Gitaarstapelen maakt Primal Scream wat vlak

Primal Scream * * *..

Amsterdam De vergelijkingen met de Stones werden iets te talrijk en wellicht iets te genant. Zeker nadat Primal Scream in 2006 het album Riot City Blues uitbracht. Verfrissende retrorock was de sympathiekste kwalificatie, platte pastiches de onaardigste.

De band moet de noodzaak hebben gevoeld om in 2008 wéér een nieuwe weg in te slaan. De acidrockravers/drugsgrootgebruikers/agents- provocateurs van de Schotse band hadden met Screamadelica(90) al een soundtrack voor een ravegeneratie gemaakt en scoorden drie jaar later met Rocks hun grootste hit; het ultieme rockpartynummer dat heel erg als de Stones klonk en eigenlijk, toen wel, een tikkie beter was.

Het laatste abum Beautiful Future (2008) van de Schotse raverockers klinkt opvallend clean, eighties, en een beetje vlak. Alsof gruizige gitaren met te veel psychedelische drugs op in rehab waren gegaan.

Live leeft het gelukkig nog wel. Twee gitaren, een trommel en een bas lijken vanaf de eerste tonen van het openingsnummer Can’t Go Back een statement te willen afleveren: vandaag zit Primal Scream in de rockmodus. Maar het geluid staat zo hard dat zanger en oprichter Bobby Gillespie vaak niet bij machte is tegen het gitaargeweld op te boksen.

Een rocknummer als Jailbird stampt ouderwets door in zijn vertrouwde rockidioom. En zelfs een zoemend, speedy technorock nummer als Miss Lucifer verdraagt het prima als uitslaande gitaarbranden het geluidsbeeld vet inkleuren. Maar de standaardinstrumentatie, met Stone Roses’ Mani op bas, hier en daar aangevuld met een toetsenist, blijft beperkt.

Als zich een climax aandient, lijkt het alsof de band geen andere methode kent om extase te genereren dan het ambachtelijke gitaarstapelen op een stevig fundamentje bas. Die behandeling reduceert het gevarieerde repertoire tot eenvormigheid. Van de nerveuze wavetechno van Swastika Eyes tot de lompe rock van Suicide Bomb. Waar je opwinding zou verwachten, komt gewenning opdagen. En een licht gevoel van onmacht dat schijnbaar moet worden gecompenseerd door een stoïcijns doorknipperende stroboscoop.

Pas in de oudere en meer open nummers als Loaded en Movin’ On Up waar ook piano en percussie kunnen ademen, voel je weer iets van de veelzijdigheid van de band. Rocks weet traditiegetrouw de zaal aan het springen krijgen. Maar als je heel zachtjes op de band het achtergrondkoortje het refrein hoort meezingen, weet je toch dat er het hele concert iets ontbrak.

Pablo Cabenda

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden