Goed voor tijdschriften, modereportages en het museum

Wie aan het fotografenduo Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin denkt, denkt aan digitale manipulatie. Daarmee groeiden de twee uit tot iconen van de beeldcultuur van de jaren negentig....

Dit kan geen toeval zijn. Daar is het gezicht van Michael Pitt, Amerikaans acteur uit onder andere Murder by Numbers en de broeierige film The Dreamers, in een korte reclamefilm voor de herfst-/wintercollectie 2009-2010 van Yves Saint Laurent. Pitt, met lang steil haar en geprononceerde natte lippen, kijkt met half geloken slaapkamerogen de camera in, terwijl een zwoele vrouwenstem hem zichtbaar opwindt met fluisterwoorden als ‘crêpe de chine’, ‘ta flanel grise’ en ‘gabardine’. Waar doet dit toch aan denken, deze suggestieve, erotische close-up van een mannengezicht, dat met zijn ondraaglijk trage bewegingen en intieme blik een licht ongemak veroorzaakt bij de kijker en hem tegelijkertijd dwingt te blijven kijken?

Ach, maar natuurlijk. Aan Blow Job van Andy Warhol, een film uit 1963, waarin het popart-icoon inzoomt op het gezicht van zijn toenmalige vriend DeVeren Bookwalter, terwijl diens onderlijf – zo gaat het verhaal tenminste, want er is niets van te zien – een aangename ontmoeting heeft met de mond van filmmaker Willard Maas. Warhols film is rauwer, spannender en ‘donkerder’ dan de gestileerde en ietwat deftige versie voor Yves Saint Laurent, en bereikt een duidelijker hoogtepunt, maar de gelijkenis is toch frappant. En dat is waarschijnlijk niet voor niets.

De modefilm met Michael Pitt werd gemaakt door Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin, dat illustere fotografenduo dat zich sinds 1985 ophoudt op de grens van mode- en kunstfotografie. Van hun werk is nu een groot overzicht te zien in het Amsterdamse Foam, ingericht door het übercoole Franse ontwerpbureau M/M en met zo’n driehonderd foto’s verdeeld over twee verdiepingen: Pretty Much Everything. Photographs 1985-2010.

Films hebben hierin slechts een klein aandeel, aangezien Van Lamsweerde en Matadin zich daarin naar eigen zeggen nog volop aan het bekwamen zijn. Maar de subtiele filmische verwijzing naar Andy Warhol is interessant, want streefde die in werk en leven niet de ultieme vermenging na van kunst, mode en commercie? Als er iets is wat de carrière van Van Lamsweerde en Matadin tot nu toe kenmerkte, dan is het wel datzelfde streven.

En, lopend door de zalen van Foam, die zijn ingericht als een labyrint, moet je constateren dat het niet bij streven alleen is gebleven. De tentoonstelling bewijst met een overweldigende hoeveelheid aan foto’s (die hier en daar overigens iets té overweldigend is, vooral aan het begin, waar je in nauwe gangetjes zo dicht met je neus op het werk staat dat je het nauwelijks goed kunt bekijken) dat het werk Van Lamsweerde en Matadin zich zowel in tijdschriften als in commerciële modereportages als aan de muren van een museum weet staande te houden.

Van een aantal foto’s op het overzicht in Foam was dat al lang bekend. Nadat de carrière van Van Lamsweerde en Matadin aanvankelijk moeizaam van de grond was gekomen, groeiden hun vroege series Thank You Thighmaster (1993) en Global Warming (1994) uit tot ware iconen van de beeldcultuur van de jaren negentig. Ze vielen destijds, toen het grunge-tijdperk met zijn sombere en harde modereportages zo ongeveer op zijn hoogtepunt was, niet alleen op in de bladen vanwege de uitzinnige kleurencombinaties en het enthousiaste gebruik van Quantel Paintbox, een computer voor grafische toepassingen (die in 1989 garant stond voor de legendarische hoes van het album The Miracle van Queen, waarop de hoofden van de bandleden kunstig in elkaar zijn ‘gemorfd’).

Ook de kunstwereld toonde interesse in het werk van Van Lamsweerde en Matadin, voornamelijk vanwege die digitale manipulatie, die de aanblik van het menselijke lichaam veranderde. Ze lieten genitaliën en tepels verdwijnen, voorzagen babygezichtjes van volwassen monden en rekten de grens tussen mannen- en vrouwenlijven op tot het bijna niet meer om aan te zien was. Dit was werk dat zijn oorsprong vond in de fotografie, maar daar verder weinig mee te maken had, in elk geval wat betreft een juiste weergave van de werkelijkheid.

En dat kunstmatige oprekken van het menselijk lichaam, het oprekken van het begrip schoonheid op een glamoureuze manier, was in die jaren iets waar zowel de commerciële modewereld als de kunstwereld, en niet te vergeten de kunstmarkt, brood in zagen. De foto’s van Van Lamsweerde en Matadin waren nieuw, glamourous, experimenteel en onvoorspelbaar, en ze waren dat op precies het goede moment.

In het werk van de laatste jaren betoont het fotografenechtpaar zich nog altijd hybride – en succesvol. Van Lamsweerde en Matadin weigeren pertinent om een inhoudelijke keuze te maken tussen commercieel, in opdracht gemaakt werk en dat wat je als vrij werk zou kunnen bestempelen. Dat laatste bestaat in hun oeuvre dus niet echt, aangezien van afgebakende gebiedjes geen sprake is. Ze worden in New York vertegenwoordigd door de gerenommeerde Matthew Marks Gallery, maken portretten voor The New York Times Magazine en experimentele posters met het eerdergenoemde ontwerpbureau M/M. Alles loopt door elkaar heen.

De tentoonstelling laat dat mooi zien. Hier hangen grote opgeblazen modereportages naast kleine experimentele Polaroids, en is naast talloze bekende gezichten uit de mode- en kunstwereld ook plek voor een wonderschoon beeld als Yamamoto, Moon Captured uit 1997, dat weliswaar werd geschoten voor de catalogus van Yohji Yamamoto, maar binnen dat kader zo autonoom is als maar mogelijk.

Behalve de referentie aan Andy Warhols Blow Job, zijn er legio verwijzingen naar kunst en de kunstgeschiedenis. Zo dwalen de modellen Raquel Zimmermann en Freja Beha Erichsen, in een modereportage voor V Magazine, quasistudieus door het museum, met op de achtergrond het werk van Duane Hanson en Gilbert & George. Er is een ander model dat naakt (en met een toefje blauw schaamhaar) de trap afloopt, een referentie uiteraard naar een beroemd schilderij van Marcel Duchamp.

En in 2006 werkten Van Lamsweerde en Matadin samen met de oom van Inez, Eugène van Lamsweerde, een in Frankrijk wonende kunstenaar. In The Séance voorzag hij hun foto’s van lange sprieten en kronkels van staal die de tentoonstellingsruimte in staken. In Foam zijn er een paar te zien, waaronder een grote installatie in het trappenhuis.

Niet dat die referenties of samenwerkingen nu meteen de garantie bieden op een plek aan de museummuur. Er zijn wel meer modefotografen die in hun werk refereren aan de kunstgeschiedenis, al was het maar om hun werk wat meer cachet te geven – wellicht omdat ze bang zijn dat hun modefoto’s anders te licht worden bevonden.

Dat laatste lijkt bij Van Lamsweerde en Matadin niet aan de orde te zijn. Eerder duiden die talloze verwijzingen op de rijke beeldbank in hun hoofd, waaruit ze vrijelijk maar altijd weloverwogen putten. In het persbericht van Foam staat dat de basis van hun werk wordt gevormd door ‘twijfelachtigheid’ – maar waar die notie vandaan komt, is me eerlijk gezegd een raadsel. ‘Trefzekerheid’ was een beter woord geweest.

Van Lamsweerde en Matadin weten verdraaid goed waar ze mee bezig zijn. ‘Ik steek de draak met afgesleten voorstellingen van vrouwen, maar in de taal van clichés’, heeft Inez van Lamsweerde ooit gezegd, en dat is precies wat ze doet, omdat ze ook precies weet welke clichés voor welke beelden het beste werken. En zo kom je dan als vanzelf uit bij een foto van topmodel Naomi Campbell, die overdreven glanzend en theatraal poserend op een sokkel staat, als een bombastische versie van haar eigen mediabeeld.

Nergens worden dit soort slimme toepassingen en verwijzingen echter een voor de hand liggend trucje, dat door Van Lamsweerde en Matadin uit de hoge hoed kan worden getoverd zodra het even nodig is. Digitale manipulatie was destijds de meest geschikte manier om iets te vertellen over hoe wij kijken naar het menselijk lichaam; het was niet het onderwerp van de foto’s. En wat prachtig werkt in een portret van zanger Antony, onlangs gepubliceerd in The New York Times Magazine, namelijk zijn wimpers verlengen met dunne sliertjes zwart gaas die meewaaien met zijn lange haren, werkt niet bij iemand anders. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar aan het werk van iemand als Erwin Olaf is te zien hoe moeilijk het is om af te stappen van iets wat eens succesvol was, maar nu dreigt te verworden tot een foefje.

Vernieuwing is hier het sleutelwoord. Van Lamsweerde en Matadin bleken er tot nu toe meesters in te zijn, net zoals Andy Warhol dat in de jaren zestig was. Laat je ogen dwalen over al die werken in Foam en je ziet hoe die vernieuwingsdrang heeft geleid tot een enorme verscheidenheid aan fotografie, die desondanks een geheel vormt door de helderheid van de beelden en de subtiele grapjes (de fopspeen in de hand van Michelle Williams of het gezicht van Creative Director van Chanel Make Up, Peter Phillips, opgemaakt als op de set van een horrorfilm).

Niet om de vergelijking nu tot het uiterste door te voeren, maar er is nog een overeenkomst tussen het fotografenduo en Andy Warhol. En dat is het belang van de kunstenaar(s) zelf in het oeuvre.

De mythevorming rondom de persoon Warhol is weliswaar groter, maar dit kan ook met het verstrijken van de tijd te maken hebben – in elk geval spreken Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin, als partners zowel in werk als in liefde, enorm tot de verbeelding. Daar hebben ze aan bijgedragen door zichzelf, net als Warhol, regelmatig als modellen op te voeren en hun samenwerking/relatie bijkans als een merk in de markt te zetten.

Wie kent niet die beroemde foto Me Kissing Vinoodh (Passionately) uit 1999, waarbij Matadin al kussende uit de foto geshopt is, maar zijn lege silhouet een indrukwekkende afdruk-hap neemt uit het gezicht van Van Lamsweerde? Er is er nog een uit dezelfde serie: Me Kissing Vinoodh (Lovingly), waaraan niets lijkt te zijn gemanipuleerd. En onlangs maakte het duo een derde foto: Me Kissing Vinoodh (Eternally) – niet als ‘vrij’ werk, maar voor een reclamecampagne voor het modemerk Lanvin. Zo beroemd zijn Van Lamsweerde en Matadin inmiddels, dat ze hun eigen merk kunnen gebruiken voor dat van een ander, en ermee wegkomen omdat ze ook werkelijk als merk worden gezien. Ze hebben invloed. Afgelopen maand kregen Van Lamsweerde en Matadin zelfs als eerste modefotografen de hoogste onderscheiding binnen de Nederlandse mode-industrie, de Grand Seigneur vanwege ‘hun creativiteit, lef en originaliteit waarmee zij een plaats hebben veroverd aan de top van de internationale modefotografie’.

En wat nu? In een gesprek met schrijver Glenn O’Brien zegt het duo alweer bezig te zijn met de volgende stap: video. ‘Everything is going to move now’, zegt Van Lamsweerde, doelend op online tijdschriften (en zelfs tijdschriften met ultralichte, vouwbare computerschermpjes) waarbij bewegend beeld steeds belangrijker zal worden, niet alleen in reclamecampagnes, maar ook als achter-de-schermen-reportages bij belangrijke modeshows en –shoots.

Daar zijn ze nu mee aan het experimenteren, Van Lamsweerde en Matadin. Met de nadruk op experimenteren. Want de films die op de tentoonstelling in Amsterdam te zien zijn, weten nog niet geheel te overtuigen. Een kijk-eens-hoe-gek-ik-ben-filmpje van supermodel Kate Moss die Michael Jackson probeert na te doen, een videoclip voor Björk, en de campagnefilm voor Yves Saint Laurent – ze dragen nog niet het succesgevoel uit dat je bekruipt bij het zien van de beroemde foto’s. Ze zijn eerder te braaf.

Als video echt de toekomst heeft in de mode-industrie, dan zouden Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin er goed aan doen om nogmaals goed naar het verleden te kijken. Naar de rebelse films die Warhol in de jaren zeventig maakte over de modewereld van New York bijvoorbeeld. Tot nu toe hebben ze bewezen dat ze hun tijd altijd ver vooruit waren. Hopelijk kunnen ze dat nog steeds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden