De filmranch van George Spahn in Californië, waar de Manson Family verbleef, in augustus 1970.

De waargebeurde geschiedenis Once upon a time in...Hollywood

Goed om vooraf te lezen: de waargebeurde geschiedenis achter de nieuwste film van Quentin Tarantino

De filmranch van George Spahn in Californië, waar de Manson Family verbleef, in augustus 1970. Beeld Getty

Voor wie niet is opgegroeid in Los Angeles in de jaren zestig en zeventig en geen studie heeft gemaakt van de Manson-kliek, komt enige kennis vooraf van pas.

De broedplaats van het kwaad trekt nog altijd toeristen, of fans. Zelfs al bleef er na een bosbrand vrijwel niets over van het hoofdkwartier van Charles Mansons hippiesekte de Manson Family: een in onbruik geraakte filmranch, 50 kilometer boven Los Angeles, waar ooit de serie Bonanza werd opgenomen. Hier gaf Manson, die zichzelf beschouwde als incarnatie van Jezus én Satan, zijn communeleden eind jaren zestig opdracht tot een serie bloederige moorden, waaronder die op de 26-jarige actrice Sharon Tate, de vrouw van filmmaker Roman Polanski.

De ranch was vernoemd naar eigenaar George Spahn, die een pact sloot met Manson: mits ze de boel enigszins onderhielden, mochten de volgelingen er gratis verblijven. Ook werd Spahn, een vereenzaamde en halfblinde tachtiger, zo nu en dan seksueel verzorgd door vrouwelijke communeleden.

Wie nu de woorden Spahn en ranch intikt op Google, stuit vlot op aanbevelingen van bezoekers die op eigen houtje het ruige ravijnlandschap in zijn getrokken, speurend naar restanten. Langs de drooggevallen kreek, op zoek naar het overhangende rotsblok waar de sekte zich ooit liet fotograferen; wel oppassen voor de woekerende berenklauw en een enkele ratelslang. Ene Brittany zegt op het recensieplatform Yelp: ‘Ik ben een groot fan van de Family, dus deze plek bezoeken was iets zeer persoonlijks. Niet alleen Los Angeles, maar Amerika is op die plek veranderd. Voorgoed.’

3 kilometer verderop in de wildernis trok Quentin Tarantino een nieuwe, precies op het origineel gelijkende vervallen filmranch op, voor de opnamen van Once Upon a Time... in Hollywood. In de film brengt stuntman Cliff Booth (Brad Pitt) een bezoek aan de unheimliche ranch, meegelokt door een van Mansons kortgerokte volgelingen. In 1978 werden nabij de ranch overblijfselen gevonden van een stuntman die tien jaar eerder door de sekte was omgebracht. Maar Pitt speelt niet per se díé stuntman, in Tarantino’s mix van werkelijkheid en fantasie. De wereldpremière van Once Upon a Time... in Hollywood, afgelopen mei in Cannes, ging gepaard met een getypt verzoek van de filmmaker: of de genodigden extra voorzichtig wilden zijn met spoilers. Hóé Tarantino de Manson-moorden aansnijdt, mocht niet worden verklapt. Maar voor wie niet is opgegroeid in Los Angeles in de jaren zestig en zeventig, zoals de filmmaker, en geen studie heeft gemaakt van de Manson-kliek, komt enige kennis vooraf van pas: de film is nóg beter als je weet waar – en in welke mate – Tarantino afwijkt van de werkelijkheid.

De scène waarin stuntman Cliff Booth de Manson-ranch bezoekt.

In de jaren zestig opende Hollywood kortstondig de poorten voor representanten van de tegencultuur, de hippies die beter leken te weten waar de jeugd naar wilde kijken of luisteren. Zoals Dennis Hopper, schrijver en regisseur van de onverwachte hit Easy Rider. Sterren uit jaren vijftig hadden plots afgedaan en de filmindustrie schurkte aan tegen de minder hiërarchisch georganiseerde muziekindustrie. In dát L.A. arriveerde de manipulatieve ex-gedetineerde amateurmuzikant Manson. Overgewaaid vanuit San Francisco, predikte de langharige goeroe een bestaan zonder bezittingen, vol vrije seks en lsd, in combinatie met zijn in kleinere kring verkondigde profetie: de boze zwarte Amerikaanse bevolking zou alle overige Amerikanen afslachten en wel zeer binnenkort, waarna de in de woestijn verstopte Manson Family de leiding over de wereld zou overnemen, daar die resterende zwarte bevolking daartoe incapabel was. De Beatles waren van dit alles op de hoogte, hield Manson zijn volgelingen voor; die communiceerden met hem middels verborgen boodschappen op hun albums. Het liedje Helter Skelter (1968) bijvoorbeeld, was het startsein voor de Apocalyps.

The Beach Boys-drummer Dennis Wilson, die zijn villa openstelde voor wie maar binnenviel, was onder de indruk van Manson en stelde hem voor aan Terry Melcher, de zoon van filmster Doris Day en succesvol platenproducent, onder meer voor The Byrds en The Beach Boys. Neil Young jamde ook nog even met Manson en meende dat die talent had als liedschrijver. Toen de zwarte bevolking geen aanstalten maakte tot de Apocalyps, Mansons muziekcarrière niet of nauwelijks van de grond kwam (de Beach Boys coverden slechts één liedje van de sekteleider) en de commune uiteen dreigde te vallen, stuurde Manson zijn volgelingen eropuit om de revolutie te bespoedigen, door woningen van de ‘rijken’ binnen te vallen en de bewoners op gruwelijke wijze af te slachten. Manson gaf zijn volgelingen Melchers adres in Beverly Hills, maar die had z’n villa inmiddels verhuurd aan Sharon Tate en Roman Polanski. De Poolse cineast was in Europa, druk met een film, de hoogzwangere Tate gaf die noodlottige augustusavond in 1969 een feestje voor wat vrienden. ‘Ik ben de duivel en ik kom het werk van de duivel doen’, sprak een van de binnenvallende Family-leden, die hun messen in de aanwezigen plantten en met Tates bloed ‘pig’ op de voordeur schreven. De avond erna vermoordden ze het echtpaar Leno en Rosemary Labianca in hun huis in Los Angeles. Leno was de eigenaar van een supermarkt, Rosemary was zakenvrouw.   

De politie doet onderzoek bij het huis waar Leno La Bianca en zijn vrouw Rosemary zijn vermoord, een dag na de moord op Sharon Tate en haar vrienden. Beeld Getty

De invloedrijke Amerikaanse essayist Joan Didion omschreef de moorden als het ‘abrupte einde’ van een tijdperk; de sixties waren subiet voorbij, zeker in Los Angeles. Daar regeerde plots de paranoia: de Hollywoodelite sloot de poorten, installeerde hoge hekken en waakhonden. ‘Wat ik óók kwalijk vond aan Manson’, sprak Beatle George Harrison later eens, ‘was dat hij lang haar, een baard en een snor, ineens ook het imago van een moordenaar maakte’.

Voorpagina van Daily News nadat Manson was opgepakt. Beeld Getty Images

Hollywoodkapper

De western-acteur Rick Dalton (DiCaprio) en zijn vaste stuntman Cliff Booth (Pitt) uit Once Upon a Time... in Hollywood zijn fictief, maar losjes geïnspireerd op de jarenlange vriendschap en samenwerking van Burt Reynolds en diens vaste stuntkompaan Hal Needham. Sharon Tates beste vriend is de (echte) legendarische Hollywoodkapper Jay Seybring (rol voor Emile Hirsch), die onder meer de coupe van Kirk Douglas’ Spartacus bedacht en net als de actrice werd afgeslacht door de Manson-familie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden