Goed beeld van schilder en uitvinder

De opening van het nieuwe Rijksmuseum laat weer langer op zich wachten, maar het doel blijft: een museum als toonbeeld van integratie van kunst en geschiedenis....

Wieteke van Zeil

Objecten die zowel kunst- als geschiedeniswaarde hebben, zijn natuurlijk de pronkstukken. Neem de aankoop van het beroemde portret De burgemeester van Delft (1655) van Jan Steen, inmiddels De burger van Delft genaamd, omdat er een korenhandelaar op blijkt te staan. Een staalwerk van sociale geschiedenis, geografische geschiedenis en een portret van een handelsman. Historische kunstwerken van dit niveau zijn er maar weinig.

Des te meer reden voor het Rijksmuseum om trots te zijn op de tentoonstelling Brand! Jan van der Heyden, schilder en uitvinder, een initiatief van kunsthistoricus Peter Sutton van het Bruce Museum in het Amerikaanse Greenwich. Het Rijksmuseum nam een deel over en voegde extra tekeningen toe.

Jan van der Heyden (1637-1712) mag misschien niet de bekendste Hollandse schilder zijn, hij wist wel talentvol schilderen te combineren met een uitvindersgeest. Hij vond een sterk verbeterde straatlantaarn uit, en de brandslang. Reden voor het Rijksmuseum om hem euforisch een ‘Hollandse Leonardo da Vinci’ te noemen, maar met zulke reclametaal wordt de lat wel erg hoog gelegd. Het verzwakt uiteindelijk de verrassing over Van der Heydens werk. Hij was een wonderlijk figuur, en het werd tijd dat hij eens centraal kwam te staan in een tentoonstelling, maar met Mona Lisa is toch echt geen van zijn werken te vergelijken.

Van der Heyden was sterk in stadsgezichten, een genre dat rond 1650 ontstond. Hij was er een van de besten in. Vaak zette hij gebouwen bij elkaar die in het echt niet bij elkaar stonden om zo de verbeelding te prikkelen. Van der Heyden had de gave gebouwen minutieus neer te zetten – voor het baksteenwerk gebruikte hij zelfs een eigen reproductietechniek: hij drukte een verse ets met het baksteenpatroon op het doek, om de precisie te waarborgen. Maar die technische en perspectivische hoogstandjes waren geen doel op zich, zoals bijvoorbeeld bij de interieurs van Pieter Saenredam wel het geval lijkt. Van der Heydens gebouwen staan op rommelige grachten waar druk wordt gewerkt, geconverseerd en gespeeld. Ze staan midden tussen bomen van formaten die nu nauwelijks meer aan de grachten te vinden zijn. Soms schilderde Van der Heyden zo’n dikke bomenhaag voor gebouwen dat het bijna respectloos lijkt ten opzichte van de architectuur. Een sluier van flora die hij met een dot mos als penseel op het doek aanbracht.

De Jan van der Heyden-tentoonstelling is welkom en inzichtelijk – naast de schilderijen zijn in een tweede zaal de meer ‘journalistieke’ tekeningen te zien die hij maakte bij beruchte brandhaarden in Amsterdam, die al of niet werden gesmoord met zijn brandslangspuit. Een grote, vroeg 18de-eeuwse spuit staat in het midden.

Toch is het opmerkelijk dat een museum dat zó de mond vol heeft van integratie van kunst en historische cultuur het niet heeft aangedurfd objecten uit de geschiedenis naast de schilderijen in de eerste zaal te plaatsen. Als er één kans was om met de beoogde nieuwe tentoonstellingsmethoden te experimenteren, dan was het wel hier. In plaats daarvan beperkt het museum zich tot een audiotelefoon met daarop een hoorspel – Van der Heyden wordt zogenaamd geïnterviewd door een 17de-eeuwse journalist. De brandslang en de historische tekeningen blijven veilig gescheiden van de ‘hoge kunst’ – de geschilderde stadsgezichten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden