Gods adem waait door de kerk

De aardbeving die een maand geleden Sumatra trof, richtte een ravage aan in de stad Padang. Michel Maas neemt de schade op aan het koloniale erfgoed, maar merkt dat niemand zich er echt voor interesseert....

Sherin wappert een vlieg weg. ‘Vroeger waren er veel minder vliegen’, zegt zij, een beetje verbaasd. Met ‘vroeger’ bedoelt zij: voor de aardbeving, de nieuwste breuklijn in de tijdrekening van Padang. Op 30 september werd de havenstad getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,6 op de schaal van Richter.

‘Het zal toch niet komen van al die doden, hè?’ Sherin lijkt niet iemand die lang over dit soort vragen piekert. Zij neemt een hap uit haar cheeseburger en vraagt: ‘Waar gaan wij dadelijk heen?’

Die vraag had ik eigenlijk moeten stellen. Sherin is namelijk de gids die ons door Padang moet loodsen, maar zij heeft aan het begin van de tocht al laten merken dat er weinig meer te toeren valt. ‘Je kunt er niet eens meer shoppen, want alle malls zijn ingestort.’

De grote puinhopen zijn een beetje weggewerkt achter bouwhekken van metalen golfplaten. Met al die hekken lijkt het of in Padang druk wordt gebouwd, maar zij verhullen alleen de hoge treurige bergen van verwrongen betonijzer en puin. Kleinere hopen gruis en stapels bakstenen liggen overal langs de kant van de weg: als tijdelijke grafmonumentjes van de Grote Verwoesting.

Die verwoesting is zo algemeen, dat niemand in Padang nog opkijkt van een half ingestorte, honderd jaar oude kapel van de Zusters van Liefde, of van de totaal ontwrichte oude kathedraal aan de overkant van de straat. Kapotte oude gebouwen zijn net zo treurig als kapotte nieuwe gebouwen.

Alleen het voormalige kantoor van de ‘Handelsvereeniging Harmsen Verwey & Dunlop’ maakte in Padang nog wat emoties los, maar dat was vooral vanwege het drama dat zich daar heeft afgespeeld. Het oude kantoor was verbouwd tot Hotel Ambacang, het beste hotel van de stad. Nog dagen na de aardbeving waren er geruchten dat mensen levend onder het puin van het hotel zouden zitten.

Niemand weet hoe duur de wederopbouw wordt, en maar heel weinig mensen zijn al toegekomen aan de vraag of het de moeite waard is om in die wederopbouw ook al die oude gebouwen uit de ‘zaman Belanda’, de tijd van de Hollanders, weer op te bouwen. Een van die weinige mensen is Edi Hasymi, de hoogste ambtenaar van de dienst voor Cultuur en Toerisme van Padang. Tientallen panden van grote historische waarde zouden zwaar beschadigd zijn, staat in een lijst die hij heeft. Meer staat er niet in. Hasymi heeft geen idee hoeveel geld er nodig is of waar het vandaan moet komen.

De topambtenaar weet sowieso niet veel over zijn erfgoed. Hoe oud die panden zijn, bijvoorbeeld, voor wie zij werden gebouwd, door wie ze werden bewoond: hij weet het niet. Hij heeft dus ook nooit van Tilly Hazevoet gehoord, die volgens een inscriptie op 14 augustus 1933 de eerste steen heeft gelegd van een van de kolossale panden aan de oude haven. Waarom zou hij dat moeten weten?

Wie meer weet, is Eléonore de Merode van het Prins Claus Fonds dat een inventarisatie liet maken door een Indonesisch team van erfgoeddeskundigen. Vijftien gebouwen staan op instorten, waaronder het gemeentehuis en de oudste moskee van de stad. 75 gebouwen zijn zwaar beschadigd, slechts 10 van de onderzochte 156 erfgoedpanden – koloniaal en lokaal – bleven intact. Allemaal staan ze op een gemeentelijke lijst van waardevolle monumenten.

‘Zeer, zeer urgent’, is de noodzaak van snelle restauratie, zegt De Merode. ‘Het gemeentehuis is in 1938, in de Hollandse tijd, gebouwd door de Nederlandse architect Thomas Karsten. Het heeft met zijn art-decokenmerken iconische waarde.’

Zo ook de moskee, van bijna een eeuw oud. ‘Daarin zijn Europese invloeden zichtbaar, maar de pilaren zijn geknakt en het dak is zwaar beschadigd. Er is niet veel voor nodig of alles is verloren.’ Het gaat niet om de culturele waarde alleen, zegt ze, het karakter van de stad staat op het spel. ‘Een straat met karakteristieke winkelpanden is deels verwoest. Elk apart zijn die gebouwen niet bijzonder, maar als streetscape zijn ze onvervangbaar. En hoe waardevol is niet de collectie van het Adityawarman-museum waarvan een deel is beschadigd, of de koloniale archieven van de West-Sumatraanse bibliotheek, waarvan maar 5 procent over is?

De vraag is nu hoe en of de gigantische schade kan worden hersteld. De komende tijd wordt geprobeerd fondsen te werven, maar er is enorm veel geld nodig om de gebouwen weer in de oude staat terug te krijgen en de stad haar aantrekkelijkheid terug te geven.

Mensen zijn er weinig, in de oude stad. Hier wordt niet meer geleefd, en dat was voor de aardbeving ook al zo. Her en der zijn wat mannen bezig ingestorte opslagruimtes leeg te halen. Zij trekken dozen keramiek en andere handel onder het puin vandaan, en laden wat nog heel is op stokoude vrachtautootjes. Dat is alles. De meeste gebouwen staan leeg, en de straten zijn verlaten.

Ook Tilly Hazevoets pand wordt zo te zien al jaren niet meer gebruikt, maar het is een oerdegelijk gebouw met dikke Hollandse muren, en het heeft de klap beter doorstaan dan het naamloze witte pand ernaast. Dat pand is onderverhuurd aan de Batakse kerk, ‘HKBP’, uit Medan. De kerkbanken staan nog recht, en op de bordjes aan de pilaren staan de gezangen van deze zondag. Maar de hele muur achter het spreekgestoelte is verdwenen, en ook de muur aan de andere kant, achter de rug van de gelovigen, is er niet meer.

Een oude, zwijgzame koster stoft de banken af en negeert Gods adem, die ongestoord van de ene kant naar de andere waait. De zondagsdiensten gaan gewoon door, zegt hij, ‘zolang het dak niet instort’. Ondanks zijn leeftijd, weet de koster niets over de geschiedenis van het pand.

Aan het eind van een smal zijstraatje loopt Eddy Yusuf, een bejaarde Chinees, mistroostig door de Kelenteng. De 148 jaar oude Chinese tempel is overal gebroken en gescheurd. Hij is onherstelbaar beschadigd. ‘Wij breken hem niet af’, zegt Eddy. ‘Dat is doodzonde. Wij lappen hem op en maken er een museumpje van. Maar gebruiken kunnen we hem niet meer. Wij moeten een nieuwe bouwen.’

Eddy doet sinds de jaren ’60 zaken in de oude stad, en kent de haven nog van toen hij levendig was en in vol bedrijf. Hij herinnert zich zelfs nog een paar van de namen van toen. Niet veel, maar je had ‘Gundel, en Jacobson, en Jouwerie’, al heeft hij geen idee waar die mensen in handelden. Drie namen: dat is tenminste iets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden