Glauberzout, superfosfaat, zwavel

'IN DIT BOEK staan hoofdstukken, die men nimmer vergeet en die ons boeien als het verhaal van Robinson Crusoë of de boeken van Jules Verne', schreef de journalist Nico Rost in 1937 over Paustovski's roman De baai van Kara-Boegas, die in 1935 was verschenen 'in een goede Hollandse vertaling van...

AAI PRINS

Dat Paustovski (1892-1968) als 'Sovjet-schrijver' in de communist Rost een warm pleitbezorger vond, zal geen verwondering wekken, al lijkt deze in bovenstaand citaat niet onverdeeld enthousiast over alle hoofdstukken van het boek. De vertaler verklaarde ruim een halve eeuw later dat hij zich van het boek niets meer herinnerde, behalve dat het vertalen dertig gulden had opgebracht die in de huishoudkas van zijn moeder was verdwenen.

Paustovskij heeft in Nederland zijn aanhang inmiddels niet alleen gevonden onder lezers met communistische sympathieën. Vooral zijn herinneringen, in zes fraaie delen uitgegeven in de reeks Privé-domein van de Arbeiderspers, hebben hem in Nederland zo mogelijk nog meer populariteit opgeleverd dan in Rusland. Zo heeft onlangs een gezelschap Nederlandse Paustovski-fans in de Oekraïne een barre tocht gemaakt in het voetspoor van de meester.

Met name de eerste delen van Paustovski's herinneringen, die handelen over de tsaristische tijd, de revolutie en de burgeroorlog, zijn onovertroffen. De enigszins propagandistische toon ervan is makkelijk voor lief te nemen als een kleine knieval, een blijk van zijn loyaliteit aan het Sovjet-regime, dat zoals bekend weinig consideratie had met schrijvers die niet in de pas liepen.

De baai van Kara-Bogaz, onlangs verschenen in een nieuwe vertaling - uit het Russisch dit keer - van de hand van Wim Hartog, is een bundeling reisverslagen en historische overzichten die een kleine eeuw beslaan, beginnend in de jaren veertig van de vorige eeuw tot de jaren dertig van onze eeuw. Het is een verslag van de moeizame verovering van Kara-Bogaz, een baai in de Kaspische Zee. Deze baai, omgeven door de woestijnen van Turkmenistan, bevat enorme voorraden glauberzout, de grondstof voor glas en uiteenlopende chemische producten. Door het extreme klimaat en de woeste stroming was de van zwaveldampen vergeven baai van Kara-Bogaz eeuwenlang een gevreesd oord. Vissen overleefden er niet, boten werden in een mum van tijd door het zout weggevreten.

Geen wonder dat de baai gemeden werd door de ongeletterde Turkmeense nomaden. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw drong het besef door dat Kara-Bogaz onmetelijke schatten bevatte en erom schreeuwde geëxploiteerd te worden, vooral omdat de hiervoor benodigde energiebronnen als gas, olie en steenkool in de regio voorhanden waren.

De eerste halfslachtige pogingen liepen spaak met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, maar vanaf 1920 namen de bolsjewieken de zaak weer serieus ter hand, en toen in 1926 de trust Kara-Bogaz-Sulfiet wordt opgericht was de ontsluiting van de baai een feit.

Paustovski schreef De baai van Kara-Bogaz in 1932, in een tijd dat industrialisatie van het land in volle gang was en de schrijvers geacht werden de loftrompet te steken over dergelijke projecten. De grillige natuur werd daarbij in de eerste plaats beschouwd als een lastig obstakel, dat tegelijk met de ruwe zeden en het primitieve geloof van de nomaden resoluut uit de weg geruimd diende te worden.

Als onderdeel van een toekomstige industriële gordel langs de Kaspische Zee moest de baai van Kara Bogaz mirabiliet, zwavel, zwavelzuur, soda, superfosfaat en andere chemische producten gaan leveren, een toekomstdroom die de hedendaagse milieubewuste lezer met de nodige huiver zal vervullen, niet in de laatste plaats omdat wij nu weten waar veel van de megalomane industrieprojecten in de Sovjet-Unie op zijn uitgedraaid.

De baai van Kara-Bogaz bevat, om met Nico Rost te spreken, enkele hoofdstukken die de lezer bijblijven. Dit betreft dan vooral de eerste helft van het boek, als de gevreesde, mysterieuze baai beetje bij beetje zijn geheimen prijsgeeft. Daar is Paustovski op zijn best. De beschrijvingen van de kust van de Kaspische Zee, de verslagen van geologen die met gevaar voor eigen leven de baai onderzoeken, de spannende overlevingstocht van een aantal gevangenen die tijdens de burgeroorlog voor de kust van de baai aan hun lot worden overgelaten - het is allemaal prachtig.

Maar als de baai van Kara-Bogaz eenmaal is ontsloten, slibt de roman dicht. De gedetailleerde beschrijvingen van de mirabilietproductie kunnen niet langer boeien en langzaam maar zeker beginnen ook de zo nobele bolsjewieken met hun onstuitbare industrialisatiedrift op de zenuwen te werken, als een soort verplicht nummer dat te veel gaat overheersen in die passages waar Paustovski aan zijn verhaal eigenlijk weinig meer heeft toe te voegen.

Aai Prins

Konstantin Paustovski: De baai van Kara-Bogaz.

Vertaald uit het Russisch door Wim Hartog.

De Arbeiderspers; 202 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 295 3504 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden