'Goethe was een meester van het erotische verlangen'

Dichter/filosoof/staatsman Goethe had er veel, (soms pesterig) veel lol in totaal verschillende rollen aan te nemen, zegt meester-biograaf Rüdiger Safranski in zijn zojuist in het Nederlands vertaalde Goethe Kunstwerk des Lebens. En dat allemaal gedreven door een schandelijk onderschatte kwaliteit: nieuwsgierigheid.

Rüdiger Safranski. Beeld Io Cooman

Hij kende Goethes werk en had over hem gelezen: 'Over Goethe is misschien wel het meeste materiaal beschikbaar van alle groten uit de Europese cultuurgeschiedenis.' Maar pas toen hij door de 54delen van Goethes verzamelde brieven ging elk deel telt zo'n 400 pagina's kreeg Rüdiger Safranski het idee dat hij tot Duitslands beroemdste schrijver kon doordringen. 'Door al die brieven kwam ik hem nader, niet door eindeloos over hem te blijven lezen', zegt de Duitse schrijver-filosoof (70) tijdens een gesprek in Amsterdam.

'Toen Schiller dat zei, waren ze nog niet bevriend. Hij voelde zich gekrenkt omdat Goethe hem niet zag staan.'

Ruim een jaar geleden verscheen Goethe Kunstwerk des Lebens: Safranski's biografie van Goethe. Het boek, nu in het Nederlands vertaald door Mark Wildschut, is het slotstuk van een imposante reeks intellectuele biografieën: eerder schreef Safranski over E.T.A. Hoffmann, Schopenhauer, Heidegger, Nietzsche en Schiller.

CV Rüdiger Safranski

1945 geboren in Rottweil

1965-72 studies filosofie en kunst- en cultuurgeschiedenis in Frankfurt en Berlijn

1972-1987 docent, redacteur van Berliner Hefte

1984 E.T.A. Hoffmann Das Leben eines skeptischen Phantasten

1988 Schopenhauer und die wilden Jahre der Philosophie

1994 Ein Meister aus Deutschland Heidegger und Seine Zeit

2000 Friedrich Nietzsche Biographie seines Denkens

2002- heden medepresentator van ZDF-programma Das Philosophische Quartett

2004 Schiller oder die Erfindung des Deutschen Idealismus

2008 Bloemlezing uit het werk van Cees Nooteboom: Zielsverhuizing vindt niet na, maar tijdens het leven plaats

2009 Goethe und Schiller Geschichte einer Freundschaft2014 Goethe Kunstwerk des Lebens

Goethe was een afstandelijk mens. 'Hij stort ook tegenover zijn naaste vrienden nooit zijn hart uit', klaagde Schiller, 'je kunt geen vat op hem krijgen; ik geloof dat hij een zeldzaam soort egoïst is.'

'Toen Schiller dat zei, waren ze nog niet bevriend. Hij voelde zich gekrenkt omdat Goethe hem niet zag staan.'

Ruim een jaar geleden verscheen Goethe Kunstwerk des Lebens: Safranski's biografie van Goethe. Het boek, nu in het Nederlands vertaald door Mark Wildschut, is het slotstuk van een imposante reeks intellectuele biografieën: eerder schreef Safranski over E.T.A. Hoffmann, Schopenhauer, Heidegger, Nietzsche en Schiller.

Marcel Proust schrijft dat alleen onze eerste liefde werkelijk is, de volgende zijn slechts een afgeleide daarvan. Als we naar uw biografieën kijken, is dan inderdaad de hoofdpersoon van de eerste, E.T.A. Hoffmann, uw echte liefde, of toch eerder Schopenhauer of Goethe?

'Nee, E.T.A. Hoffmann, geloof ik. Bij hem herkende ik meteen een motief dat ook voor mijn volgende boeken een leidraad zou worden: dat men in verschillende werelden verkeert. E.T.A. Hoffmann leefde in de wereld van de muziek (als dirigent, componist en muziekcriticus, MD). Verder behoorde hij als schrijver tot de wereld van net uitgebroken romantiek en vervolgens was hij een verlichte jurist. Elke wereld of sfeer heeft zijn eigen logica en zijn eigen waarheid. Het leven van iemand hoeft niet tot één totaalconcept herleid te worden en vaak kan dat ook niet, zoals ik in mijn boek Wieviel Wahrheit braucht der Mensch? uiteen heb gezet. Dat kan zelfs gevaarlijk zijn. Kunst bijvoorbeeld moet extreem durven zijn, maar in de politiek is dat niet wenselijk. Een grondmotief in mijn boeken is van meet af aan hoe een leven verschillende sferen in balans kan brengen. Goethe lukte dat, hij hield als een volleerd jongleur een groot aantal ballen in de lucht.'

Miniatuur van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) van de hand van J.D. Bager. Beeld Getty Images

Is dat de reden dat u zich niet op Hegel heeft gericht, een intellectuele reus uit uw favoriete tijd, maar tegelijk een monomaan filosoof?

'Dat klopt. Ik zal althans niet snel over de latere Hegel gaan schrijven. Toch heb ik weleens een boek overwogen over de korte tijd dat de jonge Hegel met Schelling en Hölderlin in Tübingen leefde. Ik zou dan aandacht willen besteden aan hoe deze drie heethoofden met elkaar dat raadselachtige document opstellen, die later zo beroemd geworden bladzijden over wat filosofie zou moeten zijn: het oudste systeemprogramma van het Duitse idealisme. Een creatief moment van de eerste orde dat ik nooit helemaal uit mijn hoofd heb kunnen zetten. Wie weet is dat iets voor een wat dunner boek...'

Heeft u Goethe al vanaf het begin in het vizier gehad, als sluitstuk van uw reeks biografieën? Onlangs noemde u hem de Mount Everest onder de schrijvers en denkers van die tijd.

'Toen ik over Schiller schreef, had ik inderdaad al een schuine blik op mijn boek over Goethe. Dat zou een mooie afsluiting zijn. Dit najaar verschijnt mijn publicatie over onze omgang met de tijd, dan een boek over hoe moeilijk het is om een individu te zijn. Of ik me ooit nog opnieuw op een biografie werp, dat weet ik niet. Er dringt zich nu niet een schrijver of filosoof op, zoals dat mij eerder steeds wel overkwam.'

Vaak wringt het bij denkers en schrijvers tussen leven en werk. Toch richtte u zich vooral op dat werk. Uw boek over Nietzsche heet zelfs Biografie van zijn denken. Bij Goethe wordt die spanning zelf een thema en staat levensbeschrijving niet meer louter in dienst van het werk. Hoe komt dat?

'Ik wist bij Goethe meteen dat ik het anders zou doen, de titel stond aan het begin al vast. Het moest gaan over het leven als kunstwerk, hoe Goethe erin slaagde deze twee werelden met elkaar in balans te brengen, als levenskunstenaar. Nietzsche lukte dat niet, precies daarom bewonderde hij Goethe zo. Wanneer hij ervoor pleit dat je je hele repertoire aan charmes in moet zetten als een spel, gaat het over Goethe, al noemt hij hem niet expliciet. Goethe was bij uitstek een voorbeeld voor Nietzsches idee van de Übermensch, niet het Blonde Beest dat men er later wel van maakte.'

U stelt dat we in onze conformistische tijd van Goethe kunnen leren. We zien hem in Weimar met de jonge hertog om het hardst met de zweep knallen, hij klimt in een boom om een boek te 'kruisigen' en bij een lunch rukt hij een portret van de muur, snijdt tot verbijstering van de gastheer het hoofd eruit en houdt zijn eigen gezicht achter dat gat. Toch is hij als bestuurder een opportunist, ook op het moment dat de Fransen Weimar bezetten.

'Die grappen zijn van de jonge Goethe, tijdens de Sturm und Drang-periode. Hij had er toen een zeker plezier in om te provoceren. In die tijd was hij veel spontaner, onbeschaamd zelfs, hij kon soms echt onaangenaam doen tegen anderen. Meestal was hij evenwichtig en bedaard en dan kreeg hij plotseling een woedeaanval, als de uitbarsting van een vulkaan, waarin het van binnen lang rommelt. Zo keek hij daar zelf tenminste op terug.'

Hij theoretiseerde later ook over wat hij het vulkanische noemde en zag een parallel tussen persoonlijke uitbarstingen, echte vulkanen in de natuur en maatschappelijke ontwikkelingen. Het vulkanische stond bij hem tegenover het neptunische, het geleidelijke. Goethe was tegen de Franse Revolutie, tegen elke revolutie, hij gaf de voorkeur aan geleidelijke verandering. Hij poogde ook het vulkanische in zichzelf te bestrijden. Het zat diep in hem. Denk aan zijn plotselinge besluiten; van het ene op het andere moment vertrekt hij uit Frankfurt naar Weimar, om daar voorgoed te blijven. Bij zijn grote reis naar Italië gaat hij plotseling weg, midden in de nacht. En zie hem eens op zijn 72ste in Marienbad. Plotseling doet hij een huwelijksaanzoek aan een 18-jarig meisje! 'Bij mij is de puberteit nooit gestopt', zei hij wel eens. Dat maakt hem fascinerend, hij is geen heilige, hij is niet een marmeren beeld van zichzelf geworden.'

Goethe hield ervan zich te vermommen, hij speelde soms toneel en hij reisde vaak incognito. Zijn aandacht gaat telkens naar een andere activiteit uit, u spreekt zelfs van vervellingen, als bij een slang. Was hij op de vlucht voor zichzelf?

'Het is meer een uitdrukking van zijn vitaliteit. Goethe zegt zelf dat hij uit verschillende personen bestaat, hij is een veelvoud en dat meende hij werkelijk. Er is bij hem niet één ik. Dat is nu natuurlijk een modieus postmodern thema, maar bij Goethe was het een ervaring, geen theorie. Hij had er echt aardigheid in een rol aan te nemen. Bij een vroege affaire, met Friederike Brion in Sesenheim, kwam hij verkleed als een arme theologiestudent. Toen hij verliefd op haar werd, keerde hij de volgende dag terug als de dorpsjongen Georg. Waarom doet hij dat?'

Wanneer je een andere rol hebt, zie je de wereld om je heen vanuit een ander perspectief. Dat gebeurt bij Goethe niet vanuit een of ander concept, maar uit plezier, nieuwsgierigheid, levenslust. Ik zou het geen vlucht noemen, dat klinkt te defensief. Hij hield van een zekere anonimiteit. Een keer komt de nog onbekende Hölderlin bij Schiller thuis op bezoek. Hij heeft helemaal geen oog voor een oudere heer in de hoek. Achteraf hoort Hölderlin dat die man op de achtergrond de grote Goethe was, en dan is hij een week lang overstuur, omdat hij hem niet heeft herkend.'

Goethes leven lijkt één grote maskerade: hij maakt er literatuur van in autobiografische geschriften als Wilhelm Meister of Dichtung und Wahrheit, en in talloze brieven. Is het voor een biograaf niet lastig om een beeld te krijgen van wie hij werkelijk was?

'Goethe hoefde niet bang te zijn zichzelf te verliezen. Hij had een gelukkige jeugd, een stabiel zelfgevoel. Dat stelt hem in staat zich alle mogelijke rollen aan te meten. Niet omdat hij erin moet vluchten, omdat hij zwak is, maar juist omdat hij een sterke persoonlijkheid had. Een sterk zelf betekent niet een obsessie met jezelf, het is een basis onder het ik, zodat je die verschillende rollen kunt spelen zonder jezelf te verloochenen.'

Goethe is goed in balans. Je kunt merken dat er van hem als kind is gehouden, anders dan bijvoorbeeld bij Hölderlin. Goethes vanzelfsprekende zelfvertrouwen lijkt meer op dat van de dichter Novalis. De onevenwichtige Hölderlin komt uit een kleinburgerlijk milieu, Novalis stamt van oude adel. Hij is ook behoorlijk getikt, maar die afkomst brengt wel een soort zelfverzekerdheid met zich mee. Zoiets zien we eveneens bij Goethe en dat geeft hem een bepaalde bewegingsvrijheid. Goethe kende bovendien geen wrok. Wrok is een typisch kleinburgerlijk verschijnsel. Veel gedrag van de doorsneemens is met ressentiment te verklaren. Bij Goethe vind je niets van dit alles.'

U beperkt zich in uw biografieën tot Duitse filosofen en schrijvers. Van Goethe zegt u dat hij dingen links kon laten liggen om zelf de grenzen van zijn levenssfeer te trekken. Sluit dat aan bij wat u in 2003 verwoordde in uw boek over globalisering?

'In Wieviel Globalisierung verträgt der Mensch? heeft Goethe mij inderdaad voor ogen gestaan. Ik haal een passage uit Wilhelm Meister aan. Daar zegt hij dat een individu zijn eigen grenzen moet bepalen. Goethe had een werkelijk ruime horizon je kunt van hem niet zeggen dat hij beperkt is. Hij had een ongelooflijk brede belangstelling. Tegelijk veronachtzaamde hij genadeloos wat hem niet interesseerde. Je moet je op je eigen sfeer richten en niet op wat je door anderen wordt voorgeschreven.

'Wanneer steeds meer mensen rondom hem door het opkomende nationalisme worden gegrepen, distantieert hij zich ervan en draagt hij het erekruis dat hij van Napoleon kreeg. Hij roept dan gewoon: Napoleon, dat is mijn man! Daar heeft hij niet overal vrienden mee gemaakt. Hij vond nationalisme kunstmatig, het had iets leugenachtigs voor hem. Van een vrouw kon je houden, maar van zoiets abstracts als een vaderland?'

Goethes liefde voor vrouwen lijkt anders soms ook behoorlijk kunstmatig. Blijven al die in brieven beleden affaires en verliefdheden niet louter platonisch, zoals de verhouding met Charlotte von Stein?

'In hoeverre deze verhoudingen seksueel waren, zullen we nooit weten. Er wordt door menigeen beweerd dat Goethe tot zijn reis naar Italië, dus tot zijn 37ste, maagd was, maar dat is echt flauwekul. Wel heeft hij zich er uit alle macht voor gehoed een vaste verbinding of een huwelijk aan te gaan. Niet uit bindingsangst, eerder uit vrijheidsliefde. Hij wilde lang puberen en zich verre houden van een burgerlijk huwelijk, van een gezin. Pas als hij uit Italië terug is, verbindt hij zich met Christiane Vulpius en met haar klopt ineens alles voor hem.

'Goethe was niet verkrampt tegenover vrouwen, hij was ein Meister der Vorlust, een meester van het erotische verlangen. Het ging hem misschien meer om de opwinding van het spel dan om de uiteindelijke voltrekking van de daad. Maar hij was een erotisch persoon, hij hield van het verliefd zijn, en vrouwen vonden hem ongelooflijk aantrekkelijk. Hij begreep hen. Vergelijk zijn vrouwenfiguren eens met die in het werk van Schiller, dan merk je het verschil. Hij had zelf ook iets vrouwelijks in zich.'

U laat overtuigend zien hoe van Goethes leven valt te leren. Alleen, wat zouden mijn kinderen ervan kunnen opsteken, de volgende generatie, voor wie de wereld van boeken en klassieke cultuur niet vanzelfsprekend is?

Voor het eerst valt de gedreven en welbespraakte meester-biograaf stil. Hij denkt na en zwijgt, bijna een minuut lang. Dan zegt hij: 'Nieuwsgierigheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden