Goed en Slecht dichters en vogels

Goed & Slecht: ‘gekooid in een gedicht’

Arthur Japin is óók dichter, maar geen goede. Koos Meinderts wel, laat Arjan Peters zien.

De mussen van Peter Vos Beeld Peter Vos

Natuurlijk mag een liedjesschrijver zich dichter noemen. In Nederland, waar Willem Wilmink nooit de P.C. Hooftprijs kreeg, is dat gedurfd. Elders doet men daar niet bekrompen over, zie de Nobelprijs voor Bob Dylan. Kom op, een goede tekstdichter is een dichter, en je bent een zielepoot als je kleinkunst te klein vindt om het als kunst te benaderen.

Als Arthur Japin zijn liedjes bundelt in Nachtkaravaan (Magonia; € 16,99), en zich op de Nacht van de Poëzie aandient als poëet, is dat geoorloofd. Eens kijken wat hij zoal dicht. ‘Liefste, liefste, ik wil iets van jóu aan/ Iets wat naar jou ruikt, waarin ik jou voel/ Mag ik je kleren aan?/ Liefste, vind het goed/ Want ze doen me iets, ze raken me, ze koesteren me.’

Goeie grutten. Niet iedere dichter is meteen een goede. De ‘ik’ wil iets wat naar zijn liefste ruikt, en vraagt of hij diens kleren aan mag, omdat die hem ‘koesteren’. Hoe kan dat? Hij heeft de kleren nog niet aan, of ze koesteren hem al. ‘Ze zijn niet mooi of nieuw of wat dan ook/ Maar als ik in iets van jou kruip zit dat zó warm en zó lekker/ Dan voel ik hoe jij voelde in het begin/ Voel ik dat hier, binnenin, zó lief en zó lekker’. Kruip erin, kerel, maar bewaar je kleffe praatjes voortaan voor je vrienden.

Blijven tjielpen

En lees eens een echt gedicht. In Mussenlust (Peter Müller; € 29,50) zijn prachtige mussentekeningen van Peter Vos verzameld, plus bijdragen van dichters. Onder hen Koos Meinderts, die al menig fraaie liedtekst schreef. ‘Er is een mus gevallen/ Dood lag hij op de grond/ Het was een zomeravond/ Dat ik het lijkje vond.// Daar lag hij in mijn handen/ dertig gram verdriet/ Ik zong voor hem een requiem/ Jan Hanlo’s tjielpenlied// Ik ben blijven tjielpen/ Tegen beter weten in/ Hopend op een wonder/ Op een nieuw begin// Ik gaf hem aan de aarde/ Een steen wijst waar hij ligt/ De mus, een anekdote/ Gekooid in een gedicht.’

Glasheldere regels, zonder valse traan. Het plechtige ‘requiem’ krijgt tegenwicht door de verwijzing naar Jan Hanlo’s evergreen uit 1949, ‘De mus’. Het vormvaste vers als vogelkooi is een mooi beeld. In die diervriendelijke kooi heeft Meinderts een gevoel gevangen, in vederlichte woorden. Een woord weegt lichter dan een duiveveer, dichtte E. du Perron. Die van Meinderts zijn ragfijn als mussenveertjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.