Gold Rush

Nog nooit is er zoveel geld beschikbaar geweest in de Nederlandse filmindustrie. Volgend jaar gaat het nieuwe belastingstelsel in. Het is nog onduidelijk wat de gevolgen daarvan zijn voor de maatregel die het voor particulieren aantrekkelijk maakt in film te investeren....

'INVESTEREN in films is een loterij zonder verliezers', zegt directeur A. de Boer van Waardevastgoed Holland opgetogen. Gewoonlijk probeert hij investeerders te interesseren voor bouwprojecten in onder andere de Verenigde Staten, maar film is op het moment een nóg interessanter product, heeft hij ontdekt. 'Beleggen met een gegarandeerd rendement van 6,1 procent, kom daar maar eens om bij World Online.' De Boer vroeg beleggers in te tekenen voor de Nederlandse film Magonia en de belangstelling bleek overweldigend. Binnen de kortste keren was de bijna twee miljoen binnen die hij nodig had. Binnenkort zet hij een nieuwe film-cv (commanditaire vennootschap) van zeven miljoen gulden 'in de markt'.

Banken en andere financieel bemiddelaars vechten om de gunsten van de belegger in film. Iedereen wil nog dit jaar geld binnenhalen, uit onzekerheid over wat het nieuwe belastingstelsel volgend jaar gaat bieden.

De Boer is niet de enige die film beschouwt als achttienkaraats beleggingsproduct. Van Lanschot Bankiers heeft Cine II opgericht, die 45 miljoen gulden moet opleveren. MeesPierson komt met een gelijknamige cv, met daarin drie films waaronder The Discovery of Heaven (naar Mulisch' boek) in de regie van Jeroen Krabbé. De bank hoopt 80 miljoen gulden binnen te slepen. In totaal zouden beleggers binnenkort wel eens het voor de Nederlandse filmindustrie ongelooflijke bedrag van 350 miljoen gulden hebben geïnvesteerd.

Dreigden producenten vier jaar geleden nog het bijltje erbij neer te gooien, nu kunnen ze hun geluk niet op. Het bedelen bij subsidiegevers is voorbij, de industrie wordt volwassen.

Maar is de regeling niet een speeltje geworden in de handen van geldbeluste beleggers? Een van de bedenkers van de regeling krabt zich wel eens achter de oren. De regeling moet sterke films opleveren waar een publiek voor is. Maar, vraagt Gamila Ylstra, voormalig hoofd film van OCW, zich af: 'Zijn de fiscale maatregelen er voor de film, of zijn de films er voor de fiscale maatregelen?'

De filmindustrie kent twee vuistregels. De eerste: van iedere tien films doen er twee het goed en drie middelmatig; de rest is gedoemd te floppen. De tweede: nobody knows anything. Er zijn zat deskundigen die voorspellen hoe een film het gaat doen, maar zelfs zij slaan regelmatig de plank mis. De filmindustrie 'kent een hoog risico-profiel' zeggen kenners.

De succesfilms zijn de kurk waar de bedrijfstak op moet drijven. Hoe meer films je maakt, hoe groter de hitratio, hoe meer kurk. Maar daar is geld voor nodig. Geld om meer films te maken, grotere films ook, en die te omgeven met meer publiciteit, zodat de kans dat ze iets opbrengen ook groter wordt. Dat is de gedachte achter de fiscale regeling: nodig investeerders uit geld te steken in filmproducties, in ruil voor belastingbesparingen. Maak die besparingen zo groot dat het risico voor beleggers minimaal wordt.

Dat kan door de belegger (samen met anderen) geld te laten steken in een commanditaire vennootschap. Hij mag in één keer dat bedrag bijna 1¼ tot 1,5 maal aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Daardoor betaalt hij netto een relatief klein bedrag. De producent van de film op zijn beurt garandeert een minimumopbrengst, zelfs als het product een flop wordt. Die opbrengst heeft, opgeteld bij het belastingvoordeel, tot gevolg dat de belegger kan rekenen op een minimumrendement van tussen de 1 en 6 procent. Doet de film het goed, dan kan het rendement flink groeien.

De stormloop op de cv's heeft de Nederlandse filmwereld overvallen. 'Stikjaloers' is Ryclef Rienstra, de directeur van het Nederlands Film Fonds. 'De opbrengst is echt gigantisch, veel meer dan wij ooit te besteden hadden.' Gamila Ylstra spreekt van een gold rush. 'De markt is er bovenop gedoken. Ik had wel verwacht dat de regeling zou werken, maar niet dat er zo snel zoveel geld uit zou komen.'

De wervelwind die door de Nederlandse filmbranche gaat, is voor Ylstra tegelijkertijd verheugend en verontrustend. Sinds een jaar is ze als directeur van Fine BV een van de partijen op de markt. Fine treedt op als intermediair tussen producenten en vermogensbeheerders. Daarnaast heeft Fine 12,5 miljoen gulden gekregen van Economische Zaken. Daarmee moet het bedrijf investeren in professioneel gemaakte films met marktpotentie.

'Als ik de balans opmaak na een jaar', zegt Ylstra, 'dan zie ik het volgende: veel projecten die er nog lagen worden nu uitgevoerd. Er is veel meer bedrijvigheid. Iedereen is bezig, iedereen denkt na over nieuwe projecten. Positief is dat de regeling zo goed is aangeslagen. En daarmee is het doel gedeeltelijk bereikt.' Maar Ylstra vraagt zich wel af of er genoeg wordt gekeken naar de mogelijkheden van een film. 'Wat als een deel van de films die eraan komen gaat floppen? Hoe geïnteresseerd zijn banken en beleggers dan nog? Het risico bestaat dat door de onzekerheid over het nieuwe belastingstelsel films te snel gemaakt worden en worden gedumpt.'

Ylstra hamert op de beoordeling van en deelname aan filmprojecten door onafhankelijke partijen als sales-agents en distributeurs. 'Dat is de praktijk, die nu door sommigen wordt losgelaten. Ik wil een onafhankelijke partij zien, die erop uit is het geld dat hij erin stopt, er ook weer uit te laten komen', zegt Ylstra.

Soms zijn de sales-agents en distributeurs nauw gelieerd aan de producent. Arteco Filmfinancing liet de prognoses voor Mariken en Wilde Mossels opstellen door het nauw gelieerde C-Sales. Voor Lek kwamen de distributievoorspellingen van C-Films. In het geval van Olivetti '82 kwam er wel een onafhankelijke sales agent aan te pas: Fortissimo. Voor enkele films van producent Matthijs van Heijningen zijn de prognoses opgesteld door MVH-Sales, ook een bedrijf van Neerlands bekendste producent.

Bemiddelaar voor film-cv's G. van Boom, van beleggingsconsultants Van Boom en Slettenhaar, zegt: 'Ik ben bang dat een aantal films niet meer zal opleveren dan de garantiebedragen. En dat is op termijn nadelig, want als belegger krab je je dan wel even achter de oren. Als de producent zelf een schatting maakt, is dat van weinig waarde.'

Marc Noyons, een van de directeuren van Arteco: 'Wij leggen wel degelijk een commerciële basis onder onze schattingen. Daar raadplegen we deskundigen over. Maar we distribueren via onze eigen kanalen, we willen dat in eigen hand houden. Daar steken we ook garantiebedragen in, tot 275 duizend gulden bij Lek van regisseur Jean van de Velde. We wijken met onze aanpak inderdaad af van anderen. Dat is juist onze kracht.'

Volgens Van Heijningen gebruikt hij sales estimates, dus schattingen van de opbrengst, van onafhankelijke sales agents om de prognose van MVH-Sales te onderbouwen. 'MVH-Sales heeft de verkooprechten. Zo hou ik greep op de film.' Van de vraagtekens die Ylstra plaatst bij de manier waarop de commerciële potentie van de films wordt beoordeeld trekt hij zich weinig aan. 'FINE is bang zich te branden aan koud water. Na een jaar heeft het bedrijf nog nauwelijks iets geïnvesteerd.'

Een andere vraag is of de infrastructuur er wel is voor het produceren van zoveel nieuwe films. De druk op de markt wordt sterker, productiemedewerkers worden duurder. Uitvoerend producent Erwin Godschalk van Egmond Films: 'Vorig jaar kon ik één tot twee maanden van tevoren beginnen met het boeken van de crew, nu ben ik al bezig voor Red Siren van Olivier Megaton, en die begint pas in juli of augustus. Men polst mij nu al voor over één jaar.' Job Gosschalk, directeur van Hans Kemna Casting, heeft het 'drukker dan ooit'. 'De vraag is ongelooflijk, en dat zal vooral ten koste gaan van het theater. Veel goeie acteurs nemen hun toevlucht tot film, daar dromen ze nu eenmaal van.'

De golf van nieuwe films legt niet alleen grote druk op de productie, ook de distributie zal een probleem worden, vreest Dirk de Lille, directeur van distributeur RCV. 'Het gevecht om de doeken is nu al keihard. Er zijn veel plannen voor nieuwe bioscopen, maar die bieden pas over drie jaar soelaas. Het wordt nog erger dringen.'

En dan de vraag: wie gaat er naar al die films kijken? Veel Nederlandstalige films flopten vorig jaar. Producent San Fu Maltha is kritisch. 'We gaan een heleboel te vroeg en te snel gedraaide films zien. Veel zal rechtstreeks naar televisie en video verdwijnen.'

Maltha is desondanks enthousiast over de regeling. 'Als hij maar op de goede manier wordt gebruikt. De Nederlandse markt is de minst belangrijke. Als je met dit geld aan de slag gaat, moet je kijken naar de ínternationale markt. Ik hamer erop dat je met A-level sales agents moet werken, die de films internationaal aan de man kunnen brengen. Dan werk je in de geest van de regeling.'

Nu al is een verschuiving zichtbaar naar Engelstalige films als The Hollywood Sign (naar het boek van Leon de Winter) met Burt Reynolds en Rod Steiger, en The Discovery of Heaven. Er komt een remake van De Lift van Dick Maas en er liggen plannen voor een remake van Rent-a-Friend. De eis in de regeling is dan ook niet dat er per se Nederlandstalige films gemaakt moeten worden. Wel let de belastingdienst erop dat ten minste de helft van het cv-geld dat in een productie wordt gestoken, in Nederland wordt besteed.

Ondanks alle vraagtekens is vrijwel iedereen in de Nederlandse filmwereld lovend over het principe van de fiscale stimulans. Er is een nieuw elan ontstaan, ziet ook producent Marc Heydeman van Rent-a-Friend: 'Dit is wat ik noem een industrie opbouwen. Mensen laten werken en daar eindelijk eens normaal voor kunnen betalen. De Amerikaanse independent scene heeft Nederland ontdekt vanwege het gunstige belastingklimaat. Ik heb geluncht met Matt Dillon, die een project wil doen, maar dat in de VS niet gefinancierd krijgt. Echt, mensen weten niet wat ze in handen hebben. Je krijgt geld in je schoot geworpen en je denkt dat het stront is.'

Maar volgens Haig Balian, een van de toenmalige lobbyisten voor de regeling, is het nog te vroeg om een uitspraak te doen over het succes van de film-cv's. 'Het eerste jaar was het walhalla. Iedereen is erop gedoken, oude scripts kwamen uit de kast, de bonusjagers zagen hun kans schoon. Nu pas komt het echte werk. Nu moeten er nieuwe scripts geschreven worden, nu moeten we zien wat die films gaan doen. Dat is de echte testcase.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.