interview onze techredacteur

‘Google en Facebook zijn nog niet volwassen. Ze dóén gewoon, en zeggen pas sorry als het misgaat’

Laurens Verhagen was al techredacteur voordat Google en Facebook überhaupt bestonden. Hij vertelt hoe het is om verslag te doen over ’s werelds machtigste techbedrijven. ‘Bij Google krijg je eerder iemand te spreken dan bij Facebook. Maar dan hebben ze wel een verhaal te verkopen.’

Techredacteur Laurens Verhagen van de Volkskrant Beeld Rebecca Fertinel

‘Een grote privacyhel’, noemt techredacteur Laurens Verhagen de situatie bij hem thuis. Dagelijks verslag doen van datahandelaren als Google en Facebook belet hem niet alle nieuwste dataverslindende hoogstandjes te testen. ‘Ik probeer alles zelf uit’, zegt Verhagen. ‘Ik heb een slimme thermostaat, een dakraam dat uit zichzelf open- en dichtgaat, een slimme deurbel...’

Verhagen wordt onderbroken door zijn telefoon, een ringtone van gitaarmuziek. ‘Oh deze neem ik even, sorry. Met Laurens. Hoi. Ja eigenlijk wel, is het goed als ik je straks even terugbel?’ Hij hangt op. ‘Dat was Google. Een typisch Googletelefoontje. De pr-dame zei: ik heb misschien wel iets leuks voor je.’

Echt? Toevallig.

Lachend: ‘Ja die weten het hè, dat we hier kritisch over ze zitten praten.’

Het gesprek gaat dan al een poosje over wat ze in de techwereld de Big Five of Frightful Five noemen: Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft. De grootste bedrijven ter wereld. Hun jaarlijkse omzet is groter dan het BNP van de meeste landen en ze zijn actief op vrijwel elk te bedenken gebied, van gezondheid tot entertainment en kunstmatige intelligentie. Voor de Volkskrant doet Verhagen samen met collega Niels Waarlo verslag van al het nieuws over die giganten.

Die bedrijven zijn gigantisch en er gebeurt zoveel. Hoe ga je daarmee om als techverslaggever?

Verhagen: ‘Mijn collega Niels Waarlo en ik doen over van alles verslag: laatst ging het over XS4ALL, toen over kunstmatige intelligentie, Niels is nu bezig met 3D-printen en vorig jaar ging het veel over bitcoin en blockchain. Dat gaat inderdaad alle kanten op. Dat is heel leuk, maar je moet ook keuzes maken. Voor de Volkskrant let ik op de gebeurtenissen die zo belangrijk zijn dat ze iets over onze samenleving zeggen. Ik probeer altijd de grote lijn te pakken.’

Google en Facebook schijnen gesloten bolwerken te zijn. Als journalist krijg je niet snel iemand aan de lijn voor commentaar of een interview.

‘Klopt wel. En dan zitten wij bij de Volkskrant ook nog eens op een ontzettende afstand van Silicon Valley. Je krijgt de meeste dingen te horen van de pr-afdeling van Facebook of via andere media, zoals The New York Times en The Washington Post. Zelfs die krijgen niet altijd mensen direct te spreken. Alleen als medewerkers van de Big Five vertrekken, komt er het een en ander naar buiten over het bedrijf. Ik heb een tijd geleden een boek gelezen van een voormalige hoge advertentiebaas bij Facebook. Het was helaas slecht geschreven, maar er stond van alles in over de trucs die Facebook gebruikt. Superinteressant. Bijvoorbeeld over hoe Facebook munt kon slaan uit de like-knop door de mogelijkheid het browsegedrag van de argeloze gebruiker 24 uur per dag te volgen, ook buiten Facebook.’

Heb je weleens geprobeerd Mark Zuckerberg (baas van Facebook) of Larry Page (baas van Alphabet/Google) te spreken te krijgen?

Verhagen lacht. ‘Nee, dat heb ik niet eens geprobeerd. Dat is kansloos. Hoewel je bij Google wel eerder iemand te spreken krijgt dan bij Facebook. Een tijd geleden sprak ik bijvoorbeeld de baas van de zoekmachine, Ben Gomes. Zo iemand is dan toevallig in Nederland, of je plant een videogesprek in. Daar heeft Google ook vaak weer een belang bij. Dat is het bekende spelletje tussen de verslaggever en het bedrijf: zij willen een verhaal verkopen dat ze lekker bezig zijn of een nieuw product hebben. Maar als verslaggever kan je dan wel kritische vragen stellen.’

Wat de Volkskrant publiceert over die techbedrijven, beïnvloedt hen natuurlijk ook niet direct. In tegenstelling tot The New York Times of The Washington Post.

‘Ja, daar hobbelt iedereen in Europa achteraan. Vanuit Nederland kan je de dagelijkse berichtgeving van The New York Times over Facebook en Google nooit verslaan. Maar de bredere ontwikkelingen in de techwereld, zoals wat er op het gebied van kunstmatige intelligentie of privacy gebeurt, kan je wel degelijk heel goed volgen.’

Laurens Verhagen was al techverslaggever vóór de oprichting van Facebook en Google. In de jaren negentig was hij hoofdredacteur bij techsite WebWereld. ‘Dat was een grote site toen, de vijfde of zesde site van Nederland. Toen was techverslaggeving nog veel gespecialiseerder, een nerddingetje.’ Dat was de tijd dat AltaVista de grootste zoekmachine was en Microsoft de machtige alleenheerser van de ‘cyberspace’. Microsoft was de grote boef. Die had met Internet Explorer en Windows 90 procent marktaandeel. Dat vonden mensen heel eng.’

Toen er een nieuw bedrijf met een vrolijk logo en een simpele, reclamevrije zoekmachine op het speelveld kwam, werd deze dan ook warm onthaald. Met hun motto ‘Don’t be evil’ zou dit bedrijf eindelijk het grote boze Microsoft tegenwicht bieden. ‘Google was het sympathieke alternatief’, zegt Verhagen. ‘Zij hebben nog heel lang geprofiteerd van hun rol als positieve tegenhanger van het Microsoftmonopolie.’

Een van de eerste versies van de Google Search-startpagina. Beeld EPA

Is de techjournalistiek veranderd sinds jij begon?

‘De houding is veranderd. In de jaren negentig was er vooral optimisme over technologie. Het was heel idealistisch, internet was goed voor de democratie en vrijheid van meningsuiting. Niemand had toen bedacht dat een paar bedrijven zo’n ongekende macht zouden krijgen. Nu we ook de nadelen kennen, zien we technologie meer als monster. Die veranderde houding zie je ook terug in de verslaggeving. Het gaat nu over schermverslaving, privacyschending, grootschalige dataverzameling, spionage en hacks. En schandalen.’

Het grote omslagpunt in berichtgeving kwam volgens Verhagen met het Cambridge Analytica-schandaal in februari vorig jaar. Cambridge Analytica was een IT-bedrijf dat politiek advies gaf op basis van data-analyse. In 2015 maakten zij een app om de persoonlijke informatie van tientallen miljoenen onwetende gebruikers op Facebook te verzamelen, wat Facebook ontdekte maar jarenlang onder de pet hield. De verontwaardiging hierover was zo groot dat Facebookbaas Zuckerberg voor het Amerikaanse Congres moest verschijnen om zich te verantwoorden.

Helaas leverde dat weinig op, mede doordat de politici die Zuckerberg moesten ondervragen weinig kaas leken te hebben gegeten van technologie, of hoe Facebook precies werkt. Toch is er sindsdien iets veranderd, zegt Verhagen. ‘Daarvoor waren alleen maar kleine groepen bezig met privacy, organisaties als Bits of Freedom en mensen uit de academische wereld. Hoogleraren zeggen nu: daar waarschuwen we al tien jaar voor. Maar het grote publiek besefte het nog niet.’

De ceo van Facebook, Mark Zuckerberg, verschijnt op 10 april 2018 voor het Amerikaanse Congres in Washington D.C. voor een verhoor naar aanleiding van de Cambridge Analytica-affaire. Beeld AFP

Vorige week vierde Facebook zijn vijftiende verjaardag. Vijftien pas. Dat is gewoon nog een tiener.

‘Ja jong eigenlijk hè? Dat vind ik fascinerend. Het bedrijf is in een korte tijd ongelooflijk machtig geworden. Woensdag (30 januari, red.) verschenen hun kwartaalcijfers en het blijkt dat ze maar blijven groeien. Hun omzetten stijgen, hun winsten stijgen en dankzij Instagram stijgen ook de gebruikers. Techorganisaties zoals Facebook of Uber zijn grote, maar nog onvolwassen bedrijven.’

Hoe bedoel je dat, onvolwassen?

‘Onvolwassen in hoe ze met hun macht omgaan.’ 

Verhagen noemt de machocultuur van Silicon Valley en de schandalen die uitkwamen bij Uber – over hoe gebruikers werden bespioneerd via de app, en hoe seksistisch vrouwelijke medewerkers werden behandeld.

‘Dat heeft allemaal met volwassenwording te maken. Of kijk naar privacy. Op dat gebied zien we de laatste jaren schandaal na schandaal. De verantwoordelijkheid voor privacy is een worsteling voor een bedrijf als Facebook. Dat moet ons misschien niet verbazen; Zuckerberg was ook nog maar een studentje toen hij met zijn site begon. Landen hebben er honderden jaren over gedaan om een democratie te worden, en dan heb je nu zo’n platform als Facebook met miljarden gebruikers terwijl het pas vijftien jaar bestaat. Dat slaat natuurlijk nergens op.’

Is de cultuur ook verbonden aan de oprichters van die bedrijven?

‘Zeker. Dat sijpelt van bovenaf het hele bedrijf door. Die topmannen zijn allemaal rare pipo’s.’ Verhagen noemt Travis Kalanick van Uber, die in interviews opschepte over hoeveel vrouwen hij wist te veroveren door zijn status als topman en zijn bedrijf lachend ‘Boober’ noemde. In aanloop naar de eerste iPhone was Steve Jobs ronduit een slavendrijver, valt te lezen in zijn biografie. ‘Het zijn natuurlijk ook nerds die zo’n techbedrijf beginnen. Ze zijn goed in programmeren en databases, maar behoren vaak tot een apart slag mensen dat niet per se sociaal handig is.’

Zijn grote bedrijven uit andere sectoren dan meer volwassen dan deze techbedrijven?

‘Ja, ook omdat tech startups als Facebook zichzelf lang hebben gezien als een ander soort bedrijf. Met hun libertijnse ideeën dachten ze dat ze boven de regels stonden.’

Van de techwereld is bekend dat veel mensen er libertijnse waarden opna houden, waarvan schrijver Ayn Rand (Atlas Shrugged, The Fountainhead) een belangrijke uitdrager was. Onder anderen Travis Kalanick, Twitter-baas Jack Dorsey en Evan Spiegel van Snapchat zijn fan van Rand. Volgens libertijnen zijn egoïsme en hebzucht belangrijke economische drijfveren. Ze willen zoveel mogelijk vrijheid en zo min mogelijk overheidsbemoeienis – dus ook zo min mogelijk regels over personeelsbeleid, privacy en belastingen.

‘De leiders van die bedrijven geloven in heel veel proberen en grenzen opzoeken, schijt hebben aan regels en gewoon dóén’, zegt Verhagen. Move fast and break things – dit was van oorsprong het motto van Facebook, maar het slaat volgens de techredacteur net zo goed op de manier waarop Google en Amazon groot zijn geworden. ‘Gewoon gaan. Als er iets verkeerd gaat, kan je achteraf nog wel excuses maken.’

Op het moment van het interview heeft Verhagen net een nieuw stuk voor het techblog van de Volkskrant geschreven. Een week eerder berichtte Amerikaanse technologiesite TechCrunch over een app van Facebook die ‘spioneerde’ bij deels minderjarige gebruikers. In ruil voor 20 dollar per maand deden de jongeren mee aan een ‘onderzoek’, waarvoor ze een applicatie van buiten de appstore moesten installeren. Eenmaal geïnstalleerd kon Facebook alles zien wat de gebruiker op zijn telefoon deed, inclusief activiteiten op rivaliserende apps.

Nu blijkt dat ook Google zo’n app had verspreid. ‘Dat scheen iets minder achterbaks in elkaar te zitten dan bij Facebook, maar toch.’

De journalistiek is ook deels afhankelijk van deze bedrijven – veel mensen krijgen vooral nieuws binnen via Facebook, YouTube, zoekresultaten van Google of Apple News.

‘Ja, dat is ongemakkelijk. Wij krijgen nog veel direct verkeer naar de site van de Volkskrant, maar ook wij zijn deels afhankelijk van met name Google. Het lastige is: ze zijn allemaal begonnen als puur techbedrijf. Daar hebben ze zich ook heel lang achter verscholen: we zijn maar een doorgeefluik, geen mediaorganisatie. Maar het zijn inmiddels natuurlijk wel mediabedrijven geworden.’

Maakt de afhankelijkheidsrelatie en de geslotenheid van die bedrijven het moeilijk om goed verslag te doen?

‘Nee, zo erg is het gelukkig niet. Wat dat betreft ben ik wel optimistisch. Ondanks dat het gesloten bolwerken zijn, komt er gelukkig toch aardig wat naar boven als je naar de laatste twaalf maanden kijkt. In onze krant stond vorig jaar bijvoorbeeld het verhaal van Huib Modderkolk, Tom Kreling en Maartje Duin over de gruwelijke beelden die Facebookmoderatoren te zien kregen. Techverslaggeving wordt ook steeds scherper: het nieuws over die apps dat ik net noemde, was vroeger nooit naar buiten gekomen. De apps bestonden ook al sinds 2012, geloof ik. Ze komen er niet meer mee weg.

‘Ik vind het mooi dat er bij de Volkskrant ruimte is om de grotere ontwikkelingen te beschrijven. Hoe het werkt met die data, bijvoorbeeld. Data is de nieuwe olie, hoor je vaak; dan wil je weten hoe dat werkt, waarom die bedrijven daar zo machtig door kunnen worden. Je hebt veel techsites die vooral op het dagelijks nieuws zitten, maar bij de Volkskrant krijg ik ruimte om dit soort dingen goed te onderzoeken.’

Jij hebt daar ruimte voor? Ik zou denken dat je geen minuut over hebt.

Hij lacht. ‘Ja, gek hè?’

Je wordt niet bedolven onder al het technologienieuws.

‘Soms wel. Vaak ben je met meerdere dingen tegelijkertijd bezig. Als ik bijvoorbeeld een gadget wil testen, moet daar een filmpje en achtergrondverhaal bij worden gemaakt en moet ik soms nog iemand interviewen, terwijl ondertussen er mensen aan mijn bureau staan die ook belangrijke dingen hebben. Je moet af en toe nee zeggen. Maar je verveelt je geen dag. Technologie is zo leuk, omdat er zoveel kan.’

Dan nog één laatste vraag: is het te laat om onze privacy te redden? Zijn we overgeleverd aan Google en Facebook?

‘Volgens mij niet. Ik denk dat er een omslag aan de gang is. Tot voor kort was privacy een hobby voor privacyfreaks, maar ik denk dat het alleen maar belangrijker wordt. Dat argument dat je vroeger hoorde, ‘ik heb toch niets te verbergen’, dat voelen mensen niet meer. Het wachten is op een goed alternatief voor bijvoorbeeld sociale media. Ik verwacht eigenlijk wel dat er binnen een jaar een nieuwe Twitter of Facebook komt waar wel sympathie voor is, omdat ze de privacy goed op orde hebben. Misschien ben ik te optimistisch, want Facebook koopt bijna alle goede nieuwe initiatieven op. Het zou in ieder geval heel gezond zijn.’

Godfather van het world wide web opent aanval op Google en Facebook

Nee, zo had Tim Berners Lee het in 1989 niet bedoeld toen hij het world wide web ontwierp: enkele grote techbedrijven die de dienst uitmaken. Nu wil hij de macht teruggeven aan de consument.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden