Goethe's wedergeboorte

REEDS IN zijn eerste zin maakt Johann Wolfgang von Goethe duidelijk dat er met zijn reis naar Italië iets bijzonders aan de hand is....

Ja, zijn reis was een vlucht, waarover hij met niemand had gesproken. Alleen zijn trouwe dienaar Philipp Seidel was op de hoogte. Goethe, die enkele dagen voor zijn vertrek 37 jaar oud was geworden, was niet gelukkig. Zijn liefdesaffaire met Charlotte von Stein, een getrouwde vrouw en hofdame in Weimar, was op een dood punt beland. De beroemde schrijver van Die Leiden des jungen Werthers had wel carrière gemaakt maar niet als dichter. Goethe was minister geworden in de 'geheime raad' van hertog Carl August, verantwoordelijk voor de wegen in het staatje Saksen-Weimar-Eisenach, voor het keuren van recruten en ten slotte voor de financiën van de hertog. Hij bekommerde zich om het lot van de vrouwen in het kousenfabriekje van Apolda en was in 1782 in de adelstand verheven.

Maar al dit werk ging ten koste van zijn schrijverschap. Al in 1781 had men over Goethe geschreven: 'Thans is hij voor het publiek zo onvruchtbaar als een zandwoestijn.' Dat gevoel had vijf jaar later ook Goethe zelf. Toen uitgever Göschen in Leipzig besloot het verzamelde werk in acht delen uit te geven, trad duidelijk aan het licht dat veel van dit werk slechts bestond uit schetsen en fragmenten. Eind 1786 schreef Goethe vanuit Italië aan hertog Carl August: 'Toen ik me voornam mijn fragmenten te laten drukken, voelde ik me dood.'

Goethe wil terugkeren naar het leven, naar de kunst en de wetenschap, en om dat te bereiken verwezenlijkt hij een lang gekoesterde wens: hij reist, half incognito, naar Italië, bezoekt Napels en Sicilië en woont geruime tijd in Rome, het middelpunt van al zijn dromen. In zijn bagage zitten de fragmenten van Iphigenie auf Tauris, Egmont en Torquato Tasso. De beide eerste drama's worden in Italië voltooid.

Zijn verblijf in Italië duurt ruim anderhalf jaar en al die tijd heeft hij voor Charlotte von Stein een dagboek bijgehouden en ijverig brieven naar Weimar gestuurd. Pas vele jaren later, na 1815, heeft hij dit alles bewerkt tot zijn Italienische Reise.

Op de vooral in Duitsland op grote schaal gevierde 250ste geboortedag van Goethe, 28 augustus, is de eerste integrale en geannoteerde Nederlandse uitgave van dit boek verschenen. Dat de keuze juist op dit werk is gevallen, ligt voor de hand. Want de Italiaanse reis is voor een deel het verhaal van Goethe's 'wedergeboorte' en wel van zijn wedergeboorte 'als kunstenaar'. Na zijn terugkeer naar Weimar blijft hij formeel in dienst van de hertog - hij neemt op diens verzoek in 1792 deel aan de mislukte veldtocht van de royalisten en hun bondgenoten tegen het Franse revolutionaire leger en aan het beleg van Mainz, waar Duitse aanhangers van de Franse revolutie de vrijheidsboom hadden geplant. Maar Goethe zal de literatuur en de wetenschap verder trouw blijven.

De Italiaanse reis is maar ten dele een reisverslag. Goethe beschrijft uitvoerig het Italiaanse landschap, is zeer geïnteresseerd in de bouwwerken van Andrea Palladio en de antieke architectuur, en hij vertelt over de bewoners van Napels en Rome, over hun manier van leven en over hun feesten. Zo noteert hij in Napels dat er op verschillende dagen in het jaar grote smulpartijen worden gehouden. Overal liggen dan enorme hoeveelheden voedsel uitgestald.

'En het blijft er niet bij dat dit alles wordt opgegeten; elk jaar rijdt een stadsbeambte, vergezeld van een trompetter, door de stad en verkondigt op alle pleinen en kruispunten hoeveel duizenden ossen, kalveren, lammeren, varkens enzovoorts de Napolitanen hebben verorberd. Het volk luistert aandachtig en schept een mateloos genoegen in de grote getallen, en iedereen herinnert zich met plezier zijn eigen aandeel in deze consumptie.'

De lezer wordt echter ook getuige van Goethe's zoektocht naar kennis van de natuur en inzicht in de kunst. Hij verzamelt niet alleen allerlei bijzondere stenen, maar gaat ook op zoek naar de 'oerplant', want hij is ervan overtuigd dat alle vegetatie tot één bepaalde kiem kan worden teruggebracht en dat van daaruit alle mogelijke planten ontwikkeld kunnen worden. Hij meent zelfs die 'oerplant' 'heel dicht op het spoor' te zijn. Van de Vesuvius, een zeer actieve vulkaan, kan hij maar niet genoeg krijgen en hij stelt zich zelfs bloot aan gevaar om dit grillige natuurverschijnsel van zeer nabij gade te slaan.

Goethe's belangstelling geldt verder vooral de antieke beeldhouwwerken en de schilderkunst. De fresco's van Michelangelo in de Sixtijnse kapel bekijkt hij vele malen, en hij wordt daarbij een keer zo moe dat hij in de speciale zetel van de paus een middagdutje doet.

In Rome trekt hij voornamelijk op met Duitse en Zwitserse schilders. Hij woont bij Tischbein, die een groot schilderij van hem vervaardigt. Hij raakt zeer bevriend met Angelika Kauffmann en Heinrich Meyer. Zij en anderen leren hem tekenen en verschaffen hem artistiek inzicht. Rome is voor hem, zo blijkt, een onontbeerlijke leerschool.

Goethe is tenslotte ook op zoek naar zichzelf. Als hij in het voorjaar van 1788 voorbereidingen treft om terug te keren naar Duitsland, schrijft hij: 'In Rome heb ik mezelf voor het eerst gevonden, ik ben hier voor het eerst in harmonie met mezelf gelukkig en verstandig geworden. . .'

En wat heeft hij over zichzelf ontdekt? 'Voor de beeldende kunst ben ik te oud', schrijft hij op 6 februari 1788. Ruim twee weken later noteert hij: 'Met de dag wordt het me duidelijker dat ik eigenlijk voor de dichtkunst ben geschapen. . .' Goethe voelt zich werkelijk 'herboren'.

Wilfred Oranje heeft met zijn Nederlandse vertaling een bijzondere prestatie geleverd, zeker als wordt bedacht wat Goethe over de moeilijkheid van vertalen heeft geschreven. Op 5 oktober 1786 noteert hij in Venetië na een bezoek aan het theater: 'Zo onvertaalbaar zijn de eigenaardigheden van elke taal: want alles, van het meest verheven tot het meest platvloerse woord, heeft betrekking op karakteristieke trekken van het volk, of het nu karakter, mentaliteit dan wel bepaalde toestanden betreft.' Goethe heeft het hier over het Italiaans. Maar zijn woorden gelden zeker ook voor zijn Duits. Vooral zijn lange, samengestelde zinnen zijn ongetwijfeld moeilijk te vertalen, wat bij het lezen van de Italiaanse reis leidt tot de onbedwingbare neiging van tijd tot tijd de Duitse tekst te raadplegen. Dergelijke vergelijkingen pakken vaak goed uit voor de vertaler. Maar soms gaat de voorkeur uit naar een wat andere formulering of een beter woord.

Veel Goethe-kenners heeft de vraag beziggehouden of de dichter in Rome nu wel of niet de liefde heeft bedreven. Uit het boek blijkt slechts dat hij verliefd is geweest op een Milanese schoonheid, die echter verloofd was, waarna hij haar mijdt. Maar er zijn ook Goethe's Römische Elegien, waarin de dichter het heeft over een 'hand die langs een dij glijdt' en een 'bed dat schommelt en een lieflijk krakend geluid' maakt. In Weimar wordt na lezing verontwaardigd gereageerd.

Goethe heeft het hier echter niet over een Romeinse geliefde, maar over Christiane Vulpius. Als hij in 1788 terugkeert naar Weimar, begint een nieuw leven en ook een nieuwe liefde. Hij gaat een relatie aan met Christiane Vulpius, een meisje dat behoort tot de 'armen van Weimar'.

De Berlijnse schrijfster Sigrid Damm heeft over deze relatie een interessant boek geschreven. In Christiane und Goethe - Eine Recherche heeft zij aan de hand van in allerlei archieven opgespoorde documenten beschreven wie Vulpius was en hoe dit hoogst ongelijke paar heeft geleefd - met elkaar en met de bewoners van Weimar, die deels geschokt waren over dit 'huwelijk zonder ceremonie', zoals Goethe zijn relatie heeft genoemd.

Goethe heeft, in strijd met alle conventies van die tijd, zestien jaar lang met Christiane Vulpius samengewoond zonder trouwboekje. Dat komt er pas in 1806 en dan nog zal het enige tijd duren voordat mevrouw Von Goethe door de deftige dames van Weimar wordt geaccepteerd.

Als eerste doet dat Johanna Schopenhauer, de moeder van de bekende filosoof. Maar uiteindelijk gaat ook de afgewezen en verlaten Charlotte von Stein bij haar op bezoek. Ze schrijft: 'Aangenaam is het niet in haar gezelschap te moeten verkeren. Maar aangezien hij het schepseltje zeer liefheeft, kan ik hem wel een keer een genoegen doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden