Kunstrecensie modern

Goede bedoelingen, maar povere beelden in de eerste tentoonstelling van de nieuwe directeur van Witte de With (**)

Vijf vrouwelijke kunstenaars tonen zich begaan met de staat van onze planeet, met wel erg veel nadruk op het veldwerk.

Beeldende Kunst - Witte de With

Susana Meljía - Color Amazonia Foto Kristien Daem

Witte de With, Rotterdam. Susana Mejía, Pamela Rosenkranz en Anicka Yi t/m 19/8; Irene Kopelman en Teresa Margolles t/m 26/8.

Er zijn meerdere verklaringen mogelijk. Optie 1: het is de tijd waarin we leven, die er steeds meer op wijst dat we ons bewust worden van onze omgeving, de ecologische staat waarin de wereld zich bevindt en de donkere wolken die ons boven het hoofd hangen. Optie 2: de oude natuurkunstenaar Herman de Vries heeft inmiddels school gemaakt, de man die zijn neus  tussen de bloemetjes steekt, met de voeten in de vruchtbare aarde staat en met zijn baard verstrikt raakt in het wuivend riet. En die daarover kunst maakt.

Het kan ook een combinatie van beide zijn. Want tel de opties bij elkaar op en je krijgt een groep jonge kunstenaars van het kaliber Anne Geene (winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2018), die blaadjes verzamelen en rubriceren, de natuur in kaart brengen en een liefdevol bewustzijn van De Natuur etaleren. In overtuigende beelden.

In het Rotterdamse kunstencentrum Witte de With is nu een vergelijkbare club kunstenaars te zien. Drie daarvan zijn afkomstig van het Zuid-Amerikaanse continent, twee van elders, maar alle vijf zijn ze tot over hun  oren geïnteresseerd in alles wat God aan aardse zaken op de eerste scheppingdagen bij elkaar heeft bedacht. De vijf presentaties vormen samen de eerste tentoonstelling van de nieuwe directeur van Witte de With, de Mexicaanse Sofía Hernández Chong Cuy. Ze geeft daarmee haar visitekaartje af, hoe prematuur dat misschien ook is om te stellen.

Het sleutelwoord op dat visitekaartje: veldwerk. Onderzoek dus. Een soort uitgangspunt dat al snel kromme tenen kan opleveren. Kunstenaars die praten met archeologen, ecologen, bacteriologen, oncologen en andere wetenschappers, en daarvan verslag  doen in minimalistische beelden, met in een  onduidelijk handschrift geschreven teksten, die je uren kosten om te ontcijferen, zonder ze precies te kunnen duiden. En waarvan je je steeds afvraagt wie er wijzer van wordt, en of de gesuggereerde verontrusting over het onderwerp ergens toe leidt.

En verdomd, zo'n tentoonstelling is het.

Natuurlijk hebben deze vijf kunstenaars (Susana Mejía, Pamela Rosenkranz, Anicka Yi, Teresa Margolles en Irene Kopelman)  met de voeten in de klei gestaan, de neus in de aarde gestoken en zijn ze met de haren in takken verstrikt geraakt. Natuurlijk hebben ze hun licht opgestoken bij wetenschappers van diverse pluimage. En natuurlijk wil niemand iets afdoen aan de goede intenties van deze kunstenaars, noch van de directeur, die onlangs in deze krant zei hoe ‘dapper en uitzonderlijk’ deze vrouwelijke kunstenaars zijn, die het Amazonegebied, of welk gebied dan ook, in kaart hebben gebracht, wat vroeger  onmogelijk was voor vrouwen. 

Susana Meljía - Color Amazonia Foto Kristien Daem

Maar ook nu geldt: hoe degelijk dat veldwerk ook is gedaan, het resulteert in een povere vertoning, een uitgekauwd en ingedikt verslag van hun bevindingen, dat het inlevingsvermogen van de bezoeker op de proef stelt, evenals als het geduld om zich in te werken in de materie. Neem het onderzoek van de Argentijnse Irene Kopelman naar de eindeloze schakeringen groen in de jungle van Borneo, dat een summiere staalkaart oplevert van, eh, ja, groene kleuren. Of het veldwerk van Teresa Margolles over arbeidsomstandigheden in Venezuela en Colombia: met de bezwete T-shirts van stenensjouwers smeerde ze de ramen van Witte de With in, waarna de shirts in betonblokjes werden gegoten. Visueel sterker zijn de vezels (resultaat van 'etno-botanisch onderzoek') die Susana Mejía aan het plafond heeft gehangen, als lange dreadlocks gekleurd in verschillende natuurlijke pigmenten uit het Amazonegebied.

Je kunt deze kunstenaars zien als de erfgenamen van schilders en tekenaars die al eeuwenlang de natuur en de leefomstandigheden van lokale volkeren hebben bestudeerd, tijdens verre reizen door tropische regenwouden en langs woest kolkende rivieren – maar die wél met aanschouwelijke beelden terugkwamen, ook al vormden die geen 'vergelijkbaar organisme' waarmee 'wereldbeelden tastbaar' werden gemaakt. Minder nadruk op veldwerk en meer oog voor de visuele uitkomst, het zou het resultaat een hoop ten goede komen.

Overstromingen, treinongelukken en ontploffingen: Olphaert den Otter verbeeldt dood en verderf in zijn World Stress Paintings
In hetzelfde gebouw aan de Witte de Withstraat toont Tent. het werk van Olphaert den Otter. Wel iets anders dan op de bovenste verdiepingen van Witte de With: dood, ellende en verderf verbeeld in schilderijtjes van ei-tempera, als een lange reeks rampenbeelden. Wat klopt: al sinds 2009 verwerkt Den Otter de meest uiteenlopende rampen in zijn World Stress Paintings. De reeks omvat honderden overstromingen, treinongelukken, ontploffingen, aanslagen en andere vormen van menselijk ongemak, als bewijs dat de wereld in een 'permanente staat van chaos' verkeert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.