Goed & Slecht: Hoe je moet beginnen

Voor een goede titel, flaptekst of motto kunnen dichtbundels nog wel wat leren van proza-uitgaven, vindt Arjan Peters. 

Beeld Foto Getty, bewerking Studio V

Kijk nou uit met dat begin. De flaptekst van de debuutbundel van Rob Zweedijk (1969), hoe verder geen punt (Querido; € 17,99), opent met: ‘In dit debuut lijkt de dichter te zoeken naar woorden, naar omschrijvingen voor wat zich niet vangen laat in taal.’ Kansloze onderneming, een dichter die ‘lijkt te zoeken naar woorden’. Maar dan komt het motto: ‘voor jou/ maar op zoek naar een citaat/ vond ik niets wat paste/ naast jouw naam’, en dat is goed, want die naam wordt niet genoemd en kan zo die van elke lezer zijn. Op de valreep houdt Zweedijk ons binnenboord.

Hoe je niet moet beginnen, laat Henk Ester zien. Zijn derde dichtbundel heet Het vermoeden van Witten (De Arbeiderspers; € 17,99). Flaptekst: ‘Als dichter zwerft hij onverminderd graag op de Maasvlakte en door de duinen’. Dat is aanstellerij (de zwervende dichter) plus koddigheid (onverminderd graag). Ik sloeg de eerste pagina op, en las deze titel: ‘Bijgeluiden XXXIII – Talen diatomeeën, 1 – Dialect.’ Toen sloeg ik de bundel weer dicht. Sommige dichters willen hun lezers onverminderd graag wegjagen.

De titel van de nieuwe bundel van Stefan Hertmans is van een verraderlijke kalmte: Onder een koperen hemel (De Bezige Bij; € 22,90), een verwijzing naar het bijbelboek Deuteronomium waarin God juist helse plagen aankondigt. Mooi is het gedicht over een boom in Dubrovnik: ‘Er is een boom die jarenlang op vallen staat,/ voorover hangend in het stormen van de nacht,/ de binnenplaats niet ruim genoeg/ voor zijn krakende domme kracht,// het lijkt op zich verzetten,/ de onderkant van groeien,/ daar waar genomen wordt/ omdat er niets te geven valt,// er is een boom die bijna/ valt in deze nacht,/ hij klampt zich aan/ het allerlaatste vast,// iemand moet het/ zeggen dat het kraakt.’ Door hem te vereeuwigen, heeft de dichter die boom voor voorgoed vallen behoed.

Wat titel, flap en motto betreft kunnen veel dichtbundels aan proza-uitgaven een voorbeeld nemen. F is van Feyenoord (Trichis; € 24,95) is een alfabetisch geordende encyclopedie. Vertrouwenwekkend vond ik voorts de naam van de man die wordt bedankt voor het nauwkeurig doorlezen van de tekst: Boudewijn Warbroek.

 Het motto is van Willem Prins: ‘Waar ook ter wereld ik verbleef, Feyenoord,/ de club der clubs, voor mij bleef.’ Met vertederende onhandigheid krijgen poëzieliefhebbers aldus een nuttige waarschuwing: in dit boek hebben jullie niets te zoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.