Gogol

Geen woord over Gogols doodsbed

'Mijn universiteitslezingen (Tolstoj, Kafka, Flaubert, Cervantes, etc. etc.) zijn chaotisch en onzorgvuldig, en mogen nooit gepubliceerd worden. Niet één ervan!', schreef Vladimir Nabokov (1899-1977) ooit over de literatuurcolleges die hij in het begin van de jaren veertig voor Amerikaanse studenten had gehouden.

Nabokovs weduwe en zoon lapten dit verbod gelukkig aan hun laars; ze verzamelden de lezingen uit de nagelaten aantekeningen, manuscripten en typoscripten, en brachten ze in respectievelijk 1980 en 1981 uit als Lectures on literature en Lectures on Russian literature. Daaruit is de lezing over Gogol nu in het Nederlands vertaald.

Het is de vraag of de pietluttige Nabokov ingenomen zou zijn met 'zijn' Gogol-lezing. Het oorspronkelijke college had hij in 1944 zelf omgewerkt tot een kleine biografie, die vervolgens voor de Lectures doormidden werd geknipt; door dit plakken en knippen is de samenhang hier en daar verloren gegaan. Gogols jeugd, zijn bizarre doodsbed en preoccupatie met neuzen ontbreken, evenals de aantekeningen over De revisor. Maar wat rest (over Dode zielen, De mantel en Gogols laatste levensjaren) is nog altijd zeer de moeite waard.

Nabokov maakt zich kwaad over degenen die Gogol als een realistisch schrijver beschouwen en in zijn werk een panorama van Rusland, een boodschap ('die gruwel der gruwelen') lezen; wie denkt dat Dode zielen een vlammend protest is tegen de verfoeilijke lijfeigenschap, snapt er niets van. De zwendelaar Tsjitsjikov, die 'onderbetaalde afgezant van de duivel', leeft in een onwerkelijke wereld, hij is een schepsel uit Gogols fantasie die zich in Gogoliaanse kronkels voortbeweegt. En deze kronkels slingeren zich weer door een woud van schijnbaar irrelevante details en uitweidingen die het verhaal een enorme diepte geven.

Na het grote succes van Dode zielen tobde Gogol jarenlang over een vervolg. Sommigen verwachtten een nog sterkere veroordeling van corruptie en sociaal onrecht, anderen verheugden zich op een lollig verhaal. Gogol kreeg het niet voor elkaar. Hij was niet meer in staat uit eigen fantasie te putten, en zijn poging om het vervolg op ware feiten te baseren liep op niets uit.

Het was zijn bedoeling om Tsjitsjikov tot inkeer te laten komen, en zo achteraf het eerste deel te rechtvaardigen. Het moest een soort religieuze openbaring worden die de lezer zou stichten.

Gogol begon zijn vrienden te bestoken met zedenprekerige brieven waarin hij vrome daden aan hen opdroeg. Hij beweerde dat alles wat hij zei en deed geïnspireerd was door dezelfde geest die binnenkort zijn mysterieuze essentie zou onthullen in deel twee en drie van Dode zielen. Maar het was gedaan met Gogol als schrijver, zijn reizen langs Duitse sanatoria en het Heilige Land ten spijt.

Volgens Nabokov viel ook niet anders te verwachten van een schrijver die zich was gaan interesseren voor kwesties als 'wat is kunst?' en 'wat is de taak van de kunstenaar?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden