toen waren boeken zo zeldzaam en waardevol dat je het wel uit het hoofd moest leren als je er een in handen kreeg, zo groot was de kans dat je het nooit meer zou kunnen herlezen. Maar waarom daar de grens leggen? De orale culturen, die gebruiken hun geheugen tenminste nog! Weliswaar uitsluitend voor het onthouden van dertig generaties van inteelt en dubieuze inzichten vermomd als mythen, maar toch.* En was het niet Plato zelf die tegen het geschreven woord was omdat dit het edele geheugen zou verruilen voor een handig trucje?

Als de angst van Foer gerechtvaardigd is, dan gaat het al sinds de uitvinding van het schrift bergafwaarts met de mensheid. Dat lijkt toch een brug te ver, dus wat gaat er mis in zijn redenering? De belangrijkste denkfout die Foer maakt is de stilzwijgende aanname dat de persoon de zetel is van kennis. Maar dat is nu juist niet het geval: onze kennis wordt gedeeld door de hele gemeenschap.

We hoeven niet te weten wat het beste moment is om te oogsten, op jacht te gaan, van welk dier die afdrukken zijn, hoe je wol spint enzovoort. Zolang iemand binnen de gemeenschap deze kennis heeft, kunnen we dit vragen. De vader van alle economen Adam Smith wees in The Wealth of Nations op het belang van arbeidsdeling. Bedenk je hoe inefficiënt en onhandig het zou zijn als we alles, van brood tot auto of iPhone, van begin tot eind helemaal zelf zouden moeten maken. Onze epistemische arbeidsdeling, het delen van kennis door een gemeenschap, werkt op dezelfde manier.

Revoluties
Er is dus helemaal niets raars, nieuws of gevaarlijks aan epistemische arbeidsdeling, integendeel. Het schrift, de boekdrukkunst en internet zijn revoluties die het voor een gemeenschap veel gemakkelijker maken om kennis te delen. Een betere beheersing van deze media draagt alleen maar bij aan een betere toegang tot deze gemeenschap van gedeelde kennis. Dat is niet alleen het tegenovergestelde van domheid, maar ook precies het tegendeel van wat Joshua Foer beweert. Heeft Foer dan helemaal ongelijk? Nee. We moeten onze kinderen inderdaad bepaalde elementaire feiten meegeven. Zij moeten een taal beheersen in woord en geschrift, en deze goed beheersen. Dat, en dat alleen, sluit de deuren naar de domheid.

Remy van der Meer werkt bij tekstbureau Sobriquet.

P.S. Dit artikel werd u aangeboden door Google en Wikipedia. De inbreng van de auteur was vrijwel nihil.

(*) Noot: de schrijver gebruikt hier de stijlfiguur van de ironie en wil geen van de prachtige orale culturen die deze wereld rijk is diskwalificeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden