God ruikt naar stof

ZIJN ALLE taboes verdwenen? Wie krant, radio en televisie volgt zou het bijna gaan geloven. Is er niet één over?...

Peter Swanborn

Op verzoek ontving de redactie een verhaal van Erwin Mortier, een fictieve brief van Kees 't Hart, een mini-verhaal van Hugo Pos, een voorpublicatie van J.P. Guépin en een afwijzende fax van Anne Vegter. Deze op zichzelf wat magere oogst werd aangevuld met drie bijdragen van de redactie zelf.

Het verhaal van Erwin Mortier, In woord en gedachte, in doen en laten, dat als ondertitel draagt 'aanschouwelijk pleidooi voor de zonde', beschrijft het homoseksueel ontwaken van een katholieke puber: 'Het kan toch moeilijk toeval zijn dat de eerste amoureuze rencontre die me ten deel viel, plaatsgreep in een konijnenstal. Het rook er intens naar de Hemel. De aanblik van twee dozijn op hooi sabbelende knaagdieren was dan wel niet van die aard me bijzonder op te winden, en de verleider in kwestie bleek nogal gehaast, maar ik voelde me ondanks alles uitverkoren. Christus zelf was tenslotte ook Mens geworden op stro.'

Het tragikomische verhaal bevat zinnen zo mooi dat je zou willen dat het verhaal niet zeven maar zeventig bladzijden zou vullen: 'Als ik aan God denk, ruik ik nog altijd stof.' En wanneer de jongen plaatsneemt in de biechtstoel: 'Ik wilde niet rusten voor de herder geboeid aan mijn lippen hing en boven ons het zenit van afgunst in lichterlaaie stond.' Waarna Mortier heel subtiel afsluit met het in stand houden van een even persoonlijk als literair taboe: 'Maar wat ik precies bekend heb, Eerwaarde Lezer, hoe mijn Verlosser mijn verlangen voorgoed in tweeën kliefde en me een deel van mezelf ontstal, blijft voor altijd tussen mijn maker en mij.'

Voor de rest gaat het in Optima alleen over literatuur. Zoals in de tekst van een lezing die Arjan Peters eind vorig jaar hield op het symposium 'De taal van het geluk'. Peters geeft een aantal goede voorbeelden van de problemen rond het op literair verantwoorde wijze weergeven van geluksbelevingen, maar aan de vraag of geluk een literair taboe is gaat hij helaas voorbij. Zo ja, wat is dan het verschil tussen een onderwerp dat weliswaar moeilijk maar niet verboden is en een taboe? Zo nee, wat doet deze tekst in deze Optima?

Een uitgesproken voorstander van het taboe is historicus Herman Pleij. In een interview met Optima-redacteur Onno Blom zegt Pleij dat taboes 'het smeermiddel van de samenleving' zijn: 'als ze er niet zouden zijn, zou je er onmiddelijk voor moeten zorgen dat ze er weer kwamen.' Na een helder en interessant betoog eindigt Pleij met een pleidooi voor de invoering van een taboe op eten in het openbaar: 'Want je zult het met me eens zijn: kijken hoe mensen bij elkaar eten naar binnen proppen, dat is het allersmerigste wat er is.'

Het meest komisch is misschien nog wel het tweedelige faxbericht van Anne Vegter waarin zij na 'diep, ondiep, kort en lang nadenken' aan de redactie meedeelt niet bereid te zijn 'een moppie te spelen, een stukkie te schrijven': 'Verbeelding, verbeelding, verbeelding, heren van de redactie, dat is het enige waar het om gaat.' Vegter heeft groot gelijk, al blijft het de vraag waarom zij niet, net als Erwin Mortier, haar verbeelding aan het werk heeft gezet.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden