Golo Mann - Biographie

Zijn schrijftalent erfde Golo Mann, telg uit de legendarische Duitse familie, van vader Thomas Mann. Er valt volop van te genieten in twee nieuwe publicaties.

Hans Driessen

Golo Mann (1909-1994) was de tweede zoon van Thomas Mann. Hij was de intelligentste van de kinderen Mann en de enige in de familie met een eerlijk verdiende academische titel. Van zijn vader erfde hij, net als zijn oudste broer Klaus en zijn oudste zus Erika, de homoseksualiteit en het schrijftalent. Beide strekten hem niet tot onverdeeld geluk. In 1980 werd hem door de Frankfurter Allgemeine Zeitung gevraagd de beroemde Marcel Proust-vragenlijst in te vullen. Op de vraag ‘Wat zou u willen zijn?’ antwoordde hij :‘Iemand die gelukkiger is dan ik.’ Naar eigen zeggen kende hij in zijn leven maar twee keer diep verdriet: bij het overlijden van zijn vader en bij de dood van zijn geliefde hond.

Vooral tijdens de jaren zestig en zeventig was Golo Mann een van Duitslands invloedrijkste politieke commentatoren en een uiterst productief publicist. In die hoedanigheden werd hij door zowel rechts als links gevreesd en gehaat. Zijn opvattingen waren vrijwel altijd omstreden. Hij was allerminst politiek correct, en dat betekende in een tijd die intellectueel werd gedomineerd door de Frankfurter Schule, dat hij doorging voor conservatief of zelfs reactionair. Vanuit het perspectief van vandaag lijkt Golo Mann een van de weinigen die in de hectiek van het politieke debat, dat nog grotendeels werd beheerst door de naweeën van de Tweede Wereldoorlog, het hoofd koel wist te houden. Hij pleitte bijvoorbeeld al in een heel vroeg stadium (begin jaren vijftig) voor de erkenning van de Oder-Neißegrens en de DDR, een zeer gedurfde stellingname in een tijd waarin de gevestigde politieke partijen nog streefden naar een herstel van de Oostgrens van 1937 en een spoedige hereniging van alle bezettingszones. Golo Mann was daarmee de intellectuele grondlegger van de Ostpolitik van de latere bondskanselier Willy Brandt.

Golo Mann beschouwde zichzelf als ‘historicus en schrijver’. In die volgorde, want, zoals hij bij herhaling vertelde, de literaire successen van zijn vader, zijn oom Heinrich en zijn oudere broer Klaus, dwongen hem ertoe zijn heil elders te zoeken en een ‘burgerlijke studie’ te gaan volgen. Aanvankelijk was dat geschiedenis, maar al gauw stapte hij over op filosofie. Hij promoveerde bij Karl Jaspers op een (volgens hemzelf ‘pijnlijk onrijp’) proefschrift over Hegel. Als historicus was hij dus feitelijk autodidact. En dit gegeven, in combinatie met zijn eigenzinnige benadering van de geschiedenis – hij was eerder een historiograaf dan een historicus – zorgde ervoor dat een academische carrière voor hem niet was weggelegd, zo hij die al had gewenst. Als schrijver durfde hij zich pas echt te manifesteren, nadat de drie verwante schrijvende giganten geruime tijd overleden waren, zoals hij in een essay uit 1983 bekent.

Maart jongstleden werd in Duitsland de honderdste geboortedag van Golo Mann herdacht met onder andere twee boeken die bij Fischer Verlag, de huisuitgever van de familie Mann, verschenen. Het eerste is Golo Mann – Biographie van Tilmann Lahme; het tweede is een bundeling van verhalen, familieportretten en essays onder de titel Man muss über sich selbst schreiben. In de biografie van Lahme komen alle aspecten van Golo Mann uitputtend aan de orde: de persoon, de politieke publicist, de historicus en de schrijver. Lahme steekt zijn bewondering voor het onderwerp van zijn boek niet onder stoelen of banken en bewijst dat hij, vooral wat de stijl betreft, het een en ander van de grote meester heeft geleerd. Dat maakt het lezen van deze biografie tot een feest.

In de inleiding tot Man muss über sich selbst schreiben stelt Lahme dat het leven van Golo Mann een aaneenschakeling van vluchtpogingen was: voor Hitler, voor de ‘familievloek’ (Klaus Mann) van het schrijven, voor de familie (waarvan hij zich keer op keer losmaakte, om er na verloop van tijd toch weer naar terug te keren), voor de eenzaamheid, voor de depressies. In zijn biografie illustreert hij deze stelling op overtuigende wijze. Hij werpt ook nieuw licht op de homoseksualiteit van Golo Mann en de manier waarop deze daarmee omging: hij liep er niet mee te koop zoals zijn broer Klaus, maar verheimelijkte haar ook niet zo angstvallig als zijn vader. Lahme gaat uitgebreid in op de vete van Golo Mann met Theodor Adorno en Max Horkheimer en laat zien met wat voor onverkwikkelijke middelen deze werd uitgevochten. En hij zet gedetailleerd uiteen hoe de vriendschappelijk relatie tussen Karl Jaspers en Golo Mann uiteindelijk op een dramatische breuk uitliep.

Lahme legt op al deze punten een grote deskundigheid aan de dag, ook waar het het politieke en intellectuele klimaat van Golo Manns tijd betreft. Daarmee heeft hij ook een ideeëngeschiedenis geschreven van het Duitsland van de tweede helft van de vorige eeuw.

Die ideeëngeschiedenis wordt voor een deel weerspiegeld in Man muss über sich selbst schreiben. Maar de bundel biedt meer. Bijvoorbeeld een gitzwarte novelle die Golo Mann op achttienjarige leeftijd onder pseudoniem schreef en waarvan hij het bestaan zijn leven lang met succes geheimhield. Bovendien wordt hier voor het eerst een aantal tot Duitse luisteraars gerichte radiotoespraken gepubliceerd, die Mann voor de Amerikaanse legerzender hield. Voor ongeveer de helft bestaat dit boek uit portretten, onder anderen van zijn vader, zijn moeder, zijn broer Klaus en zijn zus Erika, maar ook van politieke grootheden als John F. Kennedy, Willy Brandt en Charles de Gaulle. In dit genre is Golo Mann op zijn best. Hij bewijst hierin zijn grote talent voor bewondering, zonder dat die bewondering ooit omslaat in blinde idolatrie. Hij heeft steeds een scherp oog voor de sterke en de zwakke kanten van de geportretteerden. Het essay over Thomas Mann behoort tot het intelligentste en persoonlijkste wat er ooit over dit monument van de Duitse literatuur is geschreven, en dat is des te opmerkelijker omdat de verhouding tussen de twee zacht gezegd problematisch was: de kilte van de vader en de enigszins naijverige eerzucht van de zoon maakten een liefdevolle relatie vrijwel onmogelijk.

Over wie of wat Golo Mann ook schrijft, altijd doet hij dat in een briljante, maar vooral glasheldere, bijna parlando-achtige stijl, en dat kun je van Thomas Mann niet altijd zeggen. In dat opzicht heeft de zoon de vader postuum overtroffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden